Geweld over en weer ondermijnt positie van premier Rabin aan thuisfront; Nog geen antwoord op joodse intifadah

TEL AVIV, 17 NOV. De Israelische regering heeft nog geen passend antwoord weten te vinden op de escalerende intifadah van joodse kolonisten in Hebron tegen de Palestijnse bevolking. Verscheidene ministers hebben gisteren weliswaar nadrukkelijk gezegd het onaanvaardbaar te achten dat de kolonisten na aanslagen tegen joden het recht in eigen hand nemen, maar hoe zij denken het leger tegen de gewapende milities van de kolonisten in te zetten is volstrekt onduidelijk.

Israelische officieren in de bezette gebieden klagen niet over de middelen te beschikken om joodse kolonisten die georganiseerde wraakacties ondernemen, tot de orde te roepen. Op Palestijnse ordeverstoorders wordt wel geschoten, zoals gisteren in Ramallah gebeurde, maar op kolonisten niet. De weerslag daarvan op de Israelische publieke opinie zou fataal kunnen zijn voor het voortbestaan van de regering-Rabin.

Zolang het vijandbeeld van de Palestijnen nog bestaat, en vrijwel dagelijks wordt gevoed door Palestijnse moordaanslagen tegen Israeliërs (door Hamas, de Islamitische Jihad, het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina) aanvaardt de Israelische publieke opinie nog steeds het neerschieten van Palestijnse stenengooiers. Gisteren werd in Ramallah de 16-jarige Rami Razawi, zoon van een vooraanstaand Fatah-lid, bij zo'n incident door een Israelische scherpschutter gedood. Daarna braken in Ramallah en het nabijgelegen El-Bireh straatgevechten uit zoals die in de heetste dagen van de Palestijnse intifadah plaatshadden. Alleen sterk leiderschap van Israelische en Palestijnse zijde kan het afglijden van de situatie in de bezette gebieden naar bloedige anarchie voorkomen.

Bij het begin van het vredesproces al voorzagen zowel Israelische als Palestijnse gezagsdragers escalerende moeilijkheden in de bezette gebieden naarmate de kritieke datum van 13 december (het begin van de autonomie in Jericho en Gaza) zou naderen. De vijanden van de verzoening tussen Israel en PLO aan beide kanten, zo werd gezegd, zouden dan een uiterste inspanning doen om uitvoering van het Israelisch-Palestijnse akkoord te voorkomen. “Het wordt hier een Libanese situatie. Alle fantasieën van Peres zullen door bloed van joden en Arabieren worden weggespoeld”, zegt vandaag Baruch Merzel, een ultra-rechtse leider uit Hebron, vanuit zijn schuilplaats tegen het blad Yediot Ahronot.

Onder verwijzing naar de situatie in de bezette gebieden in de eerste plaats zijn vooraanstaande Israelische commentatoren van mening dat de hoop op vrede snel vermindert en de positie van premier Rabin aan het politieke thuisfront dagelijks wordt ondermijnd. In de VS sleepte hij op gunstige voorwaarden de modernste Amerikaanse wapens in de wacht, als tegenwicht voor strategische posities die Israel voor vrede met de Palestijnen (en Syrië) moet opgeven, maar de krantenkoppen en tv-nieuwsuitzendingen zijn weer grotendeel gewijd aan de terreur. Hoop en teleurstelling wisselen elkaar af.

De vijandelijkheden van gisteren in Zuid-Libanon zetten vandaag ook hun stempel op de nationale stemming. Volgens verscheidene regeringsvertegenwoordigers heeft Syrië de moslim-fundamentalistische organisatie Hezbollah als een pion tegen de 'veiligheidszone' in Zuid-Libanon ingezet om Jeruzalem duidelijk te maken dat Damascus zo snel mogelijk, serieus, wil meedoen aan het vredesproces. Ondanks zijn golf van aanvallen op stellingen van het met Israel verbonden Zuidlibanese Leger (SLA) en het afvuren van tientallen katjoesjaraketten schond Hezbollah de verstandhouding met Jeruzalem over het respecteren van het Israelische grondgebied niet. Daar kwam geen raket neer.

Tijdens het Hezbollah-offensief werd een positie van het SLA overgenomen en werden twaalf strijders van de militie gevangen genomen. Deze tegenslag wordt door Israel ernstig opgenomen omdat is gebleken dat de motivatie van de Zuidlibanese strijders om tegen Hezbollah te vechten als gevolg van de onzekere toekomst van Zuid-Libanon in verband met het vredesproces aanzienlijk is verminderd.

De Israelische minister van buitenlandse zaken Shimon Peres stelde vanmorgen in een radiovraaggesprek Syrië verantwoordelijk voor de escalatie in Zuid-Libanon, die een Israelische luchtaanval op Hezbollah-doelen in het door Damascus gecontroleerde deel van de Beka'a-vallei uitlokte. Vanuit de VS heeft Rabin volgens de Israelische kranten van vandaag opdracht gegeven om de luchtmacht tegen deze doelen nabij de grens met Syrië in te zetten. Dat duidt erop dat Rabin, die eveneens de defensie-portefeuille beheert, de hem in Jeruzalem vervangende Peres heeft gepasseerd en opperbevelhebber generaal Ehud Barak persoonlijk heeft gemachtigd de luchtmacht in te zetten.

Eerder deze week zei Peres dat Israel er geenszins op uit is Syrië naar de staart van het vredesproces te manoeuvreren. De uitnodiging van president Bill Clinton aan de Syrische president Hafez al-Assad een officieel bezoek aan Washington te brengen is een sterke aanwijzing dat de Amerikaanse diplomatie zich zal inspannen om het ijs tussen Jeruzalem en Damascus te breken.

    • Salomon Bouman