Hulpverlening VN in Bosnië verloopt steeds moeizamer

Zowel de Bosnische Serviërs als de Bosnische Kroaten stellen voorwaarden voor verdere medewerking aan de verlening van humanitaire hulp in Bosnië-Herzegovina. Die voorwaarden komen vandaag ter sprake tijdens overleg van de drie strijdende partijen in Genève met de VN-hulporganisatie UNHCR.

De leider van de Bosnische Serviërs, Radovan Karadzic, heeft aangevoerd dat de door de UNHCR verleende hulp in het door de moslims beheerste deel van Bosnië in eerste instantie terechtkomt bij het leger van de moslims. Van de rest zou het grootste deel zijn weg naar de zwarte markt vinden; slechts een klein deel zou terechtkomen bij diegenen voor wie de hulp is bedoeld, burgers. En daarvan, aldus Karadzic, profiteren vooral de moslims omdat de Bosnische regering bij de distributie “etnische criteria hanteert”.

Bovendien, klaagde hij, krijgen de Bosnische Serviërs toch al veel minder hulp van de UNHCR dan de moslims en de Bosnische Kroaten: elf procent om precies te zijn. Die uitlating is overigens tegengesproken door een UNHCR-woordvoerder, die voorrekende dat de Serviërs in oktober meer dan dertig procent hebben gekregen van de 19.335 ton hulpgoederen die door de UNHCR zijn verdeeld.

Karadzic wil vandaag voorwaarden op tafel leggen voor de medewerking van de Serviërs aan verdere hulpverlening. Welke die voorwaarden in detail zijn heeft hij niet gezegd, maar de belangrijkste is in elk geval een verscherping van de contrle op de distributie van hulpgoederen.

Ook Mate Boban, de leider van de Bosnische Kroaten, is ontevreden. In een gesprek met VN-bemiddelaar Thorvald Stoltenberg zei hij vorige week dat de Bosnische Kroaten de veiligheid van de hulpkonvooien weliswaar garanderen, maar dat er aan de verdeling van het voedsel en de geneesmiddelen veel schort: “Omdat Kroaten 20 procent uitmaken van de bevolking moet elk vijfde konvooi naar de Kroaten worden gestuurd”. Bovendien moeten de Kroaten zelf uitmaken waar die hulp heen gaat. “Niemand kan voor ons beslissen wat we nodig hebben.” Nu bepaalt de UNHCR wie hulp krijgt. “De UNHCR zegt alleen burgers te bevoorraden, maar wij weten dat het moslim-leger van UNHCR-voedsel leeft. Zolang voedsel op deze ongecontroleerde manier wordt verspreid duurt de oorlog voort”, aldus Boban.

De eisen van de Serviërs en de Kroaten beloven weinig goeds voor de 2,7 miljoen mensen die in Bosnië zijn aangewezen op humanitaire hulpverlening en wier afhankelijkheid nog toeneemt nu de winter is begonnen. Aan positieve intentieverklaringen heeft het nooit ontbroken, maar in de praktijk blijkt elke dag dat geen van de drie strijdende partijen zich aan die verklaringen houdt: alle drie saboteren ze de hulpverlening als die bestemd is voor burgers van de andere partij.

De hulpverlening aan Centraal-Bosnië over land ligt al stil sinds 27 oktober, toen moslims een hulpkonvooi aanvielen, een Deen doodschoten en negen Nederlandse VN-soldaten verwondden. Door die stopzetting kan de UNHCR maar dertig procent van de hulp afleveren die nodig is. Dinsdag stuurden de Kroaten een hulpkonvooi voor psychiatrische patiënten in het dorp Bakovici bij Fojnica terug en hielden de Serviërs voor de zoveelste keer een konvooi voor Gorazde tegen. Gisteren verwondden moslim-soldaten bij Kakanj een VN-chauffeur die weigerde een deel van zijn lading af te staan.

De Bosnische regering past het criterium van de etniciteit toe bij de evacuatie van burgers van Sarajevo: de joodse gemeenschap van de stad, die zeer actief en zeer succesvol is bij de evacuatie van burgers ongeacht hun etnische identiteit, wilde onlangs 152 mensen evacueren; op last van de Bosnische regering moesten echter alle niet-joden en alle joden tussen 15 en 65 jaar oud achterblijven, waardoor uiteindelijk maar 21 mensen de belegerde stad konden verlaten.

Als gevolg van gevechten en sabotage door de strijdende partijen heeft de UNHCR in heel Bosnië per maand nooit meer dan 25.000 ton hulpgoederen kunnen verdelen, de helft van de hoeveelheid die nodig is om 2,7 miljoen mensen in leven te houden. Sarajevo kreeg in de tweede week van deze maand 1832 ton voedsel en andere hulpgoederen, 1250 minder dan minimaal nodig. Zeker vijf enclaves zijn voor de volle honderd procent afhankelijk van hulp van buiten, die alleen vanuit de lucht kan worden gegeven: Maglaj en Tesanj in Centraal-Bosnië en Srebrenica, Zepa en Gorazde in het oosten.

De invallende winter maakt enerzijds de behoefte aan hulp nog groter en anderzijds de aflevering van die hulp nog moeilijker. In het psychiatrische ziekenhuis van Bakovici zijn deze week diverse patiënten door de kou gestorven. Dat ziekenhuis was het doelwit van het konvooi met voedsel en brandstof dat dinsdag door de Bosnische Kroaten werd teruggestuurd.

    • Peter Michielsen