Verouderde Cocom houdt het voor gezien

WASSENAAR, 17 NOV. De Cocom is op sterven na dood. De organisatie die er 43 jaar lang voor waakte dat er geen 'strategisch gevoelige' goederen in (ex-) communistische landen terechtkwamen, luidde gisteren in een Wassenaars kasteeltje haar eigen einde in. Uiterlijk 31 maart 1994 wordt de Cocom opgeheven; ervoor in de plaats komt een organisatie die zich zal bezighouden met controle van export naar nieuwe 'gevoelige landen' en waarvan voormalige vijanden van de Cocom als Rusland en China vermoedelijk prominente leden zullen zijn.

De opheffing van de Cocom - voluit Coordinating Committee for Multilateral Export Controls, bestaande uit de 16 Navo-landen (behalve IJsland), Australië en Japan - komt allerminst als een verrassing. Door de politieke en economische toenadering tussen Oost en West was Cocom, in 1950 opgericht als barricade tegen de communistische dreiging, volledig uit de tijd geraakt. Dialoog en samenwerking zijn niet te rijmen met de stricte exportverboden van de Cocom, zo viel al jaren te beluisteren in met name West-Europa. Bovendien, zo meende Europa, zou een kleinere lijst met verboden exportgoederen een aardig gebaar zijn naar het opkrabbelende Oost-Europa, een idee dat steeds van harte is gesteund door het (noodlijdende) bedrijfsleven. En verder, zo voerden Cocom-critici aan, was de lijst verouderd: 'strategische goederen' als computers zijn inmiddels gewoon te koop in de voormalige communistische landen.

Maar aangezien de spanning in de wereld momenteel niet bepaald afneemt, is er wel degelijk behoefte aan een nieuw soort Cocom, maar dan in een eigentijds jasje, zo werd in Wassenaar onderstreept. “De noodzaak van de Cocom is niet langer aanwezig”, zei F.A. Engering van het ministerie van economische zaken, tevens de Nederlandse vertegenwoordiger bij belangrijke Cocom-vergaderingen, gisteren. “Maar met de huidige problemen in de wereld blijft het goed om export te controleren.”

Hoewel de 'nieuwe vijanden' van de vrije wereld gisteren niet met name werden genoemd, is wel duidelijk dat de opvolger van Cocom zich zal richten op landen als Iran, Irak, Cuba, Libië en Noord-Korea. De nieuwe organisatie krijgt echter een 'open karakter', zo onderstreepte Engering: geen vaste doel-landen, maar een wisselende lijst van landen waarvan op een bepaald moment dreiging uitgaat.

Niet bekend

Tot maart volgend jaar zullen drie werkgroepen zich buigen over de vorm en inhoud van de nieuwe organisatie. Wel is al besloten dat de lijst met verboden exportgoederen korter wordt dan die van de Cocom.

Dat de Cocom het zo lang heeft volgehouden is vooral te danken aan de Amerikanen. Zolang het Warschaupact nog bestond en China volksprotesten bloedig onderdrukte, vormden de (ex-)communistische landen een bedreiging, zo redeneerde Washington. In juni 1990 werd weliswaar besloten een kwart van de 130 produkten op de Cocom-lijst te schrappen en Hongarije en Tsjechoslowakije te omarmen, van opheffing was nog geen sprake. In datzelfde jaar nog verklaarde Engering dat opheffing “nog lang niet aan de orde is” en dat “we allemaal inzien dat Cocom er moet zijn, ook nu nog”.

In de jaren daarna groeide in het Westen het besef, vooral door de houding van Irak in de Golfoorlog, dat militaire dreiging van heel andere kanten kwam. Pas het laatste half jaar is serieus gedacht aan opheffing van de Cocom, aldus welingelichte bronnen. “Niet zozeer omdat het opheffen zo lang duurde, alswel omdat het oprichten van een nieuwe organisatie goed moet worden voorbereid.”

In januari komen de Cocom-leden bijeen om de laatste hand te leggen aan de nieuwe organisatie.