In Azië gebeurt het en Unilever is van de partij

LONDEN, 18 NOV. “Blue Band hoef je in China niet te lanceren. Ook geen hutspot of steake and kidney pie. Maar tandpasta, waspoeders, huidverzorgingsprodukten en ijs doen het er goed. Zodra mensen wat geld te besteden hebben, kopen ze ons soort produkten”, zegt A. Kemner, lid van de raad van bestuur van Unilever in Londen en verantwoordelijk voor het Oost-Azië en Pacific-gebied.

Kemner ziet flinke investeringsmogelijkheden in China. De joint venture van Unilever met de grootste Chinese producent van tandpasta, de Shanghai Toothpaste Factory, is de zesde vorm van samenwerking in China. Unilever heeft 120 miljoen gulden gestoken in de bouw van een wasmiddelenbedrijf in Shanghai en een ijsfabriek in Beijing. Van hieruit worden de Chinezen bestookt met Omo,Cornetto's, Calippo's en zelfs Magnums want ijsjes lusten ze volgens Kemner overal. Met Chinezen wordt ook samengewerkt in joint ventures op het gebied van Pond's en Vaseline, huidverzorgingsprodukten, bakkerijvetten en zeep, shampo's en wasprodukten als Lux en Comfort.

“De enorme economische groeicijfers maken China voor Unilever bijzonder aantrekkelijk”, meent Kemner. De Chinese economie groeit vanaf 1988 jaarlijks met 8 procent en over dit jaar wordt zelfs een groei van 12,8 procent verwacht. “In de grote Chinese steden zie je een en al activiteit. Waar je ook kijkt, wordt gebouwd. Hotels, flats, bedrijfspanden. Dat kunnen we helaas van Europa niet zeggen.”

Unilever, dat vorig jaar met 283.000 werknemers mondiaal een omzet in voedingsmiddelen, wasmiddelen en cosmetica haalde van 76,5 miljard gulden, kijkt bij het plegen van nieuwe investeringen vooral naar economische groei en de groei van de bevolkingsgroep tussen 15 en 39 jaar. Deze groep is vooral interessant voor Unilevers consumentenprodukten. Die groep groeit in Zuid-Oost Azië enorm, zegt de Unileverbestuurder. Hij legt een gekleurde tabel op tafel waarop te zien is dat de bevolkingsgroep tussen 15 en 39 jaar in Zuid-Oost Azië alleen al veel groter is dan die in Amerika en Europa samen en tot 2010 ook nog sneller zal groeien.

“In Europa en Amerika blijft de bevolking vrijwel stabiel. Er is de laatste twee jaar ook nauwelijks economische groei”, zegt Kemner. Hij haalt een andere tabel tevoorschijn waarop te lezen is dat het aandeel van Zuid-Oost Azië aan de wereldeconomie zal stijgen van 29 procent tot 35 procent in het jaar 2000; Europa levert in 2000 een aandeel van 20 procent en NAFTA van 23 procent. “De groei in Europa en Amerika vertoont een afgevlakte lijn, terwijl alle cijfers in het Oosten omhoog gaan. In Azië gebeurt het.”

Unilever heeft in Groot China, inclusief Hongkong en Taiwan, nu ongeveer een omzet van een half miljard gulden. Het streven is de investeringen de komende jaren op te voeren om tegen de eeuwwisseling tot rond drie miljard gulden omzet te halen, zegt Kemner.

Unilever is niet van plan in Azië te gaan produceren voor de Europese markt zoals steeds meer buitenlandse ondernemingen doen vanwege de lage lonen. “Dat is door de hoge transportkosten voor ons soort produkten niet rendabel.” Wel vindt binnen Azië meer onderlinge leverantie plaats maar ook hier zijn vaak hoge invoertarieven een belemmering. China bij voorbeeld hanteert tarieven van soms 100 tot 120 procent. Kemner: “Europa laten we met onze investeringen nu echt niet links liggen. Dat werelddeel blijft met zestig procent van de omzet de belangrijkste markt. Maar we hopen wel de omzet in Oost-Azië en Pacific, dat samen met Latijns-Amerika, Centraal Azië en Afrika en het Midden Oosten twintig procent van de omzet uitmaakt, op te voeren.”

Overigens waarschuwt de Unileverbestuurder voor euforie. “China blijft een land met enkele grote risico's. Hoe gaat het Chinese bestuursapparaat eruit zien na Deng en hoe wordt het proces van stormachtige groei in toom gehouden”, vraagt Kemner zich af. De economie groeit zo hard dat hierdoor ook de inflatie wordt aangewakkerd. De prijzen van bouwmaterialen en cement stijgen zeer snel en de infrastructuur is ook niet berekend op zo'n stormachtige groei.

Politieke stabiliteit is en blijft een risico. Was de tragedie op het Tiananmen-plein in juni 1989 geen reden voor het concern zich terughoudend op te stellen? Kemner wijst er op dat de economische groei daarna is teruggevallen van 10 naar 5 procent. Internationale bedrijven hielden de adem in, maar de economische hervormingen zijn daarna gewoon doorgezet en de groei was vorig jaar weer op het oude hoge niveau.

“Het proces zal heus nog wel enkele malen verstoord worden”, meent de Unileverbestuurder, “maar de hervormingen van een planeconomie naar een markteconomie lijken onomkeerbaar. In China zijn het vooral de Chinezen buiten China die in het begin de groei hebben aangejaagd met forse investeringen. Dat is daarna opgepikt door internationale bedrijven. De Chinese regering heeft voor circa 160 miljard gulden aan investeringscontracten getekend.” Dat is een heel andere situatie dan in Rusland waar volgens Kemner door grote economische contractie en hyperinflatie anarchie op de loer ligt en daar houden investeerders niet van.