Basishype

Ik heb altijd gevonden dat Jo Ritzen als minister van onderwijs, goede bedoelingen ten spijt, niet kon deugen. Iemand die uit vrije wil onderwijseconoom wordt ziet onderwijs uiteindelijk alleen maar als een optelsom van materiële kosten en baten. En omdat een onderwijseconoom tegelijk geen echte econoom is, maar een beetje een softe, zal hij altijd bij de economische werkelijkheid achterlopen.

Keer op keer kreeg ik gelijk. Mijn ego zwol toen studenten eerst tot kostenposten gereduceerd werden en later tot treinbanken. Mijn faam als voorspeller steeg binnen de kennissenkring hoger naarmate universiteiten voor steeds meer geld steeds meer papier en prettorandussen, en steeds minder goed onderwijs en onderzoek gingen produceren.

En nog kon het niet op: precies toen de industrie ontdekte dat enorme conglomeraten duur en inefficiënt zijn, begon Ritzen scholen te dwingen te fuseren tot mammoetinstellingen, bestuurd door horden improduktieve en dure 'managers'. Overal is terugtrekken op kernactiviteiten de boodschap. Kleine en slagvaardige profitcenters vormen, met weinig overheadkosten, korte lijnen en duidelijke verantwoordelijkheden. Maar niet in het Zoetermeerse reservaat van Jo Ritzen.

Toch lijkt mijn glorietijd voorbij. De minister is wakker geschud door een uitgelekt concept-rapport van de Commissie Evaluatie Basisonderwijs: onze kinderen kunnen nauwelijks begrijpend lezen en niet met procenten en breuken omgaan. Ze komen mondeling noch schriftelijk behoorlijk uit hun woorden en van onderwijs in eigen taal en cultuur brengen ze ook al niets terecht. Terugtrekken op de kernactiviteiten, roept de minister ineens geschrokken! Weg met lesbrieven, wereldoriëntatie, Engels en andere flauwekul. Want aan de onderwijzers ligt het niet, zegt hij de onderwijsorganisaties na. Het programma is gewoon te overladen. Flink taal en rekenen doen, dan komt alles wel weer goed.

Arme minister: zet hij eens een moderne economische bril op, zit hij er toch weer faliekant naast. Er is immers niets nieuws aan de hand. Wat slecht gaat, ging al heel lang slecht: ontleden, spreekvaardigheid, stellen, en breuk- en procentrekenen. Dat zijn precies de vaardigheden waarin de onderwijzers van nu als kind ook slecht waren, evenals hun docenten op de Pedagogische Academies. Wat goed gaat, ging altijd al goed: technisch lezen, luistervaardigheid (vroeger heette dat 'met je armen over elkaar zitten' en was het ook wel iets anders, maar alla) en spellen, ook al wil de volksmond nog zo graag dat spelling een probleem is.

Het ligt, kortom, wel degelijk ook aan de onderwijzer. Hoe moet je immers dingen onderwijzen die je zelf maar matig beheerst, waar je niet adequaat in bent opgeleid, en waar je slechte herinneringen aan hebt? Hoe moet je effectief lesgeven in vakken die op de scholen en opleidingen die je bezocht als ballast werden afgedaan, zoals jarenlang met ontleden gebeurde?

De echte vraag is daarom hoe we de onderwijzers van nu beter kunnen laten werken, met al hun beperkingen en frustraties. Minder oekazes zou al veel helpen. Schaalverkleining, en daardoor minder vergaderingen en management, ook. Maar veel belangrijker nog is het serieus ontwikkelen van betere lesmethoden, spullen waarmee elke onderwijzer uit de voeten kan. Methoden zonder overbodige prietpraat, maar vol intrigerend lesmateriaal, en met vooral een fantastisch goede en praktische instructie voor de onderwijzer. Maar ja, de eerste twee verbeteringen zijn voor Zoetermeerse breinen onvoorstelbaar. Het ontwikkelen van echt betere methoden kost veel geld. Erger nog: het vereist fantasie, visie, durf, en een scherp oog voor baten op de lange termijn. Kom daar maar eens om vragen bij een minister als deze.

Liever kiest Ritzen het standaardrecept: meer minder, verstopt onder krachtige lawaaisaus. Als hij opschiet kan hij voor de verkiezingen nog de krakende houten schoolbankjes en de inktpot opgraven en het slaan herintroduceren. Daarna zullen onze kinderen nog eeuwen luidkeels zingen van hoe zij zijn als des ministers snorren: eerst geknipt en toen geschoren - rijmen is immers ook luxe.

    • Charles Johannes