Nederlandse producent maakt 'Amerikaanse' film in Londen

The Young Americans. Regie: Danny Cannon. Met: Harvey Keitel, Viggo Mortensen, Iain Glen, Thandie Newton. In: Amsterdam, Kriterion 1 en The Movies 2; Scala, Nijmegen.

Aan het rijtje van in het buitenland aan de weg timmerende Nederlandse filmproducenten kan sinds kort die van Paul Trijbits toegevoegd worden. Begin jaren tachtig vertrok Trijbits naar Londen om film te studeren. Hij produceerde voor All Arts een film over het maken van Peter Greenaway's Drowning by Numbers en twee niet helemaal onopgemerkt gebleven, bescheiden genre-films van Richard Stanley, Hardware en Dust Devils. Zijn eerste echte succes is The Young Americans, een misdaadthriller van de debuterende, 26-jarige Engelsman Danny Cannon.

Hoewel Cannon als regisseur van enig talent getuigt, liggen de verdiensten van The Young Americans vooral aan de produktiekant: het is een handige mix van een Amerikaans aandoend verhaal, dat in het scenario beide kanten van de Atlantische Oceaan organisch samenbrengt, met behoud van een Engelse sfeer en twee Amerikaanse sterren: Harvey Keitel als een Newyorkse rechercheur van de narcoticabrigade, die de nog niet helemaal aan de nieuwe tijd gewende Londense collega's assisteert in het stuiten van de opmars van de georganiseerde Amerikaanse misdaad, gepersonifieerd in een oude tegenstander (Viggo Mortensen). Deze recruteert kruimelboefjes door ze een vaderlijke hand toe te steken, met de opdracht de Britse drughandelaren om zeep te helpen.

Als confrontatie tussen de oude en de nieuwe onderwereld overtuigt The Young Americans niet helemaal, omdat we, ook door Engelse misdaadfilms als The Long Good Friday, Mona Lisa en The Krays, kunnen vermoeden dat die goedhartige gangsterbazen die op zaterdag bij Arsenal zitten ook geen lieve jongens zijn. Aardig is wel het subthema van de misdaad als substituut-familie: al die gebroken gezinnen vinden een pendant in de voortdurend vergeefs met zijn ex-vrouw telefonerende Keitel. Voor de alom aanwezige Keitel is dit een beetje een routineklus, maar het is geen straf hem in zo'n rol bezig te zien.

Cannon weet zijn film visueel aantrekkelijk te maken door het gebruik van het brede scope-formaat. Het geweld, dat volgens het verwachtingspatroon van het jonge publiek niet kinderachtig wordt gedoseerd, is redelijk stijlvol verbeeld. Ook de snoeiharde muziek in de nachtclubs, de achtergrond van de drugscene, past goed bij het zenuwachtige ritme van de film. Vanwege de couleur locale ontbreken vertrouwde elementen als een begrafenis, een Ierse bruiloft en de dikdoenerij van machteloze politiebonzen niet, terwijl het toeristische Londen met rode dubbeldekkers en groene parken weldadig plaats maakt voor de Amerikaanse visuele clichés van duistere getto's, nat asfalt en beton. Keitel krijgt zelfs de woorden in de mond gelegd dat de hele wereld uiteindelijk een pot nat begint te worden.

Producent Trijbits doet daar z'n voordeel mee; als dat nu eenmaal het geval is, waarom zou je dan geen film maken - nota bene gesubsidieerd door Europese steunfondsen - die door de oppervlakkige kijker voor Amerikaans versleten kan worden, desnoods met behulp van het dwaalspoor van de titel? Engeland biedt jonge, creatieve ondernemers, die weinig affiniteit hebben met kunstzinnige films, de kans om eervol wat geld te verdienen.

    • Hans Beerekamp