Wat verandert er wanneer iedereen 5 jaar ouder wordt?

De tijd van je leven, Ned. 3, 21.05-21.54 uur.

Stel dat iedereen vanaf het jaar 2020 opeens vijf jaar ouder kan worden. Simpelweg door het slikken van een pil tegen ouderdom.

Dan verandert er nog al wat en de NOS maakte er een tv-programma over. Een hele rij deskundigen met titel voorletters en achternaam treedt op, afgewisseld door een panel oudere jongeren, slechts met voornamen getooid. De jongeren discussiëren over de vraag of ze die pil zullen slikken en of ze bereid zijn om te betalen voor al die ouderen.

Nederland telt 15 miljoen inwoners waarvan er 2 miljoen ouder dan 65 zijn. Als die pil komt, zijn er in 2040 5 miljoen 65-plussers op 18 miljoen mensen. Daarmee verdubbelt het aantal ouderen van 13 naar 27 procent. Vijf jaar erbij is overigens niet zo heel dramatisch. Sinds 1950 kregen Nederlandse vrouwen er al zeven jaar levensverwachting bij.

Het programma is gebaseerd op het idee dat de wetenschap op termijn van jaren de maximum-leeftijd met een sprong zal verhogen. Er zij drie opties: veel minder eten (werkt bij ratten), veroudering tegen gaan (werkt bij muizen) of verouderingsgenen uitschakelen (werkt bij wormen). De NOS zond er dit voorjaar een documentaire over uit.

Wat kost die levensverlenging wel niet, is de eerste vraag die de programmamakers stellen. Een pensioen reserveert iedereen in Nederland voor zichzelf, maar het basisinkomen (de AOW) wordt niet opgepot, dat wordt voor de oudjes betaald door de mensen die nu werken. Als verder alles hetzelfde blijft, moeten de loonslaven van 2040 voor tweemaal zoveel ouderen AOW-premie betalen.

Natuurlijk blijft niet alles hetzelfde als de gemiddelde leeftijd plots vijf

jaar stijgt. Niet alleen de VUT verdwijnt, maar ook de pensioenleeftijd stijgt. Het is overigens een verwachte ontwikkeling, ook zonder vijf-plus-pil. De flexibele pensionering is in aantocht. Of, zoals de krasse oud-staatssecretaris en tachtigplusser C. Egas het zegt: “Ze moeten het gezonde deel van hun leven blijven werken.” Bovendien is in 2040 het aardgas op, en dat is veel ingrijpender voor de economie dan vijf jaar erbij.

Boeiend wordt het programma als dr. P. Hermans van de Sociale Verzekeringsbank filosofeert over de betaalbaarheid van de sociale zekerheid. Hij ziet geen probleem met de vijf-plus-pil. Hij ziet zelfs voordelen. Hermans, puur in het belang van de gevulde kas voor de sociale zekerheid redenerend: “Je kunt je dan afvragen aan wie je die pil het best kunt geven. Geef hem aan mensen die gezond zijn, lang werken en dus lang premie kunnen betalen.” En als vadertje staat zo selectief niet wil zijn: “Geef die pil dan aan mannen. Die leven gemiddeld zes jaar korter dan vrouwen en trouwen met een vrouw die gemiddeld drie jaar jonger is. Daarmee los je het probleem van de oudere alleenstaande vrouwen op.”

Daar voelt demografe prof.dr. J. Gierveld niets voor: “In de jaren veertig was het verschil in levensverwachting tussen man en vrouw nog maar twee jaar. Sindsdien is het gegroeid en we weten ook waarom: de slechte levensstijl van mannen, 21 procent van de oversterfte van mannen komt door longkanker en dat krijg je vooral van roken. Ik vind niet dat we een premie mogen zetten op ongezond leven. ”

Tegen het eind duiken een bisschop en twee ethici op en gaat het gesprek eindelijk niet meer over geld. Bisschop Ernst van Breda vindt dat deze pil wel in het ziekenfonds (tegenwoordig: verstrekkingenpakket) moet. Hij ziet levensverlenging als een vorm van preventieve gezondheidszorg waar ethisch gezien alle ruimte voor is. Prof.dr. G.M. van Asperen signaleert dat bejaarden de afgelopen decennia alleen als privépersoon langer zijn gaan leven. Ze lezen boeken en maken lange reizen, maar staan overal buiten. Van Asperen: “Wij zijn als gemeenschap niet in staat om bejaarden een zinvolle rol in de maatschappij te geven.” De inmiddels overleden ethica van de Vrije Universiteit in Amsterdam constateert dat er in het verleden veel dingen als revolutionair zijn geïntroduceerd die eigenlijk verslechteringen zijn: “Met zo'n pil ga je er maar steeds van uit dat een hoge levensverwachting begerenswaardig is. Wie wel eens in bejaarden- en verpleegtehuizen komt zal gaan twijfelen. We zouden misschien moeten leren om te zeggen: het is mooi geweest, het hoeft zo niet langer. De mensen zouden moeten leren om er op gegeven moment een punt achter te zetten. De behoefte om er nog wat aan te plakken zou minder moeten zijn.”

Bisschop Ernst heeft een eenvoudige tegenwerping: “Een medische ontwikkeling zet altijd door.”

    • Wim Köhler