Startschot voor finale van wereldhandelsbesprekingen

De Mexicaanse dichter en Nobelprijswinnaar Octavio Paz noemde goedkeuring van de Noordamerikaanse vrijhandelsovereenkomst (NAFTA) tussen de VS, Canada en Mexico onlangs een stap in de opbouw van “een echte internationale orde”. Met gevoel voor dramatiek sprak hij in een commentaar zelfs van “een antwoord op de verschrikkelijke uitdaging van dit historisch moment, verscheurd te worden door de wedergeboorte van de meeste woeste vormen van nationalisme”.

Andere commentatoren zien de stemming komende nacht in het Huis van Afgevaardigden over NAFTA als de allereerste gelegenheid voor politici de plaats van de Verenigde Staten in de wereldeconomie te bepalen sinds de ineenstorting van het communisme. Eén ding is in elk geval duidelijk. Er staat met NAFTA veel meer op het spel dan een simpele overeenkomst tussen drie landen over het wegnemen van de onderlinge handelsbarrièrres.

De wereld zal de komende maand vooral in het teken staan van de handelsbesprekingen. Eind deze week komen in Seattle de regeringsleiders van de landen rond de Stille Oceaan bijeen voor de eerste topconferentie van de Asia-Pacific Economic Cooperation (APEC), waar de economische betrekkingen tussen de VS en de Aziatische landen hoog op de agenda staan. Intussen gaan de harde onderhandelingen tussen de belangrijkste handelsblokken, in het bijzonder de VS en de EG, over liberalisering van de wereldhandel door in het kader van de GATT (Algemene Overeenkomst over Tarieven en Handel). In de aanloop naar de APEC-bijeenkomst viel zowel uit Washington als Brussel al enig tromgeroffel te horen. Van Amerikaanse zijde wordt gezegd dat APEC een alternatief voor de GATT kan worden, indien de wereldhandelsbesprekingen mislukken. Functionarissen in Brussel wijzen deze “chantage” van de hand.

De GATT-onderhandelingen moeten uiterlijk 15 december hun bekroning vinden in een veelomvattend wereldhandelsakkoord. Op die datum loopt immers het onderhandelingsmandaat af dat het Amerikaanse Congres aan de president heeft verleend.

De stemming over NAFTA is feitelijk het startschot voor de finale van de wereldhandelsbesprekingen, ook wel aangeduid als 'Uruguay-ronde'. Ofschoon NAFTA en GATT strikt genomen niets met elkaar te maken hebben, menen onderhandelaars in Genève dat een positieve uitslag in het Huis van Afgevaardigden president Clinton het gezag en dus de speelruimte zal geven om tot een GATT-akkoord te komen. Of het omgekeerde ook waar is, namelijk dat een afwijzing van NAFTA de kansen op een GATT-akkoord reduceert, is onzeker. Feit is dat de GATT bij het Amerikaanse Congres minder gevoelig ligt dan NAFTA.

Directeur-generaal Peter Sutherland van de GATT toonde zich onlangs somber over de gevolgen van een afwijzing van NAFTA. “Als de protectionisten bloed hebben geroken, bijten ze door.” Om duidelijk te maken waar dat toe kan leiden riep Sutherland de ontstaansgeschiedenis van de GATT nog maar eens in herinnering. De GATT kwam vlak na de Tweede Wereldoorlog tegelijk met de Wereldbank en het Internationale Monetaire Fonds (IMF) tot stand. Het was een antwoord van de leiders van toen op de economische crisis die de hele wereld eind jaren twintig en begin jaren dertig in zijn greep hield. Een omvattend wereldhandelsakkoord zou pas werkelijk recht doen aan de bedoelingen van destijds.

Of de 'Uruguay-ronde' een succes wordt, zal vooral afhangen van de politieke wil en durf van de leiders van nu. De tijd dat handelsbesprekingen een zaak waren van louter technici is voorbij. Handelsbetrekkingen zijn sinds het einde van de Koude Oorlog meer dan ooit bepalend voor de machtsverhoudingen. Wereldeconomie is daarmee meer dan ooit ook wereldpolitiek.

De meeste leiders zijn ervan overtuigd dat een wereldhandelsakkoord de grootste economische impuls geeft, die zeker de door recessie getroffen industrielanden nodig hebben. Maar wie doet welke concessie? En wie durft het electoraat te trotseren, nu de sociale crisis om zich heen grijpt?

    • Hans Buddingh'