Niemand onder de indruk van bonus krant voor Polen

POZNAN, 16 NOV. “Heb je geld nodig?” Dick Advocaat trekt z'n portemonnee als hij wordt voorgesteld aan een journalist van de Daily Mirror. Snibbig, maar correct staat hij de Engelsman te woord als deze om zijn reactie vraagt over de beloning die zijn werkgever aan de Polen in het vooruitzicht heeft gesteld wanneer zij ertoe bijdragen dat Engeland zich alsnog kwalificeert voor het wereldkampioenschap. Met een veelbetekenende beweging met zijn ogen laat de bondscoach van Nederland merken dat de microfoon en de camera van de Nederlandse televisie weg moeten als hij de journalist antwoord geeft. Stemmingmakerij kan hij aan de vooravond van een belangrijk duel niet gebruiken.

Er ontstaat een felle discussie waarin de journalist oppert dat de Poolse bond geen geld heeft om zijn spelers een overwinningspremie te betalen. “Maar daarom hoeven de Engelsen dat nog niet doen, laat staan een krant”, is Advocaats antwoord. Maar is het niet oneerlijk dat de Nederlanders wel een forsie premie krijgen? “Wij doen het niet voor het geld, maar voor onze eer. Dat is onze bonus”, zegt Advocaat.

De bondscoach zegt geen stappen te ondernemen tegen deze Engelse infiltratie. “Zeg maar tegen je baas dat de Nederlanders door deze actie een stapje meer zullen zetten.” Hij geeft toe dat hij er al rekening mee gehouden had. “Het is bekend dat in finales van competities en belangrijke toernooien zulke zaken gebeuren. Maar wij zijn niet er niet gevoelig voor”, besluit Advocaat kordaat tegen de Engelsman.

In totaal 210.000 pond beweert de Daily Mirror uit te willen trekken om Engeland te helpen alsnog naar de Verenigde Staten te gaan. Tienduizend voor elk van de vijftien Poolse spelers. Tienduizend voor elk Engels doelpunt - er zijn er tegen San Marino minimaal zeven nodig indien Nederland met 1-0 van Polen verliest.

Van een poging tot omkoping willen weinigen weten in het kantoortje van het voetbalstadion van Poznan. “Het is geen omkoping, je moet het zien als een aanmoedigingspremie”, zegt Ronald Koeman, die dergelijke infiltraties in Spanje regelmatig heeft meegemaakt. “We moeten erom lachen”, zegt Kazimierz Oleszek, technisch directeur van de Poolse bond. Hij toont de faxen waarop de pagina's van de Daily Mirror met de betreffende teksten staan afgebeeld. Op de vraag of de Polen het beschikbare bedrag zullen accepteren, blijft hij lachend het antwoord schuldig.

Intussen heeft zich een journalist van de Daily Mail gemeld. Hij is ook om een reactie gestuurd. Als de Poolse bondscoach Leslaw Cmikiewicz na de training laat op de avond een persconferentie belegt, zullen de twee Engelsen hem bestoken. Toen Polen nog kansrijk voor het titeltoernooi in september in Londen tegen Engeland speelde, bedroeg de winstpremie zesduizend dollar, nu nog slechts drieduizend. Zou een Engelse premie niet tot meer motivatie kunnen leiden? Cmikiewicz wrijft langdurig met zijn handen over zijn gezicht. Ook dit nog, denken de vijftien Poolse journalisten met hem mee.

“Het is een hoop geld, tienduizend pond, naar Poolse normen”, neemt aanvoerder Robert Warzyda, die voor het Engelse Everton speelt, het antwoord voor zijn rekening. “We spelen voor veertig miljoen Polen, die voor de televisie zitten. Voor hen willen we winnen.” Of ze het geld zullen aannemen? Cmikiewicz: “Het is slechts speculatie. Wat is er van waar? We hebben het geld nog niet gezien. Niemand heeft het nog gezien.”

Cmiekiewicz ziet er getekend uit. Er ontstaat een felle discussie tussen hem en de Poolse journalisten. De wedstrijd tegen Nederland is maar bijzaak. Het zal Cmiekiewicz laatste interland zijn. Gelukkig voor hem. Het verleden en de toekomst vragen om meer aandacht. Na een debat van een uur proberen de Engelse journalisten het nog één keer. “Toeschouwers die niet meer willen kijken, spelers die niet meer willen spelen en een coach die niet meer wil coachen. Hoe hoog schat u de kansen dat Engeland zich alsnog plaatst?”

Cmikiewicz kan geen zinnig antwoord geven. Hij had al eerder willen opstappen bij de Poolse bond. Vorig jaar in Barcelona was hij nog de gevierde man nadat het Poolse olympische elftal in Barcelona zilver had gewonnen. Hij was vier jaar assistent van Andrzej Strejlau, een fel door pers en spelers bekritiseerde coach. Ziek en ontredderd besloot Strejlau eind september zijn ontslag te nemen na de nederlaag in Oslo tegen Noorwegen, die definitieve uitschakeling voor het WK inhield. Cmikiewicz had solidair willen zijn, maar werd verzocht de laatste drie wedstrijden de taak van Strejlau over te nemen. “Ik heb het gedaan omdat ik even verantwoordelijk was voor het beleid van Strejlau als Strejlau zelf. Maar na woensdag houdt het op.”

Cmikiewicz oogt triest, maar zegt het beslist niet te zijn. “Ik maak gewoon mijn werk af.” Na het vertrek van Strejlau heeft hij de Poolse selectie sterk gewijzigd. Om zich heen verzamelde hij zes spelers met wie hij in Barcelona de zilveren medaille haalde. Jonge spelers. Maar ook onder deze voetballers is de animo om voor het Poolse elftal te spelen afgenomen.

Kosecki van Atletico Madrid wil zijn positie bij zijn club niet verliezen en kiest op verzoek van zijn trainer voor zijn club. Juskowiak, de topscorer van de Olympische Spelen, speelt bij Sporting Lissabon, maar geniet tegenwoordig van andere geneugten dan voetbal. Ziober, de spits van Osasuna, laat voortdurend zijn grilligheid blijken. Libero Szewczyk van Sochaux heeft zich afgemeld, wegens een blessure.

Lesniak, 29 jaar al, spelend voor Wattenscheid, werd weer opgeroepen. Hij aarzelde: de club vroeg om voorrang. Toen hij zich zaterdag afmeldde bij Cmikiewicz, dreigde de Poolse bond hem een speelverbod bij Wattenscheid voor de wedstrijd van aanstaand weekeinde op te leggen. “De club en de Poolse bond zijn het nu eens geworden, ik speel”, zegt Lesniak alvorens hij met tegenzin aan de training in de kou begint.

De massale uittocht van spelers, fraudes, omkopingen, financiële armoe en wanhoop in het Poolse voetbal als afspiegeling van een chaotische Poolse samenleving. Voorzitter Kazimierz Gorski van de Poolse bond is nog altijd de grote Poolse held. Hij bracht het Poolse voetbal successen met spelers als Lubanski, Gadocha, Deyna, Szarmach en Lato. In 1972 werden de Polen olympisch kampioen, in 1974 op het WK derde en in 1976 tweede op de Olympische Spelen. Nu is er niets meer. Althans in Poznan niets meer dan het troosteloze decor, de kou en de lusteloosheid. Polen mijden het stadion. Polen zijn niet alleen met Engels geld gediend.