Betuwelijn: kritiek van ombudsman op minister

DEN HAAG, 17 NOV. De Nationale Ombudsman vindt dat minister Maij-Weggen (verkeer en waterstaat) de bevolking meer tijd had moeten geven bezwaar te maken tegen de aanleg van de Betuwelijn. Deze terechtwijzing volgt op een eigen onderzoek van de Ombudsman. De woordvoerder van het ministerie kon vanmorgen nog geen reactie geven op de uitspraak.

Ombudsman M. Oosting kwam in actie na een klacht van één van de Gelderse actiegroepen, de werkgroep Vierkant Tegen uit Zetten. De actievoerders achtten het niet juist dat de minister een verzoek om verlenging van de inspraaktermijn afwees, maar vervolgens twee (eigen) adviesorganen wél toestond twee maanden later dan de bedoeling was met een advies te komen.

De Nationale Ombudsman stelt de klager in het gelijk en vindt dat minister Maij-Weggen onbehoorlijk heeft gehandeld door met twee maten te meten. Bovendien had de minister de inspraaktermijn makkelijk met een maand kunnen verlengen omdat de wettelijke toegestane termijn voor inspraak vier maanden is.

De ombudsman vindt dat de bevolking zeker vier maanden de tijd had moeten krijgen voor inspraak. “Het besluit Betuweroute is zonder meer een voorbeeld van een complex, omvangrijk en omstreden voornemen”, aldus Oosting. De Ombudsman vindt dan ook dat gezien de complexiteit, de hoeveelheid en de te verwachten maatschappelijke discussie het wettelijk maximum van vier maanden in acht had moeten worden genomen.

In een reactie zegt Maij dat het verzoek van de werkgroep Vierkant Tegen op een moment kwam waarop de besluitvorming over de Betuwelijn nog precies op schema lag en de minister dat zo wilde houden. Zonder de adviezen van de Raad voor de Ruimtelijke Ordening en het overlegorgaan Verkeersinfrastructuur zou het kabinet geen goed besluit kunnen nemen.