'Sabbatsverlof met een verplichte bijscholing? Dat wil toch niemand'

AMSTERDAM, 16 NOV. Nee, in het soort verlof dat minister Ritzen van onderwijs de leraren gisteren voorhield, zien de heren van het sociaal-psychologisch adviesbureau Intervu geen heil. Een zelf opgespaard langdurig verlof moeten de leraren naar eigen goeddunken kunnen besteden, en niet aan gedwongen bijscholing. “Zeg nou zelf, als jij op vakantie gaat laat je je toch ook niet door de overheid voorschrijven waar je naartoe moet en wat je daar moet doen?”

Intervu specialiseert zich in advies aan uitgebluste leraren, vaak veertigers die al vijftien jaar of langer tegen dezelfde gezichten aankijken in de leraarskamer en jaar in jaar uit kinderen klaarstomen voor steeds dezelfde proefwerken. Als je leraren met heilzaam verlof wil sturen, moet je ze “echt vrijgeven”, aldus B. van der Horst van het Amsterdamse bureau.

Gisteren behandelde de Tweede Kamer het rapport Vitaal Leraarschap van de commissie-Van Es. Leraren moeten uit hun futloze ritme kunnen breken, was een van de belangrijkste conclusies van de commissie. Dat kan door hun uitzicht te geven op gevarieerder loopbanen binnen de school. Het kan óók door hen het recht op onbetaald verlof te bieden en daar bleken, in navolging van de grootste onderwijsbond ABOP, alle Kamerfracties wel voor te voelen.

Ook Ritzen toonde zich voorstander van het 'sabbatsverlof' in het onderwijs. Leraren kunnen van een deel van hun salaris apart laten zetten om er eens een jaartje helemaal uit te gaan. En het leek Ritzen vooral zo nuttig dat de leraar zich in het vrije jaar eens zou “opfrissen” met allerhande cursussen en bijscholing.

Dat is nou net wat leerkrachten niet willen, zegt L. Prick, collega van Van der Horst. Hun bureau heeft peilingen onder leraren gehouden over onbetaald verlof. Zestig procent van de ondervraagden staat er positief tegenover, maar dat percentage daalt razendsnel als er een opfriscursus in het verlof wordt geëist. Juist in de risico-groep van 'uitgebluste' leraren, zo bleek bij de peiling, is de behoefte aan onbetaald verlof het grootst.

Het bureau Intervu legde in de peiling een zeer concreet spaarmodel voor: leraren kunnen sparen voor een verlof van zes tot twaalf maanden, in een periode van twee tot vijf jaar. Wie bijvoorbeeld vier jaar wil werken en dan een jaar met verlof wil, krijgt gedurende die vijf jaar tachtig procent van zijn salaris uitbetaald. Door bijvoorbeeld de arbeidsduurverkorting (ADV) mee te sparen, kan het salarispercentage hoger uitvallen.

“Het is een win-winmodel, niemand verliest erbij”, zegt Van der Horst tevreden. Voor de leraren is de winst evident. Ze kunnen een jaar lang afstand nemen van een baan. Het is tevens “een gigantisch werkgelegenheidsproject”, volgens Van der Horst. Als leraren zo massaal meedoen aan de verlofregeling als ze nu aankondigen, en je gaat uit van het vier jaar op, één jaar af-model, moet dat volgens Intervu structureel zo'n tien procent aan werkgelegenheid opleveren, betaald door de verlofnemers. En dat is weer voordelig voor de overheid, maar vooral voor de scholen die wachtgelders aan het werk kunnen helpen.

Aangezien het vooral om veertigers gaat die interesse voor verlof tonen - bij uitstek de 'risico-groep' - kan het de school nog extra geld opleveren. Deze oudere leraren zouden tijdens hun verlof immers veelal vervangen worden door jonge, werkloze leraren die veel goedkoper zijn. En als er veel ADV wordt gespaard, wordt die om zijn complexiteit beruchte regeling ook direct een stuk simpeler, volgens Prick.