LSV pleit voor ander tarievenstelsel bij de medische specialisten

ROTTERDAM, 16 NOV. De Landelijke Specialisten Vereniging (LSV) wil een ander tarievenstelsel voor de medische specialisten. Het aantal afzonderlijke tarieven moet drastisch worden verminderd en voor een groot deel van het diagnostisch onderzoek dient de specialist een vaste vergoeding per patiënt te krijgen. De tarieven zouden worden gebaseerd op een voor een verrichting gemiddelde tijdsbesteding en op een 'reëel' uurtarief. Dit blijkt uit het voorstel dat de LSV heeft voorgelegd aan de commissie-Biesheuvel, die staatssecretaris Simons (volksgezondheid) onder meer moet adviseren over een andere honoreringsstructuur voor medisch specialisten.

De LSV beoogt met haar voorstel allereerst de grote, 'onverklaarbare' verschillen in omzet (en daarmee ook in honorering) tussen de specialismen onderling weg te werken. Bovendien verwacht de LSV met haar voorstel, dat volgens haar een 'toetsbaar en helder' systeem oplevert, een verbetering van het gemiddelde inkomen aangezien “het actuele tariefniveau na alle kortingen onder het honoreringsniveau op basis van een reëel uurtarief ligt”.

Een dienstverband voor medisch specialisten wijst de LSV af. De band tussen het aantal verrichtingen en het honorarium dat de vrij gevestigde specialist kan verwerven, wordt in het voorstel van de Vereniging niet doorgesneden. Zowel de Ziekenfondsraad als de commissie-Van der Zwan hebben daarvoor gepleit en ook de commissie-Biesheuvel wil dat. De LSV gaat ervan uit dat 'individuele beïnvloeding' vermeden kan worden door het systeem doorzichtig te maken en verantwoording af te leggen “door openbaar inzicht te geven in de normering zelf en de uitkomsten daarvan voor de omzet en het inkomen van de specialist”, aldus de notitie 'Aanzet tot een nieuwe honoreringsstructuur medisch specialistische hulp'.

Het nieuwe tarievenstelsel zou de komende jaren volgens een 'evolutiemodel' geleidelijk aan moeten worden vernieuwd. “De Vereniging staat ervoor zich voor die vernieuwde honoreringsstructuur volledig in te zetten.” Zo wil zij de komende tijd inzicht krijgen in de reële tijdsbesteding voor de verschillende verrichtