Geslaagd Cum fraude

Ook studenten spieken en frauderen. Soms met ultramoderne middelen: de eerste fraude per semafoon is al geconstateerd. Harde maatregelen blijven meestal uit. 'Veel docenten staan gesjoemel oogluikend toe.'

Richards arsenaal aan tentamentrucs is schier onuitputtelijk. Seinen met tafelpoten. De rekenmachine programmeren. Of een slimmer studievriendje erop uitsturen om de multiple-choice antwoorden achter de stortbak in de wc te plakken. 'Wie niet leren kan, moet sluw zijn'', zegt de derdejaarsstudent economie aan de Erasmusuniversiteit in Rotterdam.

Bij tijd en wijlen wordt de stof hem gewoon 'te veel en te moeilijk''. Dan zoekt hij zijn toevlucht in zijn 'creatieve staaltjes''. 'Ik ben niet geschikt voor de zuivere wetenschap. Maar op die bul heb ik mijn zinnen gezet.''

Sjoemelen is eenvoudig, legt Richard uit. Tijdens massa-tentamens in het sportpaleis Ahoy lopen zo'n vijfentwintig surveillanten rond, waaronder behalve docenten een groot aantal tijdelijkse krachten als herintredende huisvrouwen en gepensioneerde leraren. Met elkaar moeten zij ongeveer duizend studenten in de gaten houden. De examinandi zitten opgevouwen achter klaptafeltjes die amper een meter uit elkaar staan. 'Als ze je dan toch te pakken krijgen moet je wel een sukkel zijn.''

Zodoende is Richard nog nooit gepakt. Nou ja, dat wil zeggen: tweemaal is er een schichtige huisvrouw naar hem toegekomen met de mededeling dat ze had gezien dat hij afkeek. Dat had-ie inderdaad gedaan, maar hij bleef het ontkennen, want hoe willen ze dat nou bewijzen? Uiteindelijk haalde hij een acht - net als zijn buurman. Geen spoortje gewetenswroeging: 'Ik betaal toch voor die studie? En als ik echt leep was begon ik per direct een adviesbureau voor slecht scorende studenten.''

Richard is vooralsnog de dans ontsprongen. Maar dat het voor studenten ook slechter kan aflopen bleek onlangs bij de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden. Een student werd gedwongen zijn inschrijvingsduur te verlengen nadat zijn eindscriptie was afgekeurd omdat hij enkele passages zou hebben overgeschreven. Inmiddels heeft de aankomend leraar Nederlands/aardrijkskunde een kort geding aangespannen tegen de school. Naar eigen zeggen heeft hij geen plagiaat gepleegd. Voor de opgelopen studievertraging eist hij twintig mille schadevergoeding van de hogeschool.

Bij de kladden grijpen

Studeren cum fraude. De universiteiten en hogescholen kijken er allang niet meer van op. Vooral bij de massa-studies als rechten en economie wordt elk jaar een aantal tentamenfraudeurs bij de kladden gegrepen. Harde cijfers worden niet centraal geregistreerd, maar per opleiding bijgehouden door examencommissies. De commissies worden benoemd door het faculteitsbestuur en dienen de fraudeurs af te straffen op basis van een examenreglement, waarvan de 'studentvriendelijkheid' onderling sterk verschilt.

Aan dat verschil liggen uiteenlopende principes ten grondslag. Bij geneeskunde in Leiden bijvoorbeeld, vindt het strenge law and order-model bepaald geen aanhang. Daar geldt het algemene gevoelen dat 'één keer géén keer is'', vertelt prof.dr. H. Kamphuisen. Op fraude wordt niet speciaal gelet, want 'als een student fraudeert, is dat in de eerste plaats zijn eigen verantwoordelijkheid. Dat betaalt zichzelf nog wel terug.'' Bij rechten aan dezelfde universiteit geven ze fraude wèl opsporingsprioriteit, 'omdat de kwaliteit van de bul in het geding is''. Vandaar dat voorafgaand en tijdens tentamens schools en streng wordt gecontroleerd, met zelfs een aparte surveillant in het toilet.

Een steekproefsgewijze rondgang langs diverse examencommissies in den lande leert dat maar weinig studenten op fraude worden betrapt. De juridische faculteit in Leiden (ongeveer zevenduizend studenten) betrapte er vorig jaar drie, de juridische faculteit in Groningen (circa drieduizend studenten) vier. Economie in Rotterdam (achtduizend studenten) constateerde ongeveer tien gevallen van fraude, evenals haar evenknie in Maastricht. En bij de faculteit rechten van de Rijksuniversiteit Limburg (tweeduizend studenten) werden twintig studenten gesnapt.

