Bij Norg

November: een ijzig bleke ochtend met een reële kans op zon en ganzentrek.

Het spel gaat door, de regels zijn bekend - al wat leeft is slaaf van zijn genen en die genen willen maar één ding: de volgende generatie. Maar Rob Bijlsma meldt in zijn roofvogelboek een vreemde inbreuk. Bij haviken komt het voor dat een vrouwtje eieren uitbroedt die ze niet zelf heeft gelegd.

Er is een nest, er zijn eieren, er wordt gebroed, het oorspronkelijke vrouwtje sterft (waarschijnlijk door afschot of vergiftiging) en binnen enkele dagen wordt haar plaats ingenomen door een ander. Tussen '85 en '89 werd dat in Drenthe twaalf keer vastgesteld. En misschien valt dit nog te beredeneren. Met het nest pikt zo'n nieuw vrouwtje tevens een territorium en een mannetje in, en dat mannetje werkt in elk geval nog aan zijn eigen nageslacht.

Maar nu. In 1986 verdween van een nest bij Norg, kort nadat het vrouwtje was vervangen, ook het mannetje. Toen kwam er ook voor hem een ander in de plaats. Een compleet paar haviken maakte zich tot slaaf van andermans genen. De vijf eieren kwamen allemaal uit, de vijf jongen werden allemaal grootgebracht.

Dan heb je aan de ene kant de biologie, volledig doordrenkt van zelfzuchtige genen, en aan de andere kant twee haviken bij Norg die maar gewoon doen wat ze het beste lijkt. Dat is het mooie van regels - ze geven glans aan het ongerijmde.