De Waalse pers spreekt denigrerend over reis 'naar Absurdistan'; Rel over talen in Eurokorps escaleert

BRUSSEL, 17 NOV. De rel om het gebruik van het Nederlands in de leiding van het Eurokorps begint uit de hand te lopen. De Belgische minister van defensie, Delcroix, heeft gisteren per brief aan zijn Duitse en Franse collega's bevestigd dat België het Eurokorps verlaat als Nederlands er geen officiële taal wordt. Per 1 januari 1994 schort België alle betalingen aan het Eurokorps op. De troepen worden in de loop van volgend jaar aan het bevel van het hoofdkwartier in Straatsburg onttrokken.

In de Waalse pers wordt inmiddels denigrerend gesproken over Delcroix' reis “naar Absurdistan”. De Vlaming Delcroix zou chantage bedrijven, Vlaamse extremisten willen paaien, het aanzien van het leger in het buitenland schaden en Belgische taalconflicten naar Europa exporteren. Aan Vlaamse zijde regent het steunbetuigingen. Daar is de gedachte aan Vlaamse soldaten onder ééntalig Frans bevel ronduit ondraaglijk. Vlaanderen is inmiddels als één man achter Delcroix gaan staan. Het Nederlands “mag niet afzakken tot een huis-, tuin- en keukentaal” in Europa, zo zegt het Algemeen Nederlands Verbond.

Het conflict escaleerde dit weekend met de koele weigering van de Franse stafchef, François Clerc, om Nederlands in het Eurokorps te erkennen. “Laten we een militair hoofdkwartier vooral niet verwarren met een parlement”, aldus Clerc voor de Franse tv. De Duitse commandant generaal Helmut Willmann noemde Frans, Duits en Engels (de NAVO-werktaal) “het absolute maximum”. Delcroix sloeg prompt terug met de mededeling dat de politiek beslist en de militairen uitvoeren. Waarna hij de generaals eraan herinnerde dat de taalkeuze een politieke beslissing is. Wat Defensie in Brussel vorige week officieel nog afdeed als een losse opmerking ('boutade') over de vanzelfsprekendheid van Nederlands in het Eurokorps, is nu een politiek probleem geworden.

Aan Waalse zijde wordt er vooral een slimme stunt van Delcroix in gezien, een van de stemmentrekkers in de CVP. Vorige week was het immers Wapenstilstandsdag, traditioneel een moment voor Vlaanderen om stil te staan bij de discriminatie van Vlaamse soldaten onder Franstalig bevel. De standaard-anekdote wil dat de instructie voor Vlamingen in de loopgraven luidde “et pour les Flamands la même chose”, waarna ze aldus voorgelicht zelf de Duitsers mochten opzoeken. Deze traumatische ervaringen vormden de kiem voor de Vlaamse emancipatiestrijd. Taalrechten voor het Nederlands werd het nieuwe front.

Vooral de Waalse pers brengt de opwinding om het Eurokorps als een schertsaffaire. De minister besloot immers eerder dit jaar vrijwel de hele Belgische landmacht onder Eurokorps-bevel te brengen, zonder de moeite te nemen om garanties voor de positie van het Nederlands te vragen. Het taalconflict beperkt zich bovendien tot het hoofdkwartier van het Eurokorps. De Belgische troepen die onder Straatsburg dienen blijven onderworpen aan de Belgische taalwetten, waarin tussen Frans en Nederlands een precair evenwicht geldt. Zo is een Belgische officier verplicht een ondergeschikte in diens taal aan te spreken. Delcroix eist nu dat alle officiële documenten op het hoofdkwartier ook in het Nederlands beschikbaar zijn. Bij militaire ceremonies moet er ook Nederlands worden gesproken; als er simultaan wordt vertaald, dan dus ook in het Nederlands. Voor de Belgische of Spaanse Eurokorps-soldaat in het veld verandert er dus niets. Maar wel voor het hogere kader dat voortaan nog meer talen moet kunnen verstaan. De commandanten Clerc en Willmann zullen dus minstens Nederlands moeten begrijpen, een verplichting die in de Franstalige pers in België voor absurd wordt versleten. Delcroix heeft ook al een oplossing laten doorschemeren. Het Eurokorps wordt ééntalig Engels. Maar dat is een suggestie die de Fransen doet huiveren. Zeker in een periode waarin de Fransen het GATT-vrijhandelsoverleg blokkeren, juist wegens de veronderstelde Anglo-saksische bedreiging van de Franse cultuur. België moet kiezen tussen Europa en het Nederlands, zo heet het daar.

Alle aandacht richt zich nu op het Eurokorps terwijl, zo zegt een Europese diplomaat, “de rel rond het Europese Merkenbureau veel relevanter is”. Daarvoor is eind vorige maand een vijf-talenregime afgesproken: Frans, Duits, Engels, Spaans en Italiaans. Sindsdien proberen de kleine lidstaten wanhopig om dat terug te draaien, maar de vooruitzichten zijn slecht. Een extra raad van ministers op vrijdag hierover gaat vermoedelijk niet door. Ook daar loopt de spanning op. De vier kleine lidstaten willen dat ook aanvragen in het Deens, Nederlands, Portugees en Grieks op kosten van Europa worden vertaald. Maar dat zou de facto tot een negen-talen regime leiden, een oplossing die steeds is afgewezen wegens de kosten. Met de simpelste oplossing, waarbij de aanvrager zelf de 'procestaal' kiest, gaan de vijf grote lidstaten met Frankrijk voorop niet akkoord.

Dit conflict gaat de Belgische taalfolklore verre te buiten, zo waarschuwen diplomaten. Als de kleine talen in Europa hier verliezen, dan is er een politieke trend gezet voor de Europese Unie na 1995, als Oostenrijk en de Scandinavische landen lid zijn. Dat het merkenbureau vijf talen hanteert is immers een politieke keuze geweest, op aandrang vooral van Spanje, waarna Italië niet meer geweigerd kon worden. Had het verstand gezegevierd dan was er wel voor de praktijk bij het Europese octrooibureau in München gekozen, waar alleen Frans, Duits en Engels worden gebruikt. De kritische grens voor Europese taalconflicten lijkt dus bij drie te liggen: daarboven breekt de oorlog uit.

    • Folkert Jensma