'CDA gaat hier in het Westland straks de boot in'

WATERINGEN, 17 NOV. Toen tomatenteler Frits Zwinkels een maand geleden werd gevraagd zich kandidaat te stellen voor de gemeentelijke CDA-fractie, hoefde hij niet lang na te denken. Het antwoord was 'nee'. En het bleef niet bij een weigering, Zwinkels zegde meteen zijn lidmaatschap op. Zijn bedrijf aan de Tomatenlaan in Wateringen sluit dit jaar immers af met een verlies van twee ton, iets meer nog dan vorig jaar, en volgens Zwinkels is dat vooral door de politiek veroorzaakt. “Ik ben totaal afgebrand op de politiek. Het CDA gaat straks de boot in, hier in het Westland.”

In sommige gemeenten in het Westland stemde bij de laatste verkiezingen meer dan zestig procent van de kiezers op het CDA. Vorige week werd bekend dat in de afgelopen maanden tweehonderd tuinders hun lidmaatschap hebben opgezegd, zo'n tien procent van het aantal leden in het Westland. “Dat worden er nog veel meer”, zegt Zwinkels (30). “Er moet ook iets gebeuren, anders is het over twee jaar afgelopen met onze bedrijven.”

Zwinkels heeft een lijstje gemaakt van maatregelen die deze dreiging hebben veroorzaakt. De namen die daarbij horen zijn die van de ministers Bukman (landbouw - “Die heeft het nog nooit voor de agrarische sector opgenomen”), De Vries (sociale zaken), Maij-Weggen (waterstaat) en Hirsch Ballin (justitie).

Het bedrijf dat Zwinkels samen met zijn broer leidt, was tot 1991 rendabel. De teelt van een kilo tomaten kostte hem dit jaar één gulden en zestig cent, 35 cent meer dan de opbrengst. En de komende jaren moet Zwinkels voor een kwart miljoen gulden investeren om aan de milieu-eisen te voldoen die minister Maij-Weggen - verantwoordelijk voor de kwaliteit van het oppervlaktewater - heeft gesteld.

Het steekt veel tuinders dat de Nederlandse milieu-eisen vergeleken met concurrerende landen in Zuid-Europa zo streng zijn, zegt bloemenkweker Han van der Goes uit Kwintsheul. Hij is raadslid voor het CDA in Wateringen en voorzitter van de Tuinbouwlobby West-Nederland. “Nederland wil veel te veel het braafste jongetje van de klas spelen”, vindt Van der Goes. “In het buitenland lachen ze zich rot om onze regelgeving. Ik heb in Italië gezien hoe tuinders in speciale pakken hele cocktails van bestrijdingsmiddelen over hun gewassen sproeien.”

De buitenlandse concurrentie, die de Nederlandse hi-tech tuinbouw altijd op eerbiedige afstand moest volgen, is steeds zwaarder gaan drukken op de kassen van het Westland. De Zuideuropese tuinders varen wel bij goedkope arbeid, zware subsidies en een minimum aan milieu- en energieheffingen, zo vinden tuinders in de omgeving van Wateringen. “Wij hebben het altijd zonder overheidssteun gedaan”, zegt Van der Goes. Hij ziet de tuinbouw als een “kerngezonde” bedrijfstak - zolang de politiek maar niet tegenwerkt.

Een pijnlijk voorbeeld voor het Westland is de vrije invoer van tomaten uit Marokko in de Europese Gemeenschap. Een compensatie van tweehonderd miljoen gulden, vanuit Brussel, voor de Europese tuinbouw ging aan de Nederlandse tuinders voorbij, omdat “wij het volgens Bukman niet nodig hadden”, zegt Zwinkels. De minister wekte nog meer woede toen hij opmerkte dat concurrentie uit landen als Marokko tot de normale ondernemersrisico's behoorde.

De concurrentiepositie wordt ook nog slechter door de problemen die de tuinders hebben bij het verwerven van personeel. Tijdens de oogst hebben de tuinders voor enkele maanden werknemers nodig. Ondanks de hoge werkloosheid in omringende steden als Den Haag en Rotterdam blijkt er niet of nauwelijks belangstelling te bestaan voor het werk in de kassen. “Vroeger kon je vrij gemakkelijk scholieren strikken. Daarvoor hoefde je niet, zoals nu, het volle pond aan premies te betalen”, zegt Zwinkels. “Die regelingen zijn langzaam afgebroken. Als je een advertentie zet komt er gewoon niemand. Een WW'er krijg je niet voor een paar maanden uit zijn stoel. Maar als een tomaat rood is, moet ie worden geplukt, dus als er iemand bij je aanklopt pak je hem.” Zijn vader had nog illegalen in dienst, hij niet meer. Sinds “de razzia's” van de afgelopen twee jaar is werken door illegale arbeiders volgens hem “vrijwel” voorbij.

Manita Koop, tuindersdochter en nummer 68 op de CDA-lijst voor de parlementsverkiezingen, kan zich de woede van de tuinders op haar partij wel voorstellen. “Maar het CDA is het enige aanspreekpunt, de enige partij die zich verdiept in de tuinbouwproblematiek en die zich kwetsbaar durft op te stellen. Toevallig zijn de ministers met wie de tuinders hebben te maken van CDA-huize.”

Ondertussen strijdt de Nederlandse tuinbouw tegen de gevoelige deuken die het imago heeft opgelopen door de illegalen, de vervuiling van het water en de negatieve reclame voor de tomaat van de Duitse consument. Het gebrek aan steun uit Den Haag bracht Van der Goes er twee jaar geleden toe de Tuinbouwlobby West-Nederland op te zetten, met leden die dwars door de politieke partijen heenlopen. “De tuinbouw heeft geen herkenbaar gezicht. Geen Stekelenburg of een Rinnooy Kan die roept: 'Kop houwen, dat doe ik wel' als er iets namens de tuinders moet worden gezegd. We maken te weinig reclame voor onszelf. We denken aan een postbus 51-spotje met Paul de Leeuw tussen de rozen. Misschien moet Linda de Mol op de Duitse tv een Nederlandse tomaat eten.”

Tomatenteler Zwinkels zoekt de oplossing liever in Den Haag. “Je maakt je als politicus blijkbaar niet populair als je je voor de landbouw inzet. De boeren in Brabant worden achtervolgd met het mestprobleem. Ook daar gaat het CDA veel stemmen verliezen.” Hij heeft heimwee naar minister Braks. “Dat was onze minister.”

De laatste estafette-bodyguards hebben er duidelijk zin in. Ze rijden helemaal mee naar Kunduz waar ze anders nooit komen. Voor hen is het een uitje. Langs de weg loopt een vrouw, een enorme takkenbos op haar hoofd dragend. Wanneer een auto langskomt, gaat ze snel gehurkt, met haar rug naar de weg zitten wachten tot de wagen voorbij is. Als ze weer opstaat en vijf meter verder is gekomen, herhaalt de scene zich met de volgende langrijdende auto. Twee nog ongesluierde dochters wachten tot hun moeder weer opstaat, hun blik op het niets gericht.