'Hoe te zorgen dat leerlingen hun tijd doelmatig besteden'

De politiek is ervan overtuigd: alles moet anders in de hoogste klassen van de middelbare school, in eigentijds beleidsjargon: de 'tweede fase voortgezet onderwijs'. Leerlingen moeten 'zelfstandiger' worden, leerwegen 'individueler' en 'vaardigheden' - zoals 'leren leren' - moeten meer aandacht krijgen dan feitenkennis.

Doel is de aansluiting van HAVO en VWO op het HBO en de universiteit te verbeteren. Middelbare scholieren hebben grote moeite met die overstap en velen stranden al in het eerste jaar. Universiteiten en hogescholen klagen over het gebrek aan algemene vorming, aan studievaardigheden en aan zelfstandigheid. De Profielnota Tweede Fase Voortgezet Onderwijs van oud-staatssecretaris Wallage, die de aansluiting moet verbeteren, kreeg dan ook algemene steun toen deze dit voorjaar in de Tweede Kamer werd behandeld.

Wallage stelde voor scholieren niet meer zelf een vakkenpakket te laten samenstellen, maar hun een keus te bieden uit slechts vier vakkenpakketten, zogeheten 'doorstroomprofielen'. In de profielen zit een op de vervolgopleiding gericht deel, een vrije keuze deel en een algemeen verplicht deel.

Verder moeten er deelvakken komen. Een leerling die globaal geïnteresseerd is in scheikunde kan één deelvak volgen. De leerling die het naadje van de kous wil weten, volgt er twee. Zo wordt meer nadruk gelegd op het verschil in niveau en belangstelling tussen leerlingen.

In de nieuwe bovenbouw wordt niet meer gesproken van lesuren maar van - een nog niet ingevulde - studielast: de gemiddelde tijd die een leerling aan een vak besteedt. Ook de stijl van lesgeven moet anders. De leraar die 'frontaal' voor de klas staat, moet veranderen in een 'begeleider' die de scholieren 'helpt bij het leerproces'. Zo sluiten de profielen aan bij de basisvorming: de nieuwe invulling van de eerste drie jaar van de middelbare school.

Er mag dan overeenstemming zijn dat er iets moet veranderen in de tweede fase voortgezet onderwijs, maar welke vakken er in de profieldelen moeten komen en hoe de drie delen zich tot elkaar verhouden, is nog onderwerp van discussie. Een stuurgroep onder leiding van voormalig VVD-staatssecretaris van onderwijs, drs. N.J. Ginjaar-Maas, komt eind dit jaar met een globaal voorstel hierover. Medio volgend jaar moet een definitief advies verschijnen.

De vernieuwing van de laatste klassen van de middelbare school is een oude liefde van Ginjaar-Maas (62). Als staatssecretaris lanceerde zij in 1985 al een eigen plan, 'de lyceumnota'. HAVO en VWO moesten samensmelten en er zou een einde komen aan de volledig vrije pakketkeuze. Maar de lyceumnota strandde op bezwaren uit de politiek en uit het onderwijsveld. Nu krijgt ze een herkansing met haar negenkoppige stuurgroep, gehuisvest in een nieuw kantoor in hartje Den Haag. Voor de voorzitter is een ruime kamer ingericht. Aan de muur hangen 'nep-Appels'. 'Die worden tenminste niet gestolen'', lacht Ginjaar-Maas. De ex-bewindsvrouw en oud-scheikundelerares spreekt met passie, zodra het over haar profielen gaat.

Stelt u zich als reële optie voor dat leerlingen die nu beginnen met basisvorming in 1996 een geheel nieuwe bovenbouw ingaan?

'Wij realiseren ons dat een belangrijk deel van de plannen in 1996 nooit rond is, echt nooit. Laten we zeggen dat de activiteiten die samenhangen met de cultuuromslag en die onder de huidige regels al mogelijk zijn, dan gerealiseerd worden. Er zijn scholen die al gemeld hebben dat ze geïnteresseerd zijn in het moduleren van lesstof en in het individualisering van leerwegen.''

Wordt de middelbare school zwaarder, met uw profielen?

'Als je een opleiding breder maakt en dus een beroep doet op de totaliteit van talenten van mensen, kun je zeggen dat het zwaarder wordt. Maar het is geen doelstelling op zich. Het enige doel van de vernieuwing van de tweede fase is leerlingen te helpen volwassen en volledig mens te worden en ze voor te bereiden op een studie in het hoger onderwijs. Nu zakt dertig of veertig procent in het tertiair onderwijs, dus moeten leerlingen beter worden toegerust. Dat betekent niet per definitie een zwaardere vooropleiding, maar wel een vooropleiding die meer aandacht besteedt aan vaardigheden.''

Er zijn nu lichte en zware vakkenpakketten. Dat wordt als een realiteit ervaren door de leraren, door de leerlingen en door de vervolgopleidingen. Komen er ook zware en minder zware profielen?

