'Ken jij een eerlijk iemand die rijk is?'

De Rotterdamse politie arresteerde onlangs 38 jongeren die zich aan inbraken, berovingen en autodiefstal schuldig maakten. Ze bleken bijna allemaal dakloos; voor de politie een aanleiding om deze groeiende probleemgroep in kaart te brengen.

ROTTERDAM, 17 NOV. Ze willen geen zwervers zijn, en zeker geen criminelen. En met de hulpverlening willen ze best werken aan een betere toekomst. Maar één ding weten de 17-jarige Ciske en de 21-jarige Stefan uit Rotterdam zeker: later worden ze rijk. “Op een eerlijke manier zal dat niet gaan, maar ken jij een eerlijk iemand die rijk is geworden?” vraagt Stefan met een scheve glimlach.

Vorige week arresteerde de politie van de regio Rotterdam-Rijmond 38 jongeren, waarvan 32 minderjarig, voor het plegen van inbraken, autodiefstallen en berovingen. Het overgrote deel van de arrestanten bleek dakloos. Jeugdige dak- en thuislozen vormen volgens de politie een steeds grotere probleemgroep.

Alleen al in Rotterdam-West zouden rond de driehonderd jongeren rondzwerven. Ze vervallen snel in criminaliteit en komen steeds vaker in contact met justitie. De politie is in samenwerking met hulpverleningsinstanties begonnen het circuit van jeugdige dak- en thuislozen in Rotterdam in kaart te brengen. Op deze manier hoopt de politie de jeugdproblematiek “structureel” aan te kunnen pakken. “Als het aantal jonge daklozen verontrustend hoog blijkt, gaan we tot actie over”, zegt een woordvoerder van de regiopolitie Rotterdam-Rijnmond.

T. Jansen, coördinator van het Thuislozen-team (T-team) in Rotterdam-West meent dat er in Nederland zo'n acht- tot tienduizend duizend dak- en thuisloze jongeren zijn. “In Rotterdam gaat het om een groep van ongeveer duizend jongeren”, zegt Jansen. “Hiervan zijn ongeveer zeshonderd jongeren bekend bij hulpverleningsorganisaties. De rest zoekt het op eigen houtje uit.” Het T-team vangt jongeren op die dak- of thuisloos zijn en begeleidt ze in het zoeken naar onderdak, scholing en werk.

“Het ergste van dit leven is de verveling”, zegt Ciske, een tengere jongen met vlassig snorretje. Hij draait zijn zwarte baseball-cap achterstevoren op zijn hoofd. “De dagen dat je je verveelt zijn eindeloos, die duren jaren. Je struint dan maar wat rond.” Met zijn vriend Stefan loopt hij elke dag zijn route door Rotterdam-West. Langs de tippelzone aan de G.J. de Jonghweg, de koffieshops aan de Nieuwe Binnenweg, dichtgetimmerde kraakpanden en de noodopvang De Plataan voor jonge daklozen.

Stefan, een stille jongen met bruine korte krullen, werd na een ruzie uit huis gezet. Hij zwerft sinds een half jaar door Rotterdam, de laatste vier maanden in gezelschap van Ciske. Die zat bijna vier jaar in een open inrichting in Ermelo voordat hij daar wegliep. “Ik heb vaak op straat moeten slapen”, vertelt Ciske. “Maar er is in Rotterdam altijd wel een slooppand waar je terecht kunt.”

Het ontlopen van de onderwereld is voor jonge daklozen bijna onmogelijk, daarover is het duo het eens. “Toen ik net op straat kwam, dacht ik dat het wel goed zou gaan”, zegt Ciske. “Maar de laatste tijd gebeuren er steeds meer gekke dingen. Dat wil ik niet, maar het gebeurt.” Hun recente “inbraken, diefstalletjes en autokrakies” zijn volgens Ciske een gevolg van verveling, geldgebrek en “omgang met de verkeerden”. Hij zegt al heel wat keren voor de rechter te hebben gestaan. “Dat was geen pretje. Vooral de eerste keer, in Zwolle, toen ik twaalf was. Ik deed het zowat in mijn broek. Ik word nu verdacht van een overval op een postagentschap, maar dat heb ik niet gedaan. Wel heb ik in het verleden wat sigarenboertjes overvallen.”

Stefan en Ciske slapen op dit moment in De Plataan, een noodopvang voor jeugdige daklozen. Iedere nacht slapen daar zo'n veertien jongeren. Een slaapplaats, inclusief ontbijt en avondeten, kost twintig gulden per dag. Ze kunner er terecht van 's avonds vijf tot 's morgens negen. Maar overdag moeten ze zichzelf vermaken. Stefan: “Soms zitten we wat uurtjes in de bibliotheek, maar dat hou je niet lang vol. In koffieshops kun je niet zomaar terecht, daar is consumptie verplicht. We hebben vijf gulden per dag uit te geven. Dat is lang niet genoeg.”

Toch is er wel geld voor een kort bezoekje aan koffieshop 'Empire', waar Stefan onder het neonlicht behoedzaam een jointje rolt. “Ik zou wel terug naar school willen”, zegt Ciske. “en een eigen kamer en werk hebben. Maar niet in West, want hier ken ik teveel jongens en dan gaat het toch weer fout.”

Deze week gaan ze werken, op aanraden van de maatschappelijk werker. Ciske gaat een oud schip in de haven restaureren en Stefan doet mee met 'Aan de slag in Noord', een project dat jongeren helpt aan een betaalde baan. “Ik wil graag een nieuw leven opbouwen”, roept Ciske boven de dreunende bas van de reggea-muziek uit. “Ik zal dit dan wel missen. Je laat toch vrienden achter. Maar dat is de enige manier om uit dit leven te komen. Ik kan op mijn werk een cursus volgen. Dan kan ik een baan krijgen. Maar als ik morgen iemand zie met een geldcassette en hij let niet op, dan grijp ik mijn kans. En dan ben ik rijk.”