Ritzen vindt plan van PvdA voor extra geld leraren te optimistisch

DEN HAAG, 16 NOV. Minister Ritzen (onderwijs) vindt de verkiezingsbelofte van zijn eigen partij, de PvdA, om volgend jaar 400 miljoen gulden extra vrij te maken voor de professionalisering van het leraarschap “te optimistisch”.

Hij zei dit gisteren na afloop van het Kamerdebat over het rapport-Van Es, inzake de toekomst van het leraarschap. Ritzen zei al blij te zijn indien het geld dat nu voor Onderwijs beschikbaar is, in de volgende kabinetsperiode kan worden gehandhaafd. Hij verwees daarbij naar de economisch sombere vooruitzichten en naar de vele algemene bezuinigingen.

Afgelopen weekeinde besloot het partijbestuur van de PvdA om in het verkiezingsprogramma 400 miljoen gulden extra te bestemmen voor de professionalisering van het leraarschap en een 'sabbatsverlof' voor leraren. De woordvoerders van VVD en D66 kondigden tijdens het debat van gisteren aan dat ook deze partijen een aanzienlijk bedrag zullen bestemmen voor de uitvoering van het rapport-Van Es, zonder concrete getallen te kunnen noemen. VVD-woordvoerder J. Franssen zei dat zijn partij vooral denkt aan vermindering van de taakbelasting en extra voorzieningen voor beginnende en oudere leraren. CDA-woordvoerder Van Leijenhorst zei dat zijn partij “nu niks te bieden heeft”.

Volgens Ritzen moet de flexibilisering van het leraarsberoep worden betaald uit het eerder dit jaar met de vakbonden afgesproken 'profielbudget' van in totaal 385 miljoen, dat de scholen naar eigen goeddunken kunnen besteden. Hij zei gisteren dat “het op zich met meer geld zou moeten”, maar dat dat nu eenmaal niet beschikbaar is.

Los van de financiële perikelen konden de plannen van Ritzen om - op advies van de commissie-Van Es - een moderner personeelsbeleid in het basis- en voortgezet onderwijs in te voeren, onder meer door taakdifferentiatie en functiewaardering, gisteren op steun van de Kamer rekenen.

De Tweede Kamer wil verder dat bij de komende kabinetsformatie, volgend jaar zomer, afspraken worden gemaakt voor invoering van het zogeheten 'sabbatsverlof' in het onderwijs. Het gaat hierbij om een regelmatig terugkerend verlofjaar dat moet worden besteed aan heroriëntering en bijscholing. Daartoe dienden CDA, PvdA, VVD, D66, GroenLinks, SGP, GPV en RPF gezamenlijk een motie in waarin minister Ritzen (onderwijs) gevraagd werd om nog voor april volgend jaar aan de Kamer de benodigde informatie te verschaffen zodat de Kamer 'duidelijke conclusies' kan trekken over invoering van het 'sabbatsverlof'. Ritzen zei deze motie “als een steun in de rug” te beschouwen.