'Nee. Ieder profiel heeft een even grote studielast die is afgemeten naar de gemiddelde leerling. Nou is het een technisch probleem dat een bèta-leerling de bètavakken op een achternamiddag kan doen, maar toch moeten al die profielen qua studielast even zwaar zijn.''

Maar over vijf jaar wordt het profiel natuur en techniek, al wilt u dat niet, als zwaarder ervaren dan natuur en gezondheid. Als de universiteiten natuur en techniek in het profiel voor de medicijnenstudie gaan eisen, wordt natuur en gezondheid een tweederangs profiel.

'Die vraag heb ik mezelf ook gesteld, met het idee: Dan hoef ik het niet. Het is denkbaar dat universiteiten straks bij voorkeur mensen nemen met natuur en techniek. Maar je moet ook redeneren vanuit de kant van de leerlingen. Een profiel dat bijvoorbeeld een combinatie is van een deelvak natuurkunde, een deelvak scheikunde en een deelvak wiskunde en biologie is interessant en breed. Wij verwachten dat veel mensen daarvoor een positieve keuze zullen maken. Niet als vluchtprofiel.''

Behalve de vrije vakkenpaketten te vervangen door profielen moet u ook een 'cultuuromslag' bewerkstelligen: de leerling moet verantwoordelijk worden voor zijn eigen studieprogramma, er moet een einde komen aan het zittenblijven, de leraar moet een begeleider worden van het leerproces. Is dat niet een utopie?

'We willen zittenblijven niet verbieden, dat is belachelijk. Maar je moet je wel afvragen: 'Hoe kan ik het onderwijs aantrekkelijker maken voor leerlingen en leraren en zorgen dat leerlingen hun tijd doelmatiger besteden?' Nu staat er een leraar voor de klas die zich het weekend heeft afgezwoegd om zijn lessen voor te bereiden en die alles fijn uitlegt. Een deel van de leerlingen snapt het onmiddellijk, die zitten zich hartstikke te vervelen. Voor een deel gaat het boven de pet en op een deel is het precies toegesneden. Er zitten in de klas dus twee groepen leerlingen die hun tijd niet efficiënt besteden. Tussen Sinterklaas en Kerstmis komt het kerstrapport. De ene groep heeft een vier of een vijf en op hun rapport staat 'Je moet beter je best doen'. De school doet verder niets en de leerling blijft uiteindelijk zitten en moet alles overdoen. Wat wij nu zoeken is een methode waarmee je kunt ingrijpen op het moment dat de leerling het niet meer bijbeent. Dan hoef je niet eerst een jaar vol te tobben om vervolgens alles over te doen - ook dat wat goed was.''

De universiteiten willen het aantal profielen beperken tot twee: een alfa/gamma en een bèta. Zo willen ze voorkomen dat leerlingen zich na de derde klas al vastleggen op de richting van hun vervolgopleiding. En met twee profielen kunnen studenten ook binnen het hoger onderwijs nog gemakkelijk van studierichting veranderen. Wat geeft u hen als tegenargument?

'Wij denken dat met twee profielen het bèta profiel wel buitengewoon zwaar wordt. En dat veel leerlingen een negatieve keuze voor het alfa profiel zullen maken. Bovendien zullen heel veel meisjes afhaken. Op grond van onderzoek weten we dat met de twee bèta-profielen in totaal meer leerlingen bèta kiezen - en vooral meer meisjes.''

Uit onderzoek van de Stichting voor Economisch Onderzoek van de Universiteit van Amsterdam blijkt dat waarschijnlijk slechts 10 procent van de meisjes het natuur en techniek profiel zal kiezen tegen 44,5 procent van de jongens. Voor natuur en gezondheid is dat respectievelijk 22,3 en 8,0 procent. Is natuur en gezondheid een meisjes- profiel?

'Nee. dat zeg ik niet. Maar die twee bèta-profielen zullen er wel toe leiden dat meer meisjes bèta kiezen.''

Het doel van de doorstroomprofielen is de aansluiting tussen voortgezet en hoger onderwijs te verbeteren. Minister Ritzen wil ook het rendement van het voortgezet onderwijs zelf verhogen door scholen meer mogelijkheden te geven om hun leerlingen een dwingende schoolkeuze te geven. Wat vindt u daarvan?

'Wij gaan er inderdaad van uit dat scholen een met klemmende reden omkleed advies uitbrengen aan het eind van de derde klas. En dat op zó'n manier, dat leerlingen er echt hun oren naar laten hangen. Want als je op een verkeerd spoor zit, kom je op een moment in de knel met je studiefinanciering. Aan het eind van drie HAVO kan gezegd worden: 'Wees verstandig ga naar het MBO.' Denkbaar is ook dat goede leerlingen vanuit drie HAVO de overstap naar vier VWO maken.''

Hoe gaan het vak algemene natuurwetenschap en het maatschappelijke vak in het algemene profieldeel eruit zien?

