Inval in het Louvre

Weet je twintig jaar lang zonder enig budget het puikje van de Europese en Egyptische kunst te vergaren, staan politiek en volk als één man achter je, en dan valt je droom het mooiste museum van Europa te beheren in duigen. Dat overkwam August Denon, directeur van het Nationaal Museum Het Louvre, pardon: het Musée Napoleon.

Na Napoleons verbanning in 1813 had Denon de claim van de vroegere eigenaren, onder wie onze koning Willem I die zo'n 175 schilderijen terugeiste, afgeweerd. Daarin gesteund door de nieuwbakken koning Lodewijk XVIII die op 4 juni 1814 in het Franse parlement verklaarde: “...de meesterwerken van de kunst behoren ons van nu af aan met meer recht toe ...” De geallieerde overwinnaars wilden echter geen politieke onrust in Frankrijk wegens kunstwerken in het Louvre en alles bleef bij het oude.

Maar toen Napoleon de euvele moed had van Elba terug te keren en de oorlog werd hervat kwam aan alle politieke reserves een einde. De bezetting van Parijs door Engelse, Pruisische en Nederlandse troepen vormde op 18 september 1815 het decor voor een Nederlandse 'force de frappe' die de bevelhebber, de hertog van Wellington, op verzoek van koning Willem I in Denons schatkamer uitvoerde.

Gedekt door een kordon geallieerde soldaten en vergezeld van Nederlandse diplomaten deed de operatieleider Cornelis Apostool, directeur van het Rijksmuseum in Amsterdam, om 6 uur 's morgens een inval in Het Louvre. Denon verdedigde zijn terrein zoals het een directeur betaamt: alle trappen weggehaald en geen Franse arbeider te krijgen voor hulp bij het afnemen van de schilderwerken. Rond de lieveling van het Franse kunstpubliek, De Stier van Paulus Potter, ontstonden zelfs incidenten. Volgens het ooggetuigeverslag van Apostool moest men een van Denons medewerkers ervan weerhouden het schilderij te vernielen. En aangezien buiten de menigte tegenstanders van de recuperatie groeide, moest De Stier extra beveiligd worden. Daarom ging de Nederlandse generaal De Man voorop “en weerde met uitgelopen sabel een ieder die er te nabijkwam”. Drie dagen waren nodig om het belangrijkste deel van de Oranjecollectie te vinden en in te pakken. Toch had Denon circa 60 schilderijen niet kunnen leveren. Zullen die nu te zien zijn in de vernieuwde afdeling Vlaams-Nederlandse kunst in het Louvre?

    • Rob Berends