Wel bestaat het sterke vermoeden dat het verschijnsel in omvang toeneemt. Mr. W. Beurskens, voorzitter van de examencommissie aan de juridische faculteit in Maastricht: 'Ik constateer dat bij ons het aantal studenten dat wordt betrapt op fraude toeneemt. Vroeger hadden we er zo'n tien, nu dus twintig. Van collega's aan andere universiteiten hoor ik hetzelfde. En ik vermoed dat het alleen maar erger wordt. Er is niet alleen een grote anonimiteit, er is nu ook een studiebeurs van vijf jaar, studieduur van zes jaar en daar komt de tempobeurs nog bij. Laatst had ik een mevrouw betrapt met een spiekbriefje. Ze had een druk gezin, ze redde het niet en haar inschrijvingsduur was bijna op. Tja dan gok je op die spiekbrief.''

Eensgezind vermoeden de commissies dat nu in elk geval maar het topje van de ijsberg aan het licht komt. De voorzitter van de examencommissie economie in Maastricht, dr. J. Van Mierlo schat het aantal werkelijke fraudegevallen op zijn faculteit tien keer zo hoog, wat neer zou komen op zo'n honderd gevallen per jaar. Hij baseert zich op verhalen en boze brieven van studenten en docenten. 'Er is een fraudecultuur. De pakkans is veel te klein. Wij zullen onze surveillanten gaan trainen. Want pak je er méér, dan werkt dat ongetwijfeld preventief.''

Spitsvondig spieken

Frauderen komt in alle studiejaren voor en gebeurt bovendien vaak uitermate spitsvondig, ervaren de commissies. Het blijft allang niet meer bij afkijken en smoezen, zwartgeschreven wetboeken en vervalste tentamenbriefjes. Ook worden er met de regelmaat van de klok studenten bij toeval betrapt op plagiaat. Niet geheel verwonderlijk: er bestaat inmiddels een commercieel scriptiebureau in Rotterdam, en open en bloot verschijnen advertenties in dag- en universiteitsbladen waarin studenten vragen om scripties.

Het kan nog gekker. Bij rechten in Tilburg werden tentamenopgaven uit de kluis ontvreemd. In Maastricht werd de voorzitter van de examencommissie economie van tevoren door een anonieme beller getipt dat er die middag antwoorden - die altijd een half uur voor het einde buiten worden opgehangen - per semafoon zouden worden doorgegeven aan een student in de tentamenzaal. 'Het is net als in de echte misdaad'', reageert voorzitter Van Mierlo. 'Zij hebben een voorsprong en wij strompelen er achteraan.''

Het grootste probleem ontstaat op het moment dat een verdachte moet verschijnen voor de examencommissie, nadat de surveillant proces verbaal heeft opgemaakt. Bewijs leveren blijkt geen sinecure: de student is onschuldig zolang niet onomstotelijk vaststaat dat hij heeft gefraudeerd. Vooral zogenaamde 'zachte fraude' als afkijken - waarbij geen 'hard' bewijsmateriaal voorhanden is - valt of staat met de verklaring van de student in kwestie. Studieadviseur drs V. Beerkens van de Rotterdamse economische faculteit, tevens secretaris van een examencommissie: 'Als we niets zwart op wit hebben en de student blijft ontkennen, hoe krom ook, wordt het een welles-nietes spelletje. Dan blijft het bij een vermoeden. Dan kunnen we niets anders dan de student het voordeel van de twijfel geven en hem eventueel waarschuwen voor een volgende keer.''

Overigens werd ook de student met de semafoon in Maastricht uiteindelijk vrijgesproken: de examencomissie achtte fraude weliswaar bewezen, maar de mondige student tekende protest aan bij het beroepscollege van de universiteit, die op haar beurt oordeelde dat het enkele feit dat het werk een frappante gelijkenis vertoonde met het antwoordmodel, geen overtuigend bewijs was.

Straf opleggen

Is de fraude eenmaal bewezen, dan wordt naar inzicht van de examencommissie een straf opgelegd, met één restrictie: in géén geval mag de student van de universiteit worden gestuurd. In de praktijk lopen de sancties op van een berisping en het ongeldig verklaren van het examenonderdeel tot uitsluiting van herkansingen voor ten hoogste een jaar. Dat laatste gebeurt hoogst zelden: alleen in Groningen kan men zich het geval herinneren van een student die voor een jaar werd uitgesloten omdat hij zich bij drie tentamens had bediend van een met behulpzame aantekeningen volgekrabbeld wetboek. Daarnaast maken enkele 'strenge' examencommissies openbaar welke fraude is gepleegd, maar zonder persoonsgegevens van de fraudeur te onthullen, in de hoop dat toekomstige sjoemelaars zich tweemaal zullen bedenken.

