Militaire operatie die verloopt als een gewone supportersreis

AMSTERDAM/POZNAN, 17 NOV. Het had vooraf veel weg van een militaire operatie. Strak geregisseerd van vertrek tot aankomst. Met grote voorzorgsmaatregelen om problemen te voorkomen. Variërend van geen bier in de bus tot een speciaal onderkomen bij het stadion. Maar al om twee uur 's nachts verkoopt de chauffeur blikjes pils aan de passagiers en vanmorgen na aankomst in Poznan trokken de Oranjesupporters onmiddellijk het centrum van het Poolse provincieplaatsje in waar ze rond het middaguur met hun petjes, sjaals, overalls, gezang en geschreeuw voor een vrolijke noot zorgen.

De grootste verplaatsing ooit van voetbalsupporters voor een kwalificatieduel van het Nederlands elftal verloopt vlotter dan verwacht. Geen stakende vrachtwagenchauffeurs die de grensovergang tussen Duitsland en Polen blokkeren, geen langdurige paspoortcontroles. De vooruitgereisde medewerkers van de reisbureaus hebben de verplichte belastingen al betaald, de lijsten met namen en paspoortnummers al afgeleverd en kennelijk nemen de douanebeambten er genoegen mee.

Zo'n veertienduizend voetbalfans zijn naar Polen gereisd om er vanavond de belangrijke wedstrijd van het Nederlands elftal tegen Polen, voor Oranje beslissend over kwalifcatie voor het WK voetbal volgend jaar in de Verenigde Staten, bij te wonen. Er waren, ondanks waarschuwingen van de Nederlandse voetbalbond, kaarten genoeg. Iedereen kan het meemaken.

Behalve de negenjarige Janno Wals. Hij neemt dinsdagavond in de bus huilend afscheid van zijn vader. Bus 34 vertrekt om 21.30 uur van het centraal station in Amsterdam naar Pozan. Janno kijkt vanavond televisie.

Tweeduizend voetbalfans vlogen vandaag op en neer naar Poznan, minimaal 6700 maakten gebruik van georganiseerde busreizen, ongeveer zesduizend fans reisden op eigen gelegenheid: met bussen, busjes, of auto's.

“Ik neem mijn zoon zeker een keer mee, maar hij is nog te jong. Ik heb gezegd dat ik er voor mijn werk - lichtreklame - heen moest en daarna naar de wedstrijd ga kijken”, vertelt vader Jan.

Het is negen uur 's morgens, de bus is net de Poolse grens voorbij. Jan tilt veelbetekend zijn blikje bier de lucht in. Hij heeft vannacht, net als iedereen in de bus, minder dan twee uur geslapen. Duizend kilometer heen en binnen een uur na de wedstrijd het vertrek voor duizend kilometer terug. Toch heeft tachtig procent van de busreizigers gekozen voor de goedkoopste (275 gulden) oplossing. Vliegen is vijfhonderd gulden duurder, een hotelovernachting kost honderd gulden plus een snipperdag extra.

Bus 34, met 42 mannen en drie vrouwen, is een van de vier bussen van OAD, die vanuit Amsterdam vertrekken. Rond middernacht komen tientallen bussen samen aan de grens bij Oldenzaal. Daarvandaan rijden ze in kolonne's van tien stuks verder, vergezeld van auto's met veiligheidsmensen van de KNVB.

De stemming zit er al vlot in. De borrel-cola is snel op, Andre Hazes verleidt tot meezingen. Binnen een uur heeft vrijwel de hele bus een oranje gezicht, potjes verf gaan van hand tot hand. Een van de drie dames ontfermt zich over het rood-wit-blauw. “Hé wijffie, doe mij ook zo'n vlaggetje.” Voorin de bus wil een jongen ook oranje op zijn billen. Het sponsje met schmink krijgt assistentie van een spuitbus met haarverf. Aansteker erbij. Een steekvlam van een halve meter is het eerste hoogtepunt van de avond. Zijn vrienden stikken bijna in de slappe lach en de geur van verschroeide haren.

Bij Berlijn, van kwart over vier tot kwart voor vijf, mogen de bussen plassen. Honderden fans gaan langs de vangrails van de snelweg uit de broek. In het wegrestaurant slagen de twee dames achter de balie er niet in om binnen een half uur iedereen te bedienen..

Om zeven uur, als de ochtend doorbreekt, kruipt bus 34 in een lang lint van Nederlands wagens over de Oder, de rivier die de grens tussen Duitsland en Polen aangeeft. Om een uur of tien wordt Poznan bereikt. Nog een halve dag en de wedstrijd begint.