Vredesproces in Midden-Oosten brengt Israel en Turkije tot elkaar; Turkije en Israel 'zijn verloofd'

ANKARA, 16 NOV. Turkije en Israel zijn een 'politieke verloving' aangegaan, zo is de vertaling die een deel van de Turkse pers geeft aan het bezoek dat de Turkse minister van buitenlandse zaken, Hikmet Çetin, de afgelopen dagen aan Israel heeft gebracht. De publieke opinie in de twee landen is na 45 jaar tot het inzicht gekomen dat Turkije en Israel natuurlijke bondgenoten zijn in een door Arabische twisten gedomineerde regio. Voorlopig gaan Ankara en Jeruzalem vooral op economisch gebied hechter samenwerken, zo is in een aantal verdragen neergelegd, gevolgd door een verdere toenadering op het politieke vlak. De Turkse premier, Tansu Çiller, zal naar verwachting op korte termijn Israel bezoeken.

Het bezoek van minister Çetin werd mede gedomineerd door gesprekken over die nieuwe politieke balans in de regio, zowel met de Israeliërs als met Palestijnse vertegenwoordigers in Oost-Jeruzalem. Want vrede in het Midden-Oosten is ook van groot belang voor Turkije, dat kampt met een groeiende machtspositie van de Koerdische Arbeiders Partij (PKK) in het zuidoosten van het land. PKK-guerrillastrijders worden grotendeels getraind in het door Syrië gecontroleerde deel van de Beka'a-vallei in Oost-Libanon, waar ook aanzienlijke Israelische belangen liggen, in de vorm van radicale Palestijnse en Libanese strijdgroepen.

Als het aan Turkije ligt strekt de samenwerking zich dan ook uit tot de bestrijding van terreur in de regio. De Turkse pers meldt dat Ankara had gehoopt dat het bezoek van Çetin aan Israel tot een samenwerkingsverdrag wat betreft de bestrijding van drugssmokkel, georganiseerde misdaad en internationaal terrorisme zou leiden. De tekst daartoe was al door Ankara opgesteld, maar Israel voelde er niets voor.

Turkije was het eerste door een moslim-meerderheid bewoonde land dat de staat Israel in 1948 officieel erkende. Maar de relatie kwam nooit goed uit de verf door de scherpe tegenstellingen in het Midden-Oosten. De Arabisch-Israelische oorlogen en de annexatie van Arabisch gebied door Israel leidden vervolgens tot scherpe reacties in sterk religieus-georiënteerde kringen in Turkije. Die anti-Israel opstelling uitte zich ook tijdens het olie-embargo in 1973 en de uitroeping van Jeruzalem tot 'eeuwige en ondeelbare' hoofdstad in 1980. De toenmalige regering-Demirel zag zich in 1980 dan ook gedwongen om onder druk van de publieke opinie de diplomatieke betrekkingen met Israel te verlagen tot het niveau van consul-generaal.

Maar in feite heeft die maatregel de relaties tussen Ankara en Jeruzalem nauwelijks geschaad. De invloedrijke pro-Israelische lobby in de VS heeft Turkije steeds gesteund als er vanuit de Amerikaanse politiek voorstellen werden gedaan om Turkije verantwoordelijk te stellen voor de slachting van Armeniërs in het huidige Oost-Turkije in 1915. Bovendien hebben de Turkse en Israelische geheime diensten samengewerkt bij de bestrijding van de Armeense bevrijdingsorganisatie ASALA, die tussen 1975 en 1985 40 Turken in binnen- en buitenland vermoordde. Ook de handel tussen de beide landen is verder gegroeid, van 54 miljoen dollar in 1987 tot 187 miljoen dollar in het vorig jaar. Israelische toeristen lieten in 1992 ook nog eens 200 miljoen dollar in Turkije achter.

Daarnaast is Turkije in staat om niet alleen Israel maar de gehele Arabische regio van water te voorzien. Daartoe bestaan twee plannen. Het belangrijkste is het water-voor-vrede-project, waar de voormalige president Turgut Özal zich sterk voor heeft ingespannen. Water uit de Turkse rivieren de Seyhan en de Ceyhan wordt dan via twee pijpleidingen naar zeven Arabische landen, evenals Israel, getransporteerd. Het tweede plan is om water vanuit de Turkse Middellandse-Zeekust bij Antalya per schip naar Israel te vervoeren. Turkije hoopt bovendien een aandeel te kunnen leveren bij de heropbouw van de Palestijnse gebieden die op basis van het historische akkoord tussen de Palestijnse Bevrijdings Organisatie (PLO) en Israel een autonome status krijgen.

De PLO is sinds 1991 op ambassadeursniveau vertegenwoordigd in Turkije. Gelijktijdig werden ook de diplomatieke betrekkingen met Israel opgewaardeerd. Wat heeft Turkije gewonnen, zo luidde de redenering, door Israel de rug toe te keren om de Arabieren niet voor het hoofd te stoten? Delen de twee landen niet een Westerse oriëntatie op het politieke, sociale, economische en militaire vlak? De verdeeldheid in de Arabische wereld als gevolg van de oorlog in het Golfgebied bracht Turkije en Israel al weer dichter bij elkaar. En nu het akkoord tussen de PLO en Israel er is, zijn er nauwelijks nog belemmeringen om de samenwerking verder te verstevigen.