Een mengelmoes van educatie en nostalgie; Het eerste Nederlandse Volkbuurt-museum in Den Haag

Het Volksbuurtmuseum, Hobbemastraat 120, Den Haag. Wo t/m zo van 14-17u. Op dinsdag voor groepen op afspraak. Toegang ƒ 2,50

Als minister Hedy d'Ancona van WVC volgende week woensdag in de Haagse Schilderswijk het eerste Nederlandse Volksbuurtmuseum officieel opent, zullen haar gedachten niet onmiddellijk naar een Paleis voor de Volksvlijt uitgaan. Toch moet bouwmeester Berlage iets dergelijks voor ogen hebben gestaan, toen hij in 1901 een plan voor een Volkspaleis in de Schilderswijk bij het Haags gemeentebestuur indiende. Het Volksbuurtmuseum is namelijk niet alleen een tentoonstellingsruimte, maar ook een binnen- en buitentheater, een cursusruimte, een zestiental woningen, dertien ateliers, een bedrijfsruimte en een panorama-toren.

Toen het plan van Berlage aan het begin van deze eeuw in de ijskast verdween - het tezelfdertijd ingediende plan van Berlage voor het Haags Gemeentemuseum werd overigens wel gehonoreerd - duurde het nog ruim driekwart eeuw voordat John Duivesteijn (43) hetzelfde idee kreeg.

Duivesteijn, toen hoofdredacteur van de wijkkrant 'De Schilderswijker', publiceerde in 1980 een historische serie over 'het wijk'. De reacties van spijtoptanten en andere wijkverlaters stroomden met honderden tegelijk binnen en daarop nam hij het stokje van Berlage over. De afgelopen veertien jaar is Duivesteijn permanent bezig geweest met de oprichting van het Volksbuurtmuseum.

Achteraf bezien zijn diezelfde veertien jaar sinds 1980 voor de oude volksbuurten in Nederland hoogstwaarschijnlijk de meest ingrijpende periode in de geschiedenis geweest. Door de stadsvernieuwing vielen duizenden woningen ten prooi aan de sloperskogel. Daardoor verdwenen niet alleen de huizen maar ook de oorspronkelijke bewoners. Sociale verbanden werden uiteen gereten. De komst van gastarbeiders, vluchtelingen en asielzoekers veranderde definitief het karakter van de volksbuurt in de oorspronkelijke betekenis. Nederland telde op het hoogtepunt ten minste tweehonderd volksbuurten waar omstreeks 1950 zo'n anderhalf miljoen mensen huisvesting vonden. Nog meer mensen hebben maar kort of heel kort in een dergelijke buurt gewoond, zodat zonder overdrijving kan worden gesteld dat de geschiedenis van de volksbuurt de helft van onze bevolking rechtstreeks raakt.

De basistentoonstelling van het museum maakt duidelijk dat de (bevolkings)samenstelling van de arbeiderswijken door de geschiedenis heen permanent aan veranderingen onderhevig is geweest. De boodschap van de tentoonstelling is duidelijk: migratie is niet nieuw en is onlosmakelijk met de geschiedenis van de arbeiderswijken verbonden.

Door de eeuwen heen is het in deze wijken voortdurend een va-et-vient van boeren, burgers en buitenlui. Aan het einde van de vorige eeuw met de opkomst van de industrialisatie en de crisis in de landbouw trokken duizenden uit de provincie naar de grote stad. Daardoor barstten de oorspronkelijke binnensteden al snel uit hun voegen en ontstonden direct aan de randen van de centra arbeiderswijken.

De echte oude arbeiderswijk, met het winkeltje op de hoek, de levendigheid op straat in verband met het ontbreken van tuinen, de zwarte handel, de sociale controle en het ongelooflijk absorberend vermogen voor alle soorten problemen die de samenleving ophoest en afschuift.

Met deze elementen zal de bezoeker in de tentoonstellingsruimte van het spiksplinternieuwe gebouw, naar een high-tech-ontwerp van de Haagse architect Jan Brouwer, worden geconfronteerd. De tentoonstelling is een mix van educatie, nostalgie, voorlichting en geschiedenis. Anders dan bijvoorbeeld het arbeidersmuseum in Kopenhagen, treft de bezoeker in Den Haag geen minutieus nagebouwde stijlkamers uit een arbeiderswoning. Afgezien van een nagebouwde keuken ligt in het Volksbuurtmuseum het accent meer op het verhaal, de geschiedenis van de volksbuurten en hun bewoners. Toch komt ook de naar nostalgie en herinnering zoekende bezoeker ruimschoots aan zijn trekken door de honderden foto's die aan het einde van de tentoonstelling in klappanelen zijn opgehangen.

Het unieke van de basistentoonstelling is dat het feitelijk de start is van een vijftienjarig project waarin het leven en werken van anderhalve eeuw volksbuurt aan de orde zal komen. Thematisch zullen steeds wijzigingen in de opstelling worden aangebracht waardoor uiteindelijk een totaalbeeld van anderhalve eeuw Nederlandse volksbuurt in beeld wordt gebracht.

    • Henk Kool