Honderd punten voor een 1990'er

Fransen vinden dat zij hun wijnen het beste zelf kunnen beoordelen. Maar buitenlandse wijncritici trekken zich steeds minder aan van gevestigde reputaties en grote namen van de Franse chateaux. Over de geloofwaardigheid van de grand cru.

De indrukwekkendste groepering van Franse wijnen is die van de eenenzestig grands crus van de Médoc, geclassificeerd in 1855. De Médoc beslaat nog geen kwart van het wijngebied van Bordeaux, en veel van de grote namen komen uit de overige driekwart en van verder weg, uit Bourgogne en soms uit de Côtes du Rhône, maar nergens anders heeft de term grand cru zo'n duidelijke inhoud gekregen.

De classificatie is vijfdelig, van premiers grands crus tot cinquièmes. De premiers zijn er vijf, en wie ziet dat daar de Lafite-Rothschild en de Château Margaux bijhoren beseft dat discussie achterwege kan blijven. De meesten van ons zullen nooit meer dan een slokje premier cru drinken, bij een prijs van 250 gulden de fles in een goedkoop jaar; maar hun gezag heeft onze instemming niet nodig.

Toch is de classificatie in zijn geheel ongeloofwaardig. De restaurants in de Michelin worden ieder jaar opnieuw beoordeeld en zijn nooit zeker van een vermelding, laat staan van sterren. De grands crus van de Médoc daarentegen hebben al honderdveertig jaar op hun plaats kunnen rekenen, alsof de eigenaren en de matres-de-chai van de eenenzestig châteaux altijd vanzelfsprekend even bekwaam en zorgvuldig zijn. Eén keer maar is er een verandering aangebracht, waardoor de onbeweeglijkheid van de rest nog vreemder lijkt. Dat was in 1973 toen de Baron Philippe de Rothschild gedaan kreeg dat zijn Mouton-Rothschild van deuxième tot premier cru werd bevorderd.

Verder is de rust nooit verstoord. De grands crus zijn blijven zitten, doof voor bedenkingen van buitenstaanders. De wijnkritiek laat zich niet leiden door de classificatie behalve voorzover zij hem kan gebruiken als raamwerk om eigen puntenwaarderingen op te plaatsen.

Van de wijncritici is Amerikaan Robert Parker de laatste jaren de geduchtste. Zijn boek Bordeaux (uitg. Dorling Kindersley, second edition 1991) telt iets meer dan duizend pagina's met beoordelingen van honderden wijnen in tientallen jaargangen. Iedere beoordeling gaat vergezeld van de toekenning van een rang die vaak in strijd is met de officiële. Aan het slot staat een nieuwe vijfdelige lijst die veel langer is dan de oude omdat ook de andere Bordeaux erop meedoen: de Saint-Emilions, de Pomerols, de Graves en zelfs enkele Fronsacs en Côtes de Bourg. Voor Parker zijn er 153 top châteaux of Bordeaux, waarvan achttien op de eerste rang en drieënzeventig op de vijfde. Een heel aantal Médocs zijn er niet meer bij: Marquis d'Alesme-Becker, Camensac, Ferrière, Belgrave, Desmirail, Lynch-Moussas, Cos Labory. Andere zijn naar de hoogste kringen opgeklommen uit de middenstand: de crus bourgeois. Dat zijn bijvoorbeeld Sociando-Mallet, Chasse-Spleen, Poujeaux, Fonbadet, La Gurgue. Ongeveer de helft van het totaal zijn geen Médocs.

Sinds enkele jaren zijn er twee invloeden die het aanzien en de prijs van de grote wijnen van Bordeaux bepalen: de eigen indeling en Parker. Behalve de classificatie van 1855 bestaan er enkele andere: Saint-Emilion heeft in 1955 een weinig verduidelijkende vierdelige indeling gemaakt, in Graves is er iets dergelijks, en de Médoc zelf heeft ook nog een indeling van zijn crus bourgeois: grand exceptionnel, gewoon grand en gewoon bourgeois.

In eerste instantie geeft de gevestigde orde de makkelijkste leidraad, al is het maar omdat de rang van de wijn vaak op het etiket vermeld staat zodat er geen boek bij hoeft te komen.

Maar de boeken worden veel geraadpleegd, tot ergernis niet alleen van châteaux die er slecht afkomen, ook van handelaren als zij vinden dat het gezag van die ene Amerikaanse meneer te veel gewicht krijgt. Er is zelfs een geërgerd verleden deelwoord in gebruik gekomen, parkerisé, dat wil zeggen in onaanvaardbare mate door de smaak van de heer Parker beïnvloed. In Nederland is die term nog niet veel te horen. Wel wordt er als uitleg gegeven wanneer een wijn ineens dertig procent duurder is geworden: hij is omhooggeschreven door Parker. Het gebeurt niet alleen met Bordeaux, ook met Bourgognes en Côtes du Rhône waarover de grote man zich uitspreekt. Alles heeft hij gedronken, althans geproefd.

