Nieuwsgierige blikken voor Morozevitsj

TILBURG, 17 NOVEMBER. In de schaduw van zijn grote idool Anatoli Karpov, die zijn entree maakte in het Interpolis Wereldschaaktoernooi in Tilburg met een uiterst benauwde remise tegen Romanisjin, zat ook Alexander Morozevitsj zich krampachtig vast te bijten in een slechte stelling.

Het handschrift van de zestienjarige Moskoviet was nog steeds onberispelijk, maar het smalle gezicht zag pips. Ook hij begreep wel dat zijn onbewogen ijsberende trainer Vladimir Joerkov hem spoedig zou vertellen dat een fortuinlijke ontsnapping met wit tegen Van Wely weinig zou bijdragen aan de hem vooruitgesnelde faam. Natuurlijk kon hij er zich op beroepen dat de Nederlander ervarener is en de grootmeestertitel al geruime tijd op zak heeft, maar dat is geen excuus voor een Russisch talent dat door menig landgenoot als mogelijke opvolger van Kasparov wordt getipt.

Alexander Morozevitsj is de grote onbekende over wiens bijzondere gaven met enige opwinding wordt gefluisterd in de wandelgangen van het Tilburgse toernooi. Zelfs geen onscherpe zwart-wit foto was hem vooruitgereisd en vol nieuwsgierigheid proberen de kenners zijn verschijning in hun geheugen te prenten. Erg opmerkelijk is die verschijning niet. Iedereen die wel eens in het voormalige Oostblok heeft gereisd zou een goede kans maken wanneer hij de grootmeester-in-spe op de gok zou moeten uittekenen. Een fletse imitatie-spijkerbroek, het obligate acryl trainingsjasje over het nondescripte hemd, en een bleek gezicht onder piekerig haar dat op het achterhoofd nog de afdruk van zijn kussen laat zien.

Zijn uitstraling tijdens de partij lijdt niet onder zijn bescheiden garderobe. Met grote regelmaat kijkt Morozevitsj in alle rust om zich heen, nieuwsgierig naar de wijze waarop naar hem gekeken wordt. Het is een van de trekjes die zijn trainer Joerkov liever niet zou zien. Joerkov, die ooit furore maakte als trainer van Andrei Sokolov, voorspelt zijn nieuwe pupil een gouden toekomst, mits hij erin slaagt zijn onrustige en impulsieve gedrag onder controle te krijgen.

Vier jaar geleden begon Morozevitsj in de Petrosian schaakschool in Moskou met Joerkov te werken. Twee jaar later, op veertienjarige leeftijd, verblijdde de leerling zijn leermeester al met een klinkende overwinning in het Moskouse seniorenkampioenschap. Begin dit jaar drong zijn naam in het Westen voor het eerst door in bredere kring. In het Russische zonetoernooi in Sint Petersburg kwam hij een half puntje te kort om beslag te leggen op een van de vier plaatsen voor het Interzonale toernooi in Biel. Het was een bittere pil voor de ambitieuze jongeling, temeer omdat hij het slachtoffer werd van een onfris staaltje handjeklap. Tot op de laatste dag leek Morozevitsj op weg naar plaatsing voor Biel. Alles hing af van een partij tussen Drejev en Roeban. Bij remise zou Morozevitsj gelijk eindigen met Drejev, maar zich kwalificeren op grond van zijn weerstandspunten. Op dat moment bleek de status van Drejev die al eerder tot de kandidatenmatches doordrong zwaarder te wegen dan de hoop van het jeugdige talent. In een stelling waarin geen van beide spelers met goed fatsoen een zettenherhaling uit de weg kon gaan, wisselden Drejev en Roeban enkele woorden voordat Roeban op winst besloot te spelen en verloor.

Morozevitsj troostte zich met zijn eerste grootmeesterresultaat en voegde er enkele maanden later op de Krim een tweede aan toe. In Tilburg zal hij het niveau van zijn partijen danig moeten opschroeven om het respect dat hij al bij gerenommeerde collega's geniet niet te beschamen. Zo merkte Barejev bij het zien van de loting voor de tweede ronde meelevend op: “Arme Van Wely.” Na de partij was Morozevitsj zelf de eerste om toe te geven dat hij bedroevend slecht gespeeld had. “Alleen omdat Van Wely dacht gemakkelijk te winnen, kon ik uiteindelijk remise maken.”

Als het van zijn werklust en passie afhangt zal de nerveuze belofte ongetwijfeld snel rijpen tot een evenwichtigere speler. Gevraagd naar de favoriete schaaklectuur van zijn oogappel antwoordde Joerkov met grote voldoening: “Hij vreet alles.” Morozevitsj zelf gaf een beknopte samenvatting van wat hem zoal buiten schaken bezig houdt. Met een blik alsof hij net een beetje een domme vraag had gehoord sprak hij beslist: “Niets!”

    • Dirk Jan ten Geuzendam