Kalands kruistochten tegen 'monisme'

De bijdrage van CDA-senator A.J. Kaland aan de Algemene Beschouwingen in de Eerste Kamer was gisteren tevens zijn afscheidstoespraak. Wegens ziekte treedt hij per 1 januari terug. Kaland heeft in de afgelopen jaren gestreden tegen het 'monisme' in de politiek en pleitte ook gisteren voor een duidelijker scheiding der staatsmachten. Enkele fragmenten.

Ik heb mij er altijd wel bij gevoeld het volk te vertegenwoordigen. In een democratie is het volk betrokken bij het overheidsbeleid. Niet rechtstreeks, maar via een representatieve democratie. Deze democratie gaat uit van spreiding van macht. Ook de Grondwet gaat daar van uit. Ik constateer echter een sterke machtsconcentratie bij de uitvoerende macht. Mag ik eens nogmaals een poging doen dat vanuit mijn waarneming te beschrijven?

In de eerste plaats is daar het omvangrijke en gespecialiseerde ambtelijk apparaat dat de bewindslieden bijstaat en ook op zichzelf een niet te onderschatten macht vormt. In de tweede plaats wijs ik op de uitgebreide regeerakkoorden. Weliswaar zijn vertegenwoordigers van de te vormen coalitie bij de totstandkoming van een regeerakkoord betrokken, maar in hoeverre qua kennis en inzicht gelijkwaardige partijen om de tafel zitten, onttrekt zich aan mijn waarneming. Maar ook hier moeten wij de invloed van de uitvoerende macht niet onderschatten. Ten slotte vraag ik aandacht voor misschien nog wel het meest versterkende element van de uitvoerende macht.

Laat ik deze elementen eens wat nader beschouwen. In de loop der jaren en in het bijzonder tijdens de opbouw van de verzorgingsstaat is het ambtelijk apparaat zo gegroeid, zo sterk geworden dat het als een zelfstandige macht deelneemt aan het beleid. De politiek verantwoordelijke bewindslieden hebben het apparaat niet meer in de hand. Twee departementen mag ik wel noemen zonder andere daarmee te kort te doen. Zowel de Rekenkamer als de commissie-Van der Zwan en de parlementaire enquêtecommissie wijzen erop dat op het terrein van sociale zekerheid èn bij de verzekeringen èn bij de voorzieningen, een eigen beleid gestalte krijgt, soms in strijd met de regelgeving. De hoogst verantwoordelijke bewindslieden, en echt niet alleen de huidige, ontbreekt het aan mogelijkheden leiding te geven en via een effectief toezicht de uitvoering conform de regelgeving af te dwingen.

Het tweede departement dat ik wil noemen is Justitie. De minister is verantwoordelijk, maar kan hij het helpen dat het aantal onopgeloste misdrijven toeneemt, dat het openbaar ministerie fout op fout stapelt, zodat verdachten vrijuit kunnen gaan? Ook dat apparaat leidt een eigen leven.(...) De bureaucratie, leidt vaak een eigen leven ten goede dan wel ten kwade: los van onze democratie, los van de al dan niet controlerende volksvertegenwoordigers, ja, zelfs los van de politiek eerst verantwoordelijken. Vervolgens beperken uitgebreide regeerakkoorden de speelruimte, controlemogelijkheden zo u wilt, van het parlement. Het meeregeren leidt in beginsel tot versterking van het bestuur, de vervlechting van uitvoerende macht en volksvertegenwoordiging. Zeker van de Tweede Kamer, maar ook van de fracties die in beginsel het kabinet steunen in deze Kamer.

De door een politieke partij beoogde eenduidige opstelling van fracties van dezelfde politieke partij en hun vertegenwoordiging in het kabinet belemmert een gezond dualisme. Er kan zelfs spanning ontstaan met artikel 67.3 van de Grondwet: “De leden stemmen zonder last.”

De Maastrichtse rechtswetenschapper Kleykers promoveerde eind oktober aan de RU Limburg op het proefschrift 'Stemmen zonder last'. Hij komt daarin tot de conclusie dat de onafhankelijke positie van volksvertegenwoordigers nagenoeg tot het bot is uitgekleed. Ik citeer. Dat is nog wat anders dan de spanning die ik noemde.

Op deze wijze is volksvertegenwoordiging en uitvoerende macht één geworden. Is dat de bedoeling van onze Grondwet? Ik betwijfel dat zeer. Is het de bedoeling van de representatieve democratie? Ik ben er niet van overtuigd. Bij het naar monisme neigende staatsbestel is de balans wel erg doorgeslagen naar de kant van de uitvoerende macht, terwijl het dualisme juist voor een zeker evenwicht en spreiding van macht kan zorgen. Ook de Grondwet beoogt dat evenwicht tussen de verschillende machten.