Billen op je bord

Gymmen tijdens de vlucht, lichtkuren, een pikdonker zoutbad, weinig of juist veel drinken: de juiste remedie tegen de jetlag is nog niet uitgevonden. Of het moeten de toeristen-maaltijden aan boord zijn. Maar die benemen je iedere lust tot eten, of wekken, eenmaal gegeten, de indruk nooit genuttigd te zijn. Met een ontbijtpakket bestaande uit een homp brood, een hardgekookt ei en een kopje oploskoffie kom je de Russische toendra ook wel over, evenals met een heupflacon whisky over Amerika's Mid-West.

Plastic bakjes. De betere luchtvaartmaatschappijen als de KLM hebben er gelukkig een metalen bestek bij, maar in het voormalige Oostblok is het van plastic en zo lijkt het eten ook te zijn. Maar hoewel je weet wat de pot schaft - meestal kipfilet of een lapje gerookte zalm - kijk je er altijd toch een beetje naar uit: flesje wijn, knieeën tegen de stoel van de medereiziger voor je, en dat nipte en wankele klaptafeltje met de uitsparing voor het glaasje wijn, whisky of bronwater. En dan met wisselend genoegen de billen van steward of stewardes die langs je strijken in het smalle gangpad aan de ene kant en de spastische gebaren aan de andere kant van je medepassagier in zijn pogingen het hemelse gerecht aan het (botte) mes te rijgen.

Hoe zou het toch komen dat je niet alleen niet proeft wat je eet, maar dat je na het eten ook onmiddellijk het gevoel kwijt bent dat je iets hebt genuttigd. Men zou er een diëtist of andersoortige voedingsdeskundige eens naar moeten vragen. Komt het door de druk in de cabine op 9000 meter hoogte of is het hele vliegwezen inderdaad alleen maar lucht: veel aplomb voor veel geld? De prijs voor een retourtje Boekarest (midden in de week bij de KLM 3049 gulden, bij de Roemeense maatschappij Tarom daarentegen 637 gulden; vandaar waarschijnlijk het metalen respectievelijk plastic bestek) staat in ieder geval in geen verhouding tot de kwaliteit van de maaltijden: voor dat geld zou men op z'n minst een chateaubriand mogen verwachten, vergezeld van een Chateau Neuf du Pâpe 1953, te genieten in een ruim bemeten zetel met tenminste twee obers achter je.

Een gefrustreerde doch gelaten luchtreiziger, overgeleverd aan de grillen van een luchtvaartmaatschappij, die je hele lot in handen heeft tot aan de erbarmelijke kwaliteit van het voedsel toe, dat smaakt als de hete natte lap, die sommige luchtvaartmaatschappijen après diner geven om lip, kinnebak benevens hemd en broek te reinigen.

    • Max Paumen