Lafontaine herrijst uit politieke as

WIESBADEN, 18 NOV. De top van Duitslands grootste oppositiepartij, de SPD, had er graag een demonstratie van realistische eensgezindheid en aanhankelijkheid rond partijvoorzitter Rudolf Scharping van gemaakt. Maar met de eensgezindheid wilde het niet steeds lukken en niet Scharping, die het volgend jaar oktober in de Bondsdagverkiezingen tegen kanselier Helmut Kohl moet opnemen, maar de vaak omstreden Saarlandse premier Oskar Lafontaine trok tot nu toe de meeste aandacht op het vierdaagse programmacongres in Wiesbaden, dat morgen wordt afgesloten.

Meer nog, de enige ovatie die de 483 gedelegeerden dinsdag en woensdag lieten horen, was gisteren voor Lafontaine, die na een stuurse spijtbetuiging voor een recent gebrek aan tact jegens de Oostduitse partijgenoten de onder zijn leiding opgestelde financieel-economische paragraaf, inclusief enkele vrij “moeilijke” herinneringen aan de economische werkelijkheid, ten slotte met algemene stemmen aanvaard wist te krijgen. Toen hij daarna staande achter de bestuurstafel een groot applaus in ontvangst nam, kwam Scharping hem na een korte bedenktijd de arm om de schouders slaan. De vraag kon opkomen wie op dat moment wie ondersteunde.

De vijftigjarige Lafontaine - bijnaam: 'de Napoleon van de Saar' - geldt in de SPD al vele jaren als het grootste politieke talent én als permanent 'enfant terrible', met een loopbaan vol kleine en grote affaires en botsingen. Hij was eind jaren zeventig en begin jaren tachtig een van jonge voormannen van het verzet binnen de partij tegen de politiek van de in 1982 als kanselier gevallen Helmut Schmidt, wie hij onder meer verweet slechts een man van “secundaire deugden” te zijn (Sekundartugende, het oude Pruisische begrip dat later - na het Befehl ist Befehl van de nazi-tijd - de negatieve gevoelswaarde kreeg van tucht, discipline, vlijt en gehoorzaamheid zonder fantasie of zin voor eigen verantwoordelijkheid).

Daarna kwam hij midden jaren tachtig in aanvaring met de vakbeweging met een toen nog gewaagde stelling over een intussen weer actueel thema: dat substantiële arbeidstijdverkorting gepaard hoort te gaan met inkomensoffers. Vervolgens mislukte hij in 1990 krachtig als kanseliers-kandidaat van de SPD, onder meer omdat hij destijds in de verkiezingscampagne 'te vroeg' gelijk had met zijn waarschuwing dat de Duitse eenwording veel méér zou gaan kosten dan destijds werd aangenomen.

Daarna raakte hij onder meer pijnlijk in het nieuws wegens bijna anderhalve ton ten onrechte ontvangen politiek wachtgeld en zijn vrije levensstijl, die ook tot contacten met leden van de Saarlandse onderwereld had geleid. Kortom: deze vice-voorzitter van de SPD weet nu wel wat overeind krabbelen is, want daarin is hij langzamerhand geoefend.

Voorjaar 1990 raakte hij levensgevaarlijk gewond toen een geesteszieke vrouw hem tijdens een spreekbeurt in Keulen met een mes in de hals stak. Sindsdien draagt de kleine premier uit de kleinste en armste Duitse deelstaat overhemden met hoge boorden om zo het litteken in zijn hals te bedekken. Lafontaine hoort tot de zogeheten 'Toscana-fractie' in de SPD, dat wil zeggen tot die groep die bij meer traditionele partijgenoten een beetje verdacht is wegens een vrij opvallende waardering voor de aangename kanten des levens.

De goede keuken is in elk geval niet aan zijn korte lijf voorbij gegaan en daarmee samenhangende ademhalingsproblemen zijn soms hoorbaar. Zijn spreekstijl heeft daardoor een typische hijgerigheid. De observatie is niet aardig, maar dat kleine, af en toe rood aanlopende hoofd dat, door die hoge hemdkraag als het ware gescheiden is van het gevulde lijfje daaronder, bood tijdens een congresrede van een uur gisteren af en toe een wonderlijke aanblik. Zulke dingen mogen natuurlijk niet tellen, maar als er tientallen t.v.-camera's staan, tellen ze niettemin.