'We denken aan de Nederlandse vertaling voor science: algemene natuurwetenschap. Dan is de vraag wat moet daar in? Je moet een invulling geven die voor alle leerlingen interessant is. Dus we denken niet aan formules, diagrammen en structuren maar aan een stukje algemene wetenschap: natuur- scheikunde en biologie samengevoegd. Het zou toch mooi zijn als leerlingen de wetenschapsbijlage van NRC Handelsblad kunnen lezen. Maar niet alleen de krant, onze hele maatschappij is doortrokken van zaken die rechtstreeks verband houden met natuurwetenschappen.

'En dan hebben we nog de mens- en maatschappijwetenschappen. Ook daar denken we aan integratie van vakken: geschiedenis, maatschappijleer, aardrijkskunde, economie.''

Blijft geschiedenis als vak bestaan, in het profiel cultuur en maatschappij of in het vrije keuze deel?

'We zouden het heel leuk vinden als ook in die profieldelen de maatschapijwetenschappen tot een cluster komen. Zoiets als in het algemene deel, maar dan graaft het veel dieper. Geschiedenis, aardrijkskunde en maatschappijleer hebben een enorme overlap en juist die overlap maakt dat ze tegenover elkaar staan. Ze strijden over het gemeenschappelijke gebied. Het zou toch aardig zijn als ze dat zelf ook erkennen. We weten nog niet of we dat voor elkaar krijgen en of de vakorganisaties over de integratie een positief oordeel geven. Daar moeten we nog over praten. Dat wordt niet gemakkelijk, maar wel boeiend.

'De stuurgroep gaat er wel van uit dat in het vrije deel geschiedenis als apart vak blijft bestaan, net als aardrijkskunde.''

De Onderwijsinspectie pleit ervoor dat gymnasia Grieks en Latijn als extra vakken geven, dus bovenop de profielen in plaats van als onderdeel van een profiel, wat een verzwaring van het gymnasium betekent. Welke plaats ziet u voor de vakken Grieks en Latijn?

'Als je het gymnasium in stand wil houden, moet je rekening houden met een schooltype waar de klassieke talen inzitten. Hoe je het ook wendt of keert, je moet één van die twee talen in de profielen inbouwen, anders is het geen gymnasium meer. Dus hoort Grieks of Latijn in het algemeen verplichte deel. Ook vandaag de dag worden die uren klassieke talen voor een deel vrijgemaakt bij de moderne vreemde talen. Langs diezelfde lijn moeten wij een klassieke taal in de profielen inbouwen. De tweede taal kun je in het vrije keuzedeel stoppen.

'We wilden eerst Latijn verplicht stellen, maar de leraren klassieke talen hebben mij toegesproken en gezegd dat er veel gymnasia zijn waar leerlingen mogen kiezen of ze Grieks of Latijn doen. Ik ben geen gymnasium-klant, dus ik vertel wat die leraren mij verteld hebben, maar daar streven we naar.''

De invoering van de profielen met de cultuuromslag gaat veel geld kosten. Je moet leraren omscholen, om maar wat te noemen. Waar haalt u dat geld vandaan?

'Er ligt al een rapport van de commissie-Van Es dat ook gaat over een andere invulling van het leraarsberoep. Daar ligt een rekening naast die natuurlijk op dit moment nog niet is betaald. Maar ik acht het niet uitgesloten dat daar in het komend regeerakkoord daar afspraken over gemaakt worden. En die middelen zijn precies voor ons ook geschikt.''

Maar tot nu toe heeft minister Ritzen aan Van Es, ook tot haar eigen teleurstelling, geen geld toegezegd.

'Ik snap niet dat Van Es, die zo lang in het parlement heeft gezeten, niet snapt dat je halverwege een regeerperiode niet zo maar wat geld boven water kan fietsen. Dat moet bij een regeerakkoord, dat is toch logisch!''

Gaat u, voor u uw advies uitbrengt, bij de vervolgopleidingen vragen 'Wat zouden jullie eisen voor bepaalde studierichtingen' en vervolgens turven om te zien of er evenwichtigheid is?

'We zijn daarover inderdaad met de HBO-raad en de VSNU in gesprek. Op het HBO is men zelf al aan de slag geweest. De HBO-raad heeft al veel geturfd. Die resultaten gebruiken wij ook, want we gaan niet iedere keer opnieuw het wiel uitvinden. Het enige probleem is dat de universiteiten op dit punt achterloopt. Dat is lastig.''

Verwacht u niet veel weerstand van leraren?

'We denken in het verlengde van Van Es dat het beroep van leraar zoveel interessanter en leuker kan worden. Want bijvoorbeeld de ordeproblematiek is een kruis voor veel leraren. Als je aan de slag gaat zoals wij dat voorstellen, wordt het ordeprobleem minder. Iedere leerling is op zijn eigen manier bezig, dus waarom zouden ze nog gaan rotzooien? Als we dat voor elkaar krijgen, hebben we heel wat docenten een loden last van de schouders genomen.''

    • Rob Knoppert
    • Birgit Donker