Rainer Fassbinder en de herwaardering van het melodrama

Fassbinder. Retrospectief op het werk van Rainer Werner Fassbinder. Amsterdam, Rialto; Utrecht, 't Hoogt; Eindhoven, Plaza Futura. Vanaf volgende week ook in andere steden.

In de inleiding van het boekje dat Filmtheater 't Hoogt uitgeeft ter gelegenheid van een retrospectief op het werk van regisseur Rainer Werner Fassbinder (1945-1982), wordt gesteld dat hij direct na zijn dood een mythe werd. Te verdedigen valt ook de opvatting dat die mythe al veel eerder geboren werd. Het duizelingwekkende werktempo van Fassbinder - veertig lange speelfilms in vijftien jaar, waarvan de 23 bekendste in dit programma te zien zijn - leidde bij voorbeeld tot de misvatting dat hij slordig filmde. Gehaast was Fassbinder wel, maar de grootste verrassing bij het (her)zien van zijn films is dat de meeste films zo zorgvuldig geconcipieerd zijn, zij het niet altijd perfect afgewerkt.

Zoeken naar de betekenis van Fassbinder elf jaar na zijn dood is niet zo moeilijk. Evident is dat hij ons, zijn publiek, rijp maakte voor een (her)waardering van het melodrama, verguisd door moderne, progressieve intellectuelen van de jaren zeventig. Ook vergastte hij een breed publiek op ongemakkelijke inzichten in de Duitse geschiedenis, vooral in de historische tetralogie van nazi-tijd tot de culminatie van het Wirtschaftswunder (Lili Marleen, Die Ehe der Maria Braun, Lola, Die Sehnsucht der Veronika Voss). Fassbinder confronteerde het toen nog volop in utopieën gelovende publiek met inconsequenties, met het faillissement van links (Die dritte Generation) en met de continuïteit van racisme en fascisme. Vooral dat laatste was moeilijk te verstouwen voor de 'zachte zeventigers'. Fassbinders harde waarheden en inzicht in de dubbele moraal werden vaak op inhoudelijke gronden verdrongen. Nu zijn de films, waarin hij het alledaagse, gewelddadige racisme, als geïnternaliseerd principe inpepert, bijna profetisch geworden: Angst essen Seele auf, Der Händler der vier Jahreszeiten, Deutschland im Herbst.

Ten onrechte ontbreekt in het retrospectief Fassbinders meesterwerk, de televisieserie Berlin Alexanderplatz, het eindpunt van zijn jarenlange identificatie met Alfred Döblins romanfiguur Franz Biberkopf als beul èn slachtoffer, held èn verliezer tegelijkertijd.

De werkwijze van Fassbinder in zijn beginjaren, met de vaste troupe van het anti-theater, heeft ook navolging gevonden, in Nederland bij voorbeeld in de snelle dadendrang van ongeduldige fimers als Paul Ruven en Ian Kerkhof. Achteraf bezien hebben die vroege Fassbinder-films de tand des tijds waarschijnlijk het slechtst doorstaan. Op de rest kan men nog blind vertrouwen, al zijn ze me niet allemaal zo dierbaar als het bijna onverdraaglijke In einem Jahr mit 13 Monden, het woedende Satansbraten, het Godard-achtige Chinesisches Roulette of het cynische Mutter Küsters Fahrt zum Himmel (moet beter geworden zijn zonder het actuele schuldgevoel van toen over de impotentie van links). Een onvoorbereide kijker kan het best beginnen met een tijdloze stijloefening als Fontane Effi Briest. Maar eigenlijk hoort een beetje cinefiel de hele canon te hebben gezien.