Lafontaine was de week als Scharpings 'schaduwminister' voor financiën en economie duidelijk negatief begonnen. Want maandag, de dag voor het congres begon, had de partijtop de onder zijn leiding opgestelde financieel-economische paragraaf alsnog gewijzigd op een punt dat Lafontaine wekenlang had verdedigd en dat tot grote woede in de toch al tobbende Oostduitse partij-afdelingen had geleid. Het punt namelijk dat de aanpassing aan het Westduitse niveau van de uitkeringen en lonen in Oost-Duitsland trager zou moeten gaan dan twee jaar geleden is afgesproken, wegens de daar nog lage produktiviteit, en in het belang van werkgelegenheid en investeringen. De SPD-top, geschrokken van de woedende reacties uit toch al sukkelende Oostduitse partij-afdelingen, maakte daarvan dat de lonen in heel Duitsland in relatie met de produktiviteit bepaald moeten worden.

Dat was een vanzelfsprekende correctie, zei Lafontaine gisteren, hij had zeker geen discriminatie van Oostduitse werknemers bedoeld, dat zou een misverstand zijn bij een stelling die hij overigens wilde blijven verdedigen. “Maar voor zover ik een verkeerde indruk heb gewekt wil ik de Oostduitse partijgenoten wel mijn excuses aanbieden”, zei hij, zeker van het applaus dat hij daarvoor inderdaad kreeg. Ja, misschien wel mede dankzij die ongewone spijtbetuiging, wist hij de gedelegeerden een reeks economische waarheden te verkopen die de SPD tot nu toe niet zó makkelijk aanvaardde.

Bijvoorbeeld: werktijdverkorting over een breed front als onderdeel van een nationaal werkgelegenheidsplan om het beschikbare werk beter te verdelen is nodig, maar moet met inkomensoffers gepaard gaan. En (dat leek wel een kleine correctie op Scharpings rede van dinsdag): de doelstelling als regeringspartij straks, en bij wijze van eerste prioriteit, te streven naar halvering van de werkloosheid is mooi, “maar het zou al een grote prestatie zijn als het zou lukken om de groei van de werkloosheid te laten stoppen”.

Zulke harde klappen wisselde hij af met 'aangenamere' elementen uit zijn programmavoorstel. Zoals: hogere inkomens en vermogens moeten zwaarder worden belast. En: op Defensie kan en moet veel meer worden bezuinigd dan de huidige coalitie doet.

Maar daarop liet Lafontaine dan weer waarschuwingen horen over de “dramatisch snel oplopende staatsschuld” die meer overheidsbezuinigingen nodig maakt alsook, zodra de conjunctuur uit het huidige dal is, “drastische beperking van consumptieve uitgaven in het belang van de werkgelegenheid en investeringen”.

Anders gezegd: de SPD zou op termijn een bestedingsbeperking afkondigen voor burgers/kiezers. En - zei hij erbij - “dat moeten we vóór de verkiezingen ook zeggen”. Hij kreeg zijn zin: na een programmatisch debat van in totaal vijftien uur werd “zijn hoofdstuk”, het belangrijkste in de electorale SPD-strategie, gisternacht unaniem aanvaard. Oskar Lafontaine was daarmee weer eens uit zijn politieke as herrezen. Zijn herverkiezing als vice-voorzitter, heden, en zijn rol als “superschaduwminister” leken verzekerd.

Het SPD-congres haalde zijn gram bij de behandeling van andere programmatische hoofdstukken. Zo ging het, en pas na een klemmende oproep van Scharping, maar met een heel kleine meerderheid akkoord met voorstellen om de politie voortaan de mogelijkheid te geven om telefoonverkeer af te luisteren bij verdenking van zware (georganiseerde) criminaliteit. En wees het pleidooien af van fractieleider Hans-Ulrich Klose om Duitse militairen ook aan (gewapende) vredesafdwingende VN-acties buiten het NAVO-gebied te kunnen laten meedoen. En bekrachtigde het een eerdere congresuitspraak, die wil dat midden jaren negentig alle kerncentrales buiten bedrijf moeten worden gesteld.

Soepel bleek het congres wel weer toen het gisteravond laat een dagenlang nerveus besproken bestuursdilemma opruimde door een statutenwijziging goed te keuren die ruimte maakt voor vijf in plaats van vier SPD-ondervoorzitters. Dat moest het mogelijk maken dat bij de stemmingen vandaag zowel twee vrouwelijke kandidaten als de Bondsdagleden Hertha Däubler-Gmelin en Heide Wieczorek-Zeul als presidentskandidaat Johannes Rau, Oskar Lafontaine en de Oostduitse ondervoorzitter Wolfgang Thierse gekozen kunnen worden.