Grondwet markeert einde van 'het proces'

JOHANNESBURG, 18 NOV. Met de interim-grondwet is een einde gekomen aan wat in Zuid-Afrika bekend stond als 'het proces'. Het besloeg ruim drie jaar van politieke turbulentie, onderhandelingen voor en achter de schermen, weekeinden in de bush, partijen die boos wegliepen van tafel, massa-demonstraties en onverwachte allianties. 'Het proces' bracht Zuidafrikaanse politici de kunst van het onderhandelen bij en legde uiteindelijk de basis voor de 'grote coalitie' van de zwarte meerderheid en de blanke minderheid.

Het gesprek begon in mei 1990 tussen de regering en het Afrikaans Nationaal Congres, drie maanden nadat president De Klerk het einde van de apartheid aankondigde, Nelson Mandela vrijliet en de zwarte oppositiepartijen legaliseerde. In twee rondes van onderhandelingen in Kaapstad en Pretoria kwamen de voormalige vijanden tot hun eerste akkoorden, die de weg moesten vrijmaken voor de grondwetsbesprekingen: de vrijlating van politieke gevangenen, de terugkeer van ballingen, vrijwaring van vervolging voor ANC'ers en de opschorting van de gewapende strijd door het ANC. Veel van deze onderwerpen bleven nog lang nazeuren. De partijen beschuldigden elkaar er meer dan eens van dat zij de afspraken niet nakwamen.

Het jaar 1991 werd opgeslokt door 'onderhandelingen over de onderhandelingen' tegen de achtergrond van groeiend 'politiek geweld', vooral tussen aanhangers van het ANC en de Zoeloe-beweging Inkatha. Pas eind december 1991 konden de formele grondwettelijke onderhandelingen beginnen in de Conventie voor een Democratisch Zuid-Afrika (Codesa). Twintig leiders van politieke partijen en thuislanden kwamen bijeen om te onderhandelen over de nieuwe grondwet, die naar men toen hoopte in de eerste helft van 1992 klaar zou zijn. Maar het wantrouwen was te groot, Codesa stortte in mei 1992 ineen. De officiële reden was dat regering en ANC geen overeenstemming konden bereiken over de meerderheden waarmee een nieuwe grondwet door het parlement moest worden goedgekeurd, maar het verschil bedroeg slechts een paar procenten. Beide partijen waren politiek-psychologisch nog niet toe aan een akkoord.

Eind juni 1992 trok het ANC zich terug uit de onderhandelingen, als reactie op een bloedbad in het zwarte woonoord Boipatong waarbij 39 doden vielen. De bevrijdingsbeweging hergroepeerde haar volgelingen, die uiterst wantrouwend stonden tegenover gesprekken met 'de vijand', met een programma van demonstraties en stakingen. Het ANC eiste van de regering nieuwe maatregelen tegen het geweld en de vrijlating van de overgebleven politieke gevangenen. De partijen vochten hun conflict ook uit in een speciale zitting van de VN-Veiligheidsraad, die besloot eigen waarnemers naar Zuid-Afrika te sturen. Het optimisme over een vreedzame toekomst daalde binnenslands tot het nulpunt.

Nelson Mandela realiseerde zich echter dat verdere polarisatie economisch herstel onmogelijk zou maken. Het ANC verlegde de koers en sloot na een aantal bilaterale gesprekken in september 1992 een 'Record of Understanding' met de regering. Ook voor president De Klerk was dit een cruciale politieke wending: in plaats van een anti-ANC-alliantie te bouwen met conservatieve partijen als Inkatha koos hij voor het ANC als belangrijkste gesprekspartner. Het wekte de toorn op van Inkatha-leider Mangosutu Buthelezi, die tot vandaag elke overeenstemming tussen de regering en het ANC van de hand wijst en zich steeds verder buiten 'het proces' is gaan opstellen.

Een serie bilaterale gesprekken en voorbereidende vergaderingen leidde in april dit jaar tot de hervatting van de meer-partijenonderhandelingen. Het forum werd naamloos; nieuwe deelnemers als het linkse Pan Afrikaans Congres (PAC) en de blanke Konservatieve Partij (KP) wilden niets met de Codesa-erfenis te maken hebben. Na de moord op ANC-leider Chris Hani op 10 april eiste het ANC snel resultaat om de ongeduldige achterban onder controle te kunnen houden. Dat leidde tot de vaststelling van de datum voor de eerste algemene verkiezingen: 27 april 1994. Buthelezi verzette zich steeds sterker tegen de combinatie van ANC en Nationale Partij. Hij richtte met zwarte en blanke conservatieve partijen een tegenblok op, de Groep van Bezorgde Zuidafrikanen, later de Vrijheidsalliantie geheten. De gevaarlijke combinatie van zwart en blank nationalisme doemde op. Uiteindelijk stapte de alliantie uit protest uit de onderhandelingen. In gesprekken met de regering legde zij haar eisen voor een federaal dan wel confederaal Zuid-Afrika op tafel. Haar pleidooi om een topontmoeting van leiders te organiseren en opnieuw te beginnen met de onderhandelingen maakte echter geen kans. De regering en de alliantie schoven iets naar elkaar toe, maar te weinig om de interim-grondwet bredere steun te geven.

De deelnemers aan het overleg zijn de laatste twee weken alleen maar doorgekomen dankzij extra vitamine-preparaten. Dag en nacht bereidden politici van ANC en de regering hun compromissen voor. De negentien andere partijen en partijtjes in het onderhandelingsforum mochten er ja tegen zeggen. Gisteren konden president De Klerk en Nelson Mandela het einde van 'het proces' bezegelen als een historisch moment. Net als in mei vorig jaar stokte de besluitvorming bijna bij het punt van de parlementaire meerderheden voor aanname van de grondwet. Maar Zuid-Afrika heeft dan toch zijn eerste non-raciale constitutie. De apartheid is bijna begraven, zij het met beperkte euforie. Want buiten het World Trade Centre overwoog de merkwaardige alliantie van racistische blanken en verongelijkte zwarte leiders haar volgende stap: verkiezingen of verzet?

    • Peter ter Horst