Reparatiewerven zien orders dalen

ROTTERDAM, 17 NOV. De reparatie van zeeschepen bij Nederlandse werven is dit jaar sterk teruggelopen. De totale omzet van de Nederlandse scheepsreparatie zal naar schatting dit jaar hooguit uitkomen op 550 miljoen gulden, een teruggang ten opzichte van 1992 van 10 tot 15 procent. Dit heeft de Vereniging Nederlandse Scheepsbouw Industrie (VNSI) op haar jaarvergadering bekend gemaakt.

VNSI-voorzitter ir. W.J. ter Hart was op de scheepsbouwbeurs Europort in de Amsterdamse RAI iets optimistischer wat betreft de nieuwbouw van schepen. In de eerste negen maanden van dit jaar werd al voor 700 miljoen gulden aan nieuwe orders afgesloten en de verwachtingen voor de rest van het jaar zijn hooggespannen. Ook vorig jaar haalden de werven voor een miljard aan orders binnen.

Nederland is sterk in het bouwen van gecompliceerde en hoogwaardige schepen, ook in vergelijking met andere Westeuropese concurrenten. Daarmee heeft Nederland een goede keus gemaakt omdat daardoor de scheepsbouw toekomst heeft, aldus Ter Hart. Standaardprodukten maken kan iedereen en daarmee is er altijd wel iemand goedkoper dan in Nederland. Nederland neemt een derde plaats in de Westeuropese scheepsbouw in na Duitsland en Denemarken. Nederland heeft de grootste produktiviteit per manuur, wereldwijd de hoogste na Japan.

Niettemin vertoont de vraag naar nieuwe schepen in Europa al geruime tijd een dalende lijn. In 1988 werden in Nederland nog 88 nieuwe schepen gebouwd. Vorig jaar was dit aantal al bijna gehalveerd tot 48. Ter Hart deed derhalve een dringend beroep op de Nederlandse overheid om met een nieuw steunplan te komen voor de Nederlandse scheepsbouw, die in het buitenland hoog staat aangeschreven. Dit jaar keerde de overheid ongeveer 50 miljoen gulden aan ordersteun uit aan de Nederlandse werven.