Kohl en Kok

Toen bondskanselier Kohl in zijn besluitvaardigste ogenblik de rest van het Westen overrompelde met de Duitse vereniging vermeldde hij bij wijze van extra bonus dat deze historische operatie zonder belastingverhoging kon worden voltrokken. Helmuth Schmidt liet kort daarop weten dat de Westduitsers blij mochten zijn als ze bij het herstel van de ruïnes in de DDR er met alleen een belastingverhoging vanaf zouden komen. Ik heb dat voorbeeld al meer gebruikt omdat het zo mooi laat zien wat het verschil tussen een politicus en een intellectueel is. Kohl was de vastberaden politicus die vier jaar geleden het niveau van staatsman naderde, of het misschien had bereikt. Schmidt was in zijn waarschuwingen op dat ogenblik niet de tegenstander van de bondskanselier maar, met een grondig verwerkte kennis van zaken, diens ongewenste kritische geweten. Als leider van de Duitse politiek sloeg Kohl op het juiste moment toe; als politicus verzamelde hij met zijn opgewekte belofte de steun van zoveel mogelijk kiezers. Het electoraat van dat ogenblik was Schmidts zorg niet; hij dacht aan de kiezers van twee of drie jaar later.

In het debat over de betekenis van Jacques de Kadt gaat het onder andere over de verhouding tussen de politicus en de intellectueel. De inzichten van De Kadt in de verhoudingen van driekwart tot een halve eeuw geleden hebben ons niets meer te zeggen; onze wereld lijkt iedere dag minder op die waarin hij in de kracht van zijn leven was. We waarderen hem om zijn vroeg en groot gelijk in de 'Indonesische kwestie' (treurspel van gemiste kansen) en in de plattelandskomedie die 'Nieuw Guinea' heet, en we vinden, hoewel tegenwoordig misschien weer wat minder, dat hij het in de Koude Oorlog wel kalmer aan had kunnen doen. Maar dat alles gaat over de mate van zijn historisch gelijk; het is de inhoudelijke kant. De andere, daarvan niet te scheiden, is de manier waarop hij zijn inzichten schraagde en bekend maakte. Een contemplatief intellectueel kunnen we hem daarin niet noemen; eerder een propagandist op de grens van de wanhoop, des te sterker naarmate hij ouder werd, maar niet minder intellectueel. Als De Kadt een voorbeeld is - wat ik vind - dan geldt dat niet minder de inhoudelijke kant dan zijn methode.

Op de methode van De Kadt doelde ik toen ik vorige week schreef dat we hier met intellectuelen van zijn type - de 'bijterige' zoals Ter Braak hen noemde - niet slecht af zouden zijn, zoals in een andere discussie die voornamelijk uit omtrekkende bewegingen bestaat: het debat over de asielzoekers. Niet te vermijden valt het nu, luidt de nieuwste ontdekking in politiek Den Haag, dat dit vraagstuk een rol zal spelen in de verkiezingsstrijd. Het zou redelijk zijn geweest als politiek Den Haag erbij had gezegd dat het zelf er stevig aan heeft meegewerkt om het zo ver te laten komen.

Dat niet alleen Nederland maar heel West-Europa immigratiegebied is, en dat het die status nog wel een poos zal houden: dat is tot vervelens toe gezegd. Het is onder andere immigratiegebied omdat het hele Westen, met uitzondering van de vroegere Bondsrepubliek, het heeft ontbroken aan iedere samenhangende politiek die de volken van het vroegere Oostblok hoop op beter had gegeven. Dat was heel moeilijk geweest. Maar we hadden niet alleen geen politiek; het heeft ons zelfs ook aan een plan daarvoor ontbroken. Kohls belofte dat het vrijwel gratis zou gaan is daarbij symptomatisch. In een ander opzicht geldt dat ook voor de verkiezing van Clinton: de Amerikanen wilden en willen nog met rust worden gelaten.

Zo is de volgende fase aangebroken: die van de stroom naar het Westen. Daarmee is de aard van het probleem veranderd. Het gaat er nu om, de onvermijdelijk geworden vluchtelingen zo goed mogelijk onder dak te brengen. Dat is een eis van menselijkheid, rechtvaardigheid, solidariteit, maar daarmee houdt het niet op. Het is óók een noodzakelijke verdediging van onze eigen samenleving. Terwijl we nu ervoor zouden moeten zorgen dat het land van herkomst der vluchtelingen eindelijk een stadium van wederopbouw bereikt, mag hun aanwezigheid hier onze verhoudingen niet verstoren. Tot het opnemen van vluchtelingen horen een behoorlijk onderdak, werk en mogelijk uitzicht op hun terugkeer naar huis. Bij gebrek daaraan zal het opnieuw heel moeilijk zijn, nog onbekende maar in ieder geval ontwrichtende confrontaties te voorkomen. De profiteurs van het opportunistisch fascisme zien hun ster al rijzen. Minder dan wie ook weten ze de oplossing maar de ontluikende onrust is hun schijn van bewijs.

Waarover gaat nu het asielzoekersdebat? Over de vraag of 'Nederland vol is' en of er 'voldoende draagvlak' voor de vluchtelingen zal zijn. Het zijn termen uit het woordenboek, of het handboek voor politici die het probleem willen ontwijken. Nederland is zo vol als het zich voelt, zoals Paul Kalma zei, of zo vol als het zich wil voelen. 'Onvoldoende draagvlak' constateren is een nette manier om aan te geven in welke mate men zwicht voor de intimidatie van het opportunistisch fascisme.

Niet alleen onze maatschappij staat onder druk; dat geldt voor alle maatschappijen van het welvarende Westen. Overal heerst een werkloosheid die voor een onbekend maar groot deel structureel is; overal stromen de vluchtelingen binnen. Nu pas begint het debat over de mogelijke manieren om die druk te verwerken. In de vloek en de zucht van een column zal ik me niet aanmatigen, de dreigende ondergang van het avondland aan te kondigen. Maar ik kan nog wel een keer opschrijven hoe nonchalant wij, de journalisten, de politici, de intellectuelen, de élite van het bestuur en de opinie de afgelopen jaren met onze samenleving zijn omgesprongen, en hoe we ook nu nog met behulp van een paar eufemismen, terwille van de electorale baten proberen de waarheid van morgen te ontlopen. 'Geen belastingverhoging', zei minister Kok terwijl hij geruststellend glimlachte. Daarin - alleen daarin - deed hij een beetje aan de Helmuth Kohl van vier jaar geleden denken. Schmidt was de mopperaar die door zijn slechte humeur wat verder keek. Op zo'n manier heeft ook De Kadt vaak wat verder in de toekomst gemopperd. Dat was verstandiger en eerlijker. Daarom heb ik vorige week geschreven dat we op het ogenblik met mensen van het type De Kadt niet slecht af zouden zijn.

    • H.J.A. Hofland