Geen rode dichtkanonnen in PvdA-poëzie

DEN HAAG, 17 NOV. Het belangrijkste gereedschap van de politicus is de taal, zo wil het cliché. Vandaar wellicht de kennelijke fascinatie van politici voor taal in haar artistieke verschijningsvorm: de poëzie.

Enige jaren geleden zag Ons poëtisch Binnenhof het licht, een bloemlezing van de meest geliefde gedichten van volksvertegenwoordigers. Gisteren verscheen alweer een bloemlezing getiteld De heren van Den Haag zijn onderweg, naar een vers van Gerrit Achterberg. Samenstellers zijn de sociaal-democratische Kamerleden Frits Niessen, tevens redacteur van het Nederlands-Vlaamse tijdschrift Ons erfdeel, en Erik Jurgens. Zij bundelden een aantal van de gedichten die eerder verschenen in de nieuwsbrief die leden van de PvdA-fractie wekelijks ontvangen.

Gistermiddag werd de bundel onder ruime belangstelling in de Troelstrazaal van de Tweede Kamer met enig ceremonieel aangeboden aan de leiders van de vijf grootste fracties. Anton Korteweg, de directeur van het Nederlands Letterkundig Museum en bovendien zelf een der gebloemleesde poëten, mocht een oordeel uitspreken over het resultaat. Hij stelde onder meer vast dat er slechts negen van de 76 in de bloemlezing opgenomen dichters vrouwen zijn. “Dat is een-achtste van het totaal. Dat had Rottenberg nooit gedurfd.”

En zoals de PvdA zich in deze dagen ontdoet van haar ideologische ballast, zo hebben Niessen en Jurgens de bekende socialistische poëtische kanonnen gelaten waar zij zich tegenwoordig ophouden: onder een laag stof op een plank in de kelders van de Koninklijke Bibliotheek. Korteweg memoreerde dat hij vergeefs gezocht had naar Adama van Scheltema, Henriëtte Roland Holst of Garmt Stuiveling. “Uit Gorters mond is alleen maar opgetekend dat het socialisme een eikeltje is”, aldus Korteweg.

De fractievoorzitters mochten vervolgens hun favoriete gedicht voorlezen. Wöltgens kende zichzelf 'een dubbelmandaat' toe en las twee gedichten, waaronder een ter nagedachtenis van wijlen Joop den Uyl. Bolkestein koos heel slim het gedicht 'Twee partijen' van Leo Vroman, dat een oproep lijkt te doen aan de zwevende kiezer, die doorslaggevend wordt tijdens de komende Kamerverkiezingen.

Van Mierlo (D66) droeg een gedicht voor van zijn fractielid Aad Nuis “als hommage aan de enige van ons die de bundel heeft gehaald, of de enige dichter die het Binnenhof heeft gehaald”. Lankhorst (GroenLinks) las Ellen Warmond (“...en flikkers komen in de beste families voor.”).

De fractievoorzitter der christen-democraten, Elco Brinkman, hield het bij een gedicht van de katholiek Huub Oosterhuis (omdat dit “het minst socialistisch” zou zijn) en koos in de tweede ronde het gedicht 'Bescheiden' van Jan Emmens: “Zie hoe ik mij bescheiden beweeg / tussen wie zich verdienstelijk maakt voor de zaak..”. Dat Emmens ook een geheel ander register beheerst, kan Brinkman moeilijk ontgaan zijn. Het aanpalende gedicht “Oosterse wijsheid”, begint zo: “Barend komt thuis, na zich als een beer / te hebben geweerd in de bordelen van Bombay.” Wellicht dat Brinkman van voorlezing afzag wegens de voor de hand liggende alliteratie met zijn eigen achternaam.