De herontdekking van een feestzaal in Gouda; Dertien vrouwen vanachter het belang

Het is de droom van iedere kunstminnaar, maar aanvankelijk dacht de baas van café Central aan de grote Markt in Gouda: Help, wat moet ik ermee? Tijdens de renovatie van de feestzaal achter zijn café een jaar geleden ontdekte hij achter oude lagen behang art-deco wandschilderingen.

Café Central, Markt 23, Gouda.

Dertien vrouwenfiguren op linnen kwamen tevoorschijn: beschimmeld, beschadigd en berookt. De een miste een oog, de ander had een scheur van een meter over haar jurk lopen, weer een ander vertoonde schroeiplekken van uitgedrukte sigaretten op haar been. Over een lengte van soms wel zes meter staarden de frêle danseressen frontaal de zaal in, hun gezichten een vage vlek, de springerige driehoeken, vierkanten en ruiten waaruit hun tunica's waren opgebouwd smoezelige vegen.

Onder dikke lagen verweerde verf op het plafond ontdekte eigenaar L. de Groot alweer beschilderd linnen: decoratieve vlakken en rechthoeken, afgewisseld met golvende lijnen. Het witte houtwerk dat de linnen stroken als een carré inkaderde, bleek na voorzichtig krabwerk steenrood.

Restaurateur Theo Elsing van het Nederlands Adviesbureau Monumentenzorg wijst op twee minuscule, maar perfect ronde gaatjes in het plafond. Waarschijnlijk van een luchtdrukpistool, zegt hij. Die heeft hij laten zitten, omdat ze de zaak geschiedenis geven. Het café, dat nu ingeklemd ligt tussen een Chinees restaurant en een winkel met ondergoed, heeft mogelijk al middeleeuwse fundamenten.

De achterbouw met feestzaal, die vanaf de markt gezien schuin afloopt naar de sloot langs de Zeugstraat, is in het begin van de jaren twintig ontstaan. De toenmalige eigenaar, grootvader van de huidige uitbater, nodigde in 1924 de Rotterdamse interieurschilder Pieter den Besten uit om het achterzaaltje te verfraaien. Den Besten, die al betrokken was geweest bij de decoraties in het Amsterdamse Tuschinsky, een aantal theaters in Rotterdam en het uit 1906 daterende H.A.L.-stoomschip Nieuw Amsterdam, besloot van de feestzaal een 'totaalkunstwerk' te maken. Parketvloer, glas-in-loodramen, Tiffany-lampen, de grootste wandschilderingen die Den Besten tot dusverre gemaakt had, en plafondschilderingen vormden een harmonieuze eenheid, waar het volgens oude Goudenaren goed feesten was. Daar droeg het theatertje in de erker achter - nu verdwenen - toe bij.

Bij de houding van de vrouwenfiguren op de muur - aanvankelijk waren het er zestien; drie ervan zijn bij verbouwingen vlak voor de oorlog en in de jaren vijftig (deels) verdwenen - heeft Den Besten zich ongetwijfeld door de can-can danseressen van Toulouse-Lautrec laten inspireren. Wat seksloosheid betreft zijn z'n danseressen typisch Jugendstil. Heupen zijn smal, borsten ontbreken, en alleen het weelderige zwarte, rode of blonde haar en de kersenrode pruilmonden verraden dat we hier met dames te maken hebben. Ook schaduw en perspectief ontbreken. Maar daar houdt de overeenkomst met Jugendstil op. De vrouwenfiguren zijn alleen op sommige plaatsen met krullerige lijnen aangezet. De rest van hun lichaam verdwijnt in ritmisch gekleurde vlakken. Bruine, groene en bordeauxrode vierkanten en rechthoeken worden afgewisseld met gebogen lijnen en flinterdunne stipjes oplichtende goudverf, die samen de werveling suggereren die je met theater en dans associeert. Het is de overgang van Jan Toorop naar Bart van der Leck en het kubistisch werk van Mondriaan die hier zichtbaar wordt.

Theo Elsing is vanaf januari dit jaar bij de renovatie betrokken geweest. Hij kwam net op tijd om de parketvloer en de schilderingen te redden, zegt hij. Het concept van het interieur - ontworpen door het huisstijl-bureau van bierleverancier Heineken - stond toen eigenlijk al vast. De oorspronkelijke lichtkoepel van glas-in-lood was al door een modern dak van glasaluminium vervangen. Het meubilair - veel riet en hout - was al besteld, de tap, die er van oorsprong nooit had gestaan, al geplaatst, de oude lampjes aan de muur vervangen door 'een compromis' op kunstplaat.

Een totaalkunstwerk, zoals Den Besten dat in gedachten had, kon Elsing niet van de zaal maken en dus concentreerde hij zich op de ruim honderd vierkante meter schilderingen. Hij koos, gezien het beperkte budget van de eigenaar en de krappe subsidiekas van de gemeente, voor 'een terughoudende restauratiemethode'. “De schilderingen hoeven er niet als nieuw uit te zien,” zegt Elsing en hij wijst op plekken in het linnen aan waar de olieverf craquelleert of zelfs weg is. “Ik ben uitgegaan van een conserverende aanpak, die de geschiedenis van het linnen laat zien. Vergaande retouches heb ik achterwege gelaten en alleen de grootste beschadigingen minder opvallend gemaakt. De lichtgele randen bijvoorbeeld heb ik zo gelaten, ook al hadden die oorspronkelijk een grijswitte kleur. Als je dat tot op het bot gaat schoonmaken, blijft er niets van het schilderij over.”

Het linnen is heel voorzichtig op rollen van de muur gehaald, naar de werkplaats in Schoonhoven gebracht, en daar geïmpregneerd en schoongemaakt. Elsing heeft de schilderingen alleen aan de zijkanten opnieuw bedoekt. Het grootste deel van het textiel is echter verstevigd met Mowilith, een reversibel polyvinyl-acetaat. Het bindmiddel is oplosbaar in alcohol en bij eventuele latere restauraties weer weg te halen. Een affaire als die rond de Amerikaanse Barnett Newman-restaurateur Goldreyer wilde Elsing vermijden.

De totale renovatie van de feestzaal, die door de gemeente Gouda is aangemeld als Rijksmonument, heeft ruim een ton gekost. Daarvan nemen de wand- en plafondschilderingen ongeveer dertigduizend gulden voor hun rekening. “Dat is 40 procent minder dan de eerste ramingen voor de schilderijen bedroegen die niet van een terughoudende aanpak uitgingen,” zegt Elsing. Hij beschouwt de restauratie van Den Bestens werk dan ook als een statement. “Daar moet WVC in het kader van het Deltaplan maar eens over nadenken.”

    • Lucette ter Borg