Sociaal pact brengt ijzige sfeer in Spanje

MADRID, 16 NOV. Onder dreiging van verdere ineenstorting van de Spaanse economie en toenemende arbeidsonrust zijn de Spaanse regering van premier González en de vakbonden gisteravond opnieuw zonder sociaal akkoord uiteengegaan. De stellingen zijn betrokken en de munitie is geladen. De vakbonden hebben voor volgende week donderdag een massale, landelijke staking aangekondigd om hun eisen kracht bij zetten. En bij monde van de premier zelf verklaarde de regering nog eens dat als vóór het einde van de maand geen sociaal pact wordt bereikt, gezocht wordt naar een 'parlementair' pact. Daarin kondigt regering eenzijdig een aantal maatregelen af en hebben de vakbonden het nakijken.

De atmosfeer waarin de regering González nu al maanden met werkgevers en -nemers praat over het doorvoeren van een groot aantal maatregelen op het gebied van lonen en arbeidsvoorwaarden is ijzig te noemen. Met name de verhouding tussen de sociaal-democratische regering en de vakbonden heeft daarbij een dieptepunt bereikt.

Dat er iets moet gebeuren met de Spaanse economie, daar zijn de partijen het wel over eens. De publieke opinie wordt vrijwel dagelijks gebombardeerd met cijfers waaruit blijkt dat Spanje is teruggevallen in de achterste regionen van de Europese Gemeenschap. Volgens de Spaanse statistieken dreigt het land binnenkort met vier miljoen werklozen opgescheept te zitten, een kwart van de beroepsbevolking. De verwachte inflatie van zeker 4,5 procent dit jaar behoort tot de hoogste van Europa. En het bruto nationaal produkt is het het laatste kwartaal voor de derde achtereenvolgende maal met een procent gedaald. Voeg daarbij nationale rampen als de dreigende sluitingen bij de autofabriek Seat en het doembeeld van een ontbindende economie is compleet.

Al sinds eind juli onderhandelt de Spaanse regering met de sociale partners. De gesprekken gaan over een omvangrijk pakket maatregelen op het gebied van pensioenregelingen, sociale zekerheid, ambtenarensalarissen, loonmatiging in het bedrijfsleven en zaken als ontslag en tijdelijk werk. Vooral waar het de verworven arbeidsrechten betreft weigeren de Spaanse vakbonden echter elke consessie.

De situatie werd er de afgelopen dagen niet beter op nadat woordvoerend minister Alfredo Pérez Rubalcaba had laten weten dat de regering het na bijna een half jaar en dertig slopende vergaderingen welletjes vond. Als de onderhandelingen eind deze maand nog niets hebben opgeleverd wordt een pakket maatregelen aan het Spaanse parlement voorgelegd, sociaal pact of niet.

De boodschap was hard maar duidelijk. De secretaris-generaal van de socialistische vakbond UGT, veteraan Nicolás Redondo, toonde zich boos, maar vooral bedroefd met het ultimatum. De aartsrivaal van González liet poeslief weten dat de twee weken die resten wel erg kort zijn voor een zo complexe aangelegenheid als het pact. Van het verwijt dat de vakbonden door hun opstelling de onderhandelingen zelf eindeloos hebben getraineerd wilde hij niets weten. “Als iemand zich voor de onderhandelingen heeft ingespannen dan zijn wij het wel”, aldus Redondo en daarvan was geen woord gelogen. Zijn collega van de communistische vakbond CCOO, Agustn Moreno, wond er evenwel minder doekjes om. Een klassiek geval van chantage, vond Moreno de opstelling van de regering.

Over en weer vlogen de beschuldigingen vervolgens door de lucht, waarbij de centrale vraag was wie nu eigenlijk de meeste schade aan de Spaanse economie heeft aangebracht. De vakbonden, vindt de regering, aangezien zij weigeren een van de meest starre arbeidsmarkten in Europa aan te passen. De regering, menen de bonden, want de arbeidsmarkt is in het geheel niet star. Juist met dit soort opmerkingen ontstaat een volkomen verkeerd beeld van Spanje waardoor buitenlandse investeerders worden afgeschrokken.

