Kopjes

Twee schaapachtige jonge buizerds. De ene zit overeind en kijkt in de camera. De andere is net voor de zoveelste keer voorover geduikeld. Achter hun rug zie je de stoffelijke resten van een boommarter. Een foto van 30 mei 1992. Rob Bijlsma heeft hem zelf gemaakt en opgenomen in zijn roofvogelboek.

Vorig voorjaar heb ik in deze rubriek beschreven hoe liefhebbers in Nederland naar boommarters speuren. Dat was vooral een kwestie van spoorzoeken: nagelkrassen aan een boom, uitwerpselen op een wissel, pootafdrukken in de modder. Al doende werd het dier in feite steeds vluchtiger. Het was dan ook een waanzinnig geluk, zowel in de zin van welbevinden als toeval, dat we op maandagavond 18 mei in de Imbos boommarters te zien kregen.

Tien dagen later zag een buizerd een boommarter in de buurt van Smilde. Hij zag hem niet alleen, hij had hem ook! En daar zat echt geen toeval bij. Ik denk: als je iets over boommarters te weten wilt komen, moet je een enquête onder buizerds houden.

Het geslagen dier was ongeveer negen weken oud. 'De schedel bestond geheel uit kraakbeen en het melkgebit was nog niet volgroeid.' De kop (oogjes open, bekje op een kier) is gescheiden van de romp en ligt los op het nest. Dat kom je in de natuur wel meer tegen. Ik herinner me losse kopjes van veldmuis, spreeuw en koperwiek. Ze maken een merkwaardig gave en alledaagse, je zou haast zeggen bruikbare indruk.