De nieuwe Wet op het Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek (WHW,) die sinds september van kracht is, lijkt te zorgen voor een nieuwe complicatie. Daarin ontbreekt een formele grondslag voor sancties tegen fraude die verder gaan dan het ongeldig verklaren van het tentamen. Volgens mr. E. Jaspar, hoofd van het bureau juridische zaken in Rotterdam, maken uitsluitingsmaatregelen namelijk een forse inbreuk op het primaire recht van een student: het recht op onderwijs. Hij weet wel dat sommige examencommissies fraudeurs uitsluiten van een volgende tentamenbeurt, maar daarmee treden zij in een juridische leemte. Als een student daartegen beroep aantekent zullen de colleges van beroep hem naar alle waarschijnlijkheid gelijk moeten geven en de opgelegde maatregelen moeten vernietigen. De rectores en ook Jaspar en zijn collega's elders hebben er al herhaaldelijk, maar nog zonder resultaat, bij het ministerie op aangedrongen deze lacune in de wet te dichten. Jaspar: 'Moet een vervallen verklaring en berisping werkelijk de zwaarste straf blijven die een student formeel opgelegd kan worden? Ik bedoel maar: als hij een ander zijn tentamen laat maken? Als hij voor een tweede keer over de schreef gaat?''

Gefrustreerde docenten

Ondertussen lijken de geringe sanctiemogelijkheden en het bewijsprobleem vooral de docenten in de tentamenzalen te frusteren. Drs P. Van Aalst is zo langzamerhand moegestreden. Hij is universitair docent bij de vakgroep financiering en belegging, die valt onder de Rotterdamse faculteit economie. Bij elke tentamenronde in het sportpaleis Ahoy ziet hij wel een paar studenten spieken. Eénmaal heeft hij geprobeerd een 'spiekzaak' hard te maken. Hij had samen met drie collega's dezelfde student op vier verschillende momenten betrapt op afkijken. De student werd gewaarschuwd, maar daarna nog vier maal gesnapt. Met zijn collega's maakte Van Aalst proces-verbaal op en de zaak kwam voor bij de examencommissie. De student ontkende en kreeg gelijk - ondanks vier getuigenverklaringen.

Van Aalst: 'Dat is min of meer een vrijbrief voor studenten om te spieken: als hij maar blijft ontkennen komt het allemaal wel goed. De examencommissie had fysiek bewijsmateriaal nodig en dat kan bij afkijken nu eenmaal niet. Ik denk dat grofweg een kwart van onze docenten nu zegt: de examencommissie, dat wordt toch niets, ik los het zelf wel op, ik geef de student een één. Maar dat kunnen alleen docenten met overwicht. Verder denk ik dat nog een kwart van de surveillanten de officiële weg bewandelt. Maar ik weet dat ook een hele grote groep het laat lopen en het oogluikend toestaat. Studenten krijgen dat door, en gaat dat eenmaal rondzingen dan is de boot aan.''

Ook voorzitter Van Mierlo van de examencommissie economie in Maastricht zit met het probleem dat hij zijn docenten demotiveert omdat 'ik er niets tegen zou doen''. Regelmatig komt hem ter ore dat een zaak is opgelost met een 'bilateraaltje' tussen docent en student, of dat de docent het met surveillance niet meer zo nauw neemt.

Het liefst zou de voorzitter met iedere student een onderwijscontract tekenen waarin de rechten en plichten van student en instelling zijn vastgelegd met daarin de belofte van studenten niet te frauderen, op straffe van uitsluiting. Veel colleges en universiteiten in de Verenigde Staten hanteren zo'n honour-code. Helaas staat die oplossing op gespannen voet met het Nederlandse beginsel van recht op onderwijs. Dus rest er volgens Van Mierlo niets anders dan de pakkans te vergroten, de sancties aan te scherpen, en enkele fraudevormen systematisch te bestrijden. Waar financieel mogelijk zouden faculteiten minder moeten toetsen met het gesloten vragen systeem. Daarnaast zou een landelijke databank voor scripties de letterroof aanzienlijk kunnen terugdringen, vermoedt hij.

Liever geen NSB-rol

Wie heeft er wat aan als iemand wijsgemaakt wordt dat hij kennis bezit die hij niet beheerst? liet W.F. Hermans professor Dingelam zich afvragen in zijn roman Onder Professoren. Hedendaagse sjoemelende studenten als Richard lijken zich daar niet druk over te maken. Ook hun collegastudenten houden liever hun mond. Pim Langenberg, student medicijnen in Leiden, zou bijvoorbeeld nooit een ander aangeven, ook niet anoniem: 'Dat is toch een beetje een NSB-rol. Ik zie regelmatig dat hier gespiekt wordt en ik denk dat onze faculteit er af en toe wel te laks in is.''

Een bul is een hoop waard, stelt Langenberg nuchter vast. Daarom kan hij zich wel indenken dat studenten zich in de toekomst vaker op tentamenfraude zullen verlaten. Studeren wordt toch steeds meer een struggle for life, met die krappere studieduur en een studiebeurs gekoppeld aan prestaties? 'En of het asociaal is tegenover ons studenten die niet frauderen? Ach ik denk altijd bij mezelf: ze komen zichzelf nog wel tegen. Ik bemoei me liever met mijn eigen zaken.''

    • Wubby Luyendijk