Verkeerd of niet, het idee van een starre arbeidsmarkt is niet de door de Spaanse regering verzonnen. In een vorige maand verschenen rapport waarschuwde het Internationaal Monetair Fonds dat er snel een grondige herziening van de huidige regelgeving moet plaatshebben, wil Spanje niet verder wegzinken in een economisch moeras. Het invoeren van flexibele werktijden, het toestaan van tijdelijke arbeidscontracten, het legaliseren van uitzendbureaus en een drastische vermindering van dure afkoopregelingen en complexe ontslagprocedures waren de belangrijkste aanbevelingen. Verdere privatisering van staatsbedrijven en het stimuleren van de concurrentie tussen bedrijven moeten het economisch klimaat verder verbeteren.

De boodschap werd kort daarna nog eens op weinig diplomatieke wijze verduidelijkt door de nieuwe Amerikaanse ambassadeur Richard Gardner. Juist terug van een bijeenkomst met Amerikaanse zakenlieden verklaarde Gardner dat er nodig iets moest gebeuren wilde Spanje niet van het Amerikaanse prioriteitenlijstje voor buitenlandse investeringen geschrapt worden. Een steuntje in de rug dat door de Spaanse gastheren overigens maar matig werd gewaardeerd, zo viel uit de kribbige reactie van industrie-minister Eguiagaray op te maken. In de porceleinkast van Spanjes sociaal overleg is weinig behoefte aan olifanten en zeker niet als ze uit Amerika komen.

Niettemin bestaat weinig twijfel over de bereidheid van de regering verregaande veranderingen aan te brengen in de bestaande arbeidsverhoudingen. Geheel volgens de internationale aanbevelingen staan vooral het versoepelen van het ontslag, het toestaan van flexibele werktijden en tijdelijke arbeidscontracten en het legaliseren van uitzendbureaus op het programma. In ruil daarvoor zijn concessies gedaan als het handhaven van de prijscompensatie voor pensioenen en het instandhouden van de eenmalige schadeloosstelling bij werkloosheid naast de gebruikelijke uitkering. Zelfs over de bezuinigingen op de ambtenarensalarissen viel te praten, zo werd afgelopen week duidelijk.

De vakbonden lijken zich evenwel te hebben vastgebeten in de verdediging van de bestaande arbeidsverhoudingen, zonder daarbij overigens met een duidelijk alternatief voor het economisch herstel te komen. Als de plannen doorgaan, zal de werkloosheid alleen maar verder toenemen, zo is een van de belangrijkste verdedigingslinies van de bonden. De regering sluit dat laatste niet uit, maar is bereid dit ongerief op korte termijn voor lief te nemen in ruil voor een verbeterde situatie op de langere duur.

De onderhandelingen zijn inmiddels in het spierballen-stadium beland, waarbij de reputatie van beide partijen in het geding is. Met de aangekondigde staking als pressiemiddel kan de politieke positie van González verder worden ondergraven. Opiniepeilingen die het dagblad El Pas enkele weken terug publiceerde, maakten al duidelijk dat de minderheidsregering van González op steeds minder steun van de kiezers hoeft te rekenen. Na de verkiezing van afgelopen zomer kon de Spaanse premier alleen aan het roer blijven dankzij de gedoogsteun van de Baskische en Catalaanse regio-partijen in ruil voor concessies op het gebied van hun streven naar een grotere autonomie.

Van een stevige positie voor het nemen van ingrijpende maatregelen is daarbij geen sprake. Daar komt nog bij dat González binnen zijn eigen partij, waar de gestaalde kaders vrezen voor een verkwanseling van het socialistische erfgoed, met enige regelmaat de wind van voren kreeg. Terwijl de oppositiepartij Partido Popular de stroom van economische rampspoedtijdingen om de regering eveneens stevig onder vuur te nemen.

Met een opmerkelijk politiek balanceerwerk wist González tot nu toe ongeschonden door het mijnenveld te komen. Maar in de opniepeilingen meende een meerderheid van de kiezers dat het mislukken van een sociaal pact een gegronde reden is voor het uitschrijven van nieuwe verkiezingen. Of dat zal gebeuren is sterk de vraag. Maar met het doorvoeren van zijn weinig populaire maatregelen aan het begin van een nieuwe regeerperiode lijkt González geen moment te laat.

    • Steven Adolf