St. Louis speelt all American

Concert: St. Louis Symphony Orchestra o.l.v. Leonard Slatkin m.m.v. James Galway, fluit. Programma: S. Barber: Eerste symfonie; W. Bolcom: Lyric concerto; C. Baker: Shadows; G. Gershwin: An American in Paris. Gehoord: 16/11 Concertgebouw Amsterdam.

Bij de serie 'Wereldberoemde orkesten' in het Concertgebouw is het soms de vraag of de orkesten al vóór hun Amsterdamse optreden wereldberoemd waren of dat zij juist wereldberoemd willen worden door hun optreden in het wereldberoemde Concertgebouw. Het Amerikaanse St. Louis Symphony Orchestra dat gisteravond in het Concertgebouw was te horen, hoort zeker niet in de categorie 'wereldberoemd' zoals de orkesten uit Berlijn, Wenen, Amsterdam, Londen, New York, Boston, Cleveland en Chicago. En de solist, de Ierse fluitist James Galway, is ook veel wereldberoemder dan Leonard Slatkin, al jaar en dag de dirigent in St. Louis.

Op aandrang van het Concertgebouw was het programma van het competent spelende orkest, dat een drieweekse Europese tournee maakt, all American. Op dat gebied hebben St. Louis en Slatkin inderdaad faam. Puur muzikaal was het kwalitatieve gehalte daarvan meestal weinig bijzonder: de Eerste symfonie (1936) van Samuel Barber is op zijn best onderhoudend en contrastrijk te noemen. Het Lyric concerto, door William Bolcon vorig jaar geschreven voor James Galway, is epaterend en niet eens erg virtuoos maakwerk met een groteske klompendans en een supergevoelig Memory-deel: de hoogste viooltonen en de laagste bassen begeleiden héél zacht de fluit van Galway.

Het leek wel een schoolconcert en toen het na de pauze iets dieper leek te gaan in Shadows van Claude Baker - de bij deze uitvoering aanwezige huiscomponist van het orkest - begon het publiek dan ook meteen te klieren. Shadows (1990) bestaat uit vier 'muzikale haiku's' die op Webern-achtige wijze beknopt en broos zijn. De 'moderniteit' ervan is eigenlijk ouderwets: citaten van Mahler, Britten en Strawinsky. Sommige luisteraars begonnen al snel demonstratief hard en frequent te hoesten en tussen de korte delen door werd langdurig en luidruchtig gekletst, zodat Slatkin een keer niet eens kon inzetten. Pas toen alleen nog maar Mahler klonk (de slotmaten van de Kindertotenlieder en van Das Lied von der Erde) was de zaal weer stil.

Gershwins An American in Paris bleek uiteraard de showstopper, die nog drie Amerikaanse toegiften opriep: Bernsteins ouverture Candide, een Promenade van Gershwin en een stukje Rodeo van Copland.

    • Kasper Jansen