De invloed van Parker werkt in de eerste plaats doordat de Amerikaanse wijnmarkt zijn meningen volgt, maar de Engelsen en Nederlanders komen er vlak achteraan, en waarschijnlijk ook de Fransen hoewel die vinden dat zij het zelf beter kunnen beoordelen. Heb je het gehoord, je 1990'er heeft 100 punten gekregen van Parker, berichtte een Nederlandse wijnman als eerste aan Jean-Louis Charmolue van Montrose, bijna de aanzienlijkste Saint-Estèphe. De eigenaar barstte in gelach uit; wel was een paar dagen later de hele jaargang uitverkocht.

Parkers puntenstelsel gaat van 50 tot 100. De meeste goede wijnen houden zich in gewone jaren op tussen de 80 en 90. Als zij onder de 80 zakken is er iets misgegaan; in een heel mooi jaar klimmen zij boven de 90. Château d'Yquem, de legendarische Sauternes, “the only Bordeaux wine in a class by itself”, heeft 99 gehaald in 1975; Pétrus, de duurste rode, is een paar maal tot 98 gekomen. Maar 100! Het is even geweldig als vroeger op de Nederlandse lagere scholen een-tien-met-een-zoen-van-de-juffrouw.

Geen wonder dat Parkers gezag ergernis wekt. Hij hoeft maar een paar toetsen van zijn tekstverwerker in te drukken en er vliegt weer een prijs omhoog. Toegegeven moet worden dat hij een schappelijke stijl van overreden heeft. Hij vertelt wat hij beleeft bij het proeven, met slagen om de arm (want de wijnen moeten nog rijpen) en respect voor andere meningen, en is ten slotte het duidelijkste van allen.

In een bepaald opzicht doet zijn wijnkritiek denken aan de Good Food Guide, de Engelse restaurantgids, zoals die vijfentwintig jaar geleden door Raymond Postgate werd geredigeerd. Dat boek was boeiende lectuur ook over restaurants die de lezer niet in het minst van plan was te bezoeken. Het liet de geuren van het eten en de gloed van de wijnglazen onderscheiden, en de soort mensen aan de andere tafeltjes, lachend om niets of mompelend over zaken die de lezer graag had willen leren kennen. Parker is minder gevarieerd, maar hij roept de vlakke wegen door de Médoc op waar scheve bordjes in de berm de richting wijzen naar de proefkelders van Pauillac en Saint-Julien; en de glooiende wijnlanden van Saint-Emilion, en iets van zijn eigen beleving wanneer hij een nog gesloten wijn onderzoekt en op het punt staat de sensatie van zijn tong en neus te ontleden in vier verbluffende smaakaanduidingen.

Voor leesgrage naturen is dat al bijna genoeg: zij zijn gewoonlijk op zoek niet naar eigen sensuele gewaarwordingen, maar naar die van de schrijver om ze in hun verbeelding over te nemen. Zo schenkt Parker een onbenevelde voldoening. Wie daarna toch wil gaan drinken kan om niet parkerisé te raken een paar andere autoriteiten raadplegen die kalmerend zullen werken: Hugh Johnson, wiens kleine wijnboekje overal van afweet en bescheidener is in zijn aanbevelingen dan Parker, en onze eigen Hubrecht Duyker, die alles geproefd heeft.

Een andere Nederlandse autoriteit is Hans Walraven wiens Grand Cru-gids iedere twee jaar uitkomt en, zoals de naam aangeeft, over de 61 Médocs van 1855 gaat hoewel ook over enkele heel bijzondere andere. Dit werkje (Grand Cru 94 is net uitgekomen, bij H.J.W. Becht) is niet geschikt om alleen als leesstof gebruikt te worden, en al zijn niet alle grands crus onbetaalbaar, de gemiddelde drinker voelt er zich op bezoek in een wereld boven zijn stand; maar het is onderhoudend en leerzaam voor liefhebbers van geldzaken. Die leren er dat de marktwaarde van een Lafite-Rothschild 1978 dit jaar 27 procent hoger ligt dan in 1989, namelijk op ƒ 320, of 5999 Belgische francs; de Mouton-Rothschild van hetzelfde jaar is maar 13 procent gestegen en hoeft niet meer dan ƒ 243 te kosten.

Wat aan het boek ontbreekt is een adreslijst van mensen die gewoon zijn zulke wijnen te serveren, met daarbij de graad van de gastvrijheid tegenover onbekenden aan de deur, uitgedrukt in een cijfer tussen de 0 en 20: zo becijfert Walraven ook de kwaliteit van de wijnen. Daarmee zou de bruikbaarheid van de volgende editie voor de gewonen drinker nog kunnen worden verhoogd.

    • J.J. Peereboom