Rentree van vernielend politicus

Centrale plaatsing van kandidaten op de lijst voor de Tweede Kamer zoals nu bij de PvdA is gebeurd, kent ook zo zijn nadelen. Velen in de stad Den Haag moeten met op zijn minst verbazing kennis hebben genomen van de kandidaatstelling van voormalig wethouder Adri Duijvestein op plaats 19 van de PvdA-kandidatenlijst en het verdwijnen van die andere Hagenaar Gerrit-Jan van Otterloo naar een onverkiesbare 58ste plaats. Achter deze ogenschijnlijk vernieuwende kandidaatstelling gaat een wereld van woede en frustratie schuil. Sommigen spreken zelfs van een regelrechte 'vendetta'.

De plaatselijke Haagse politiek is nog niet vergeten dat Duijvestein met de broer van Gerrit-Jan, Gerard van Otterloo, in de periode 1986-1989 een strijd op leven en dood voerde over de financiële haalbaarheid van een nieuw stadhuis waarbij de twee kemphanen uiteindelijk horizontaal het slagveld verlieten.

Interessanter is dat Felix Rottenberg sinds zijn aantreden als partijvoorzitter geen gelegenheid voorbij liet gaan Adri Duijvestein naar voren te schuiven. Vanaf zijn inaugurele speech tot aan de dag van vandaag schildert Rottenberg Duijvestein af als de vernieuwende politicus en het gewenste prototype van het nieuwe PvdA-kamerlid.

Daar valt aardig wat op af te dingen. Duijvestein is door zijn ruzie met Van Otterloo rechtstreeks verantwoordelijk voor de voortijdige val in 1989 van het eerste linkse college van Den Haag, zadelde de Hofstad jarenlang op met een hoogst onverkwikkelijke straatruzie over de bouw van een nieuw stadhuis en liet Den Haag na zijn vertrek achter met een financieel tekort van bijna een kwart miljard gulden. Eerder een vernielende dan een vernieuwende politicus.

Iedereen die in de Haagse periode van Duijvestein het waagde naar de financiële dekking van zijn hemelbestormende plannen te vragen werd voor 'visieloos' en 'rechts' versleten. Het huidige stadsbestuur is in permanent overleg met Kok en Lubbers om het failliet van de stad te vermijden. De Haagse burger betaalt inmiddels al jaren.

Ontegenzeglijk heeft Duivesteijn het stadsvernieuwingsproces in Den Haag een ongekende impuls gegeven. Maar niet moet worden vergeten dat hij daarin voor wat betreft de organisatie en aanpak de werkwijze van de werkelijk visionaire Rotterdamse wethouder Jan van der Ploeg kopieerde. Waarbij nog moet worden aangetekend dat Van der Ploeg Rotterdam nét met een tekort van honderden miljoenen opzadelde.

Hoe Rottenberg lijsttrekker Wim Kok - die toch wordt geprofileerd als een man die op de centen kan passen - en Adri Duijvestein - waarvan toch werkelijk niet kan worden volgehouden dat hij op verantwoorde wijze met gemeenschapsgeld is omgesprongen - tegelijkertijd in een fractie kan zetten is onbegrijpelijk. Behalve dan als de Tweede Kamer wordt gezien als een mortuarium voor afgebrande politici die absoluut nimmer uitvoerende begrotingsverantwoordelijkheid mogen dragen.

Maar zoals bekend is de PvdA nog steeds uit op regeringsverantwoordelijkheid in het volgende kabinet. Het opnemen voor Duijvestein is het verwerpen van Kok. Of moet de echte bijltjesdag in de PvdA nog beginnen en moet Duijvestein worden gezien als een vooruitgeschoven pion van Rottenberg als straks na een desastreuze verkiezingsnederlaag om het hoofd van Kok wordt geschreeuwd?