Rembrandts in VS zijn al jaren omstreden

ROTTERDAM, 17 NOV. De drie Rembrandts, waarvan de authenticiteit nu betwijfeld wordt door de eigenaar, de National Gallery of Art in Washington, zijn 25 jaar geleden al min of meer afgeschreven door de Nederlandse kunsthistoricus H. Gerson. Dat blijkt uit 'Rembrandt: the complete edition of the paintings', de door Gerson gereviseerde uitgave van A. Bredius (Londen, Phaidon, 1969). Ook de kunsthistorici Ernst van de Wetering, jaren achtereen lid van het Rembrandt Research Project, en Gary Schwartz, Rembrandt-specialist, hebben decennia lang al hun twijfels over de echtheid van de drie betrokken schilderijen: Jozef door Potifars vrouw beschuldigd, Vrouw met anjer en Oude vrouw met boek.

Arther Wheelock, conservator van de National Gallery in Washington, betoogde deze week dat de drie doeken niet door Rembrandt zelf, maar door diens leerlingen geschilderd zijn. Temeer daar Gersons afschrijvingen destijds al weinig weerstanden van collega's ontmoetten, “kan de actie van de National Gallery of Art niet als een staaltje van grote wetenschappelijke durf worden gekenmerkt”, meent Gary Schwartz. Of de portretten wel of niet van Rembrandt zijn, vindt Schwartz kunsthistorisch niet belangrijk. Hij ziet liever onderzocht in welke mate Rembrandt bij veel van zijn schilderijen met zijn meer dan honderd leerlingen samenwerkte. “Wat betekenen de verschillen in detail en de kwaliteitsverschillen voor ons begrip van Rembrandts werkwijze?”

Ernst van de Wetering van het Rembrandt Research Project, dat sinds 1968 onderzoek doet naar de echtheid van de aan Rembrandt toegeschreven werken, weet niet hoeveel schilderijen uit de collectie van de National Gallery ten onrechte aan Rembrandt zijn toegeschreven. “Het zijn er meer dan drie. Op de vraag of het er minder dan tien zijn zeg ik liever niets.”

De National Gallery of Art beschikt bezit zo'n twintig werken van Rembrandt, de grootste Rembrandt-verzameling in de Verenigde Staten. Aangezien deze deelcollectie grotendeels is samengesteld uit schenkingen en legaten, is het Amerikaanse museum huiverig de echtheid van een schilderij in twijfel te trekken. Wanneer de authenticiteit van een doek ter discussie wordt gesteld, wordt tenslotte ook aan de deskundigheid van de schenker getwijfeld. De collectie telt daardoor “nogal wat optimistische toeschrijvingen”. De uitlatingen van de conservator zouden de eerste stap kunnen zijn op weg naar een wat realistischere benadering, aldus Van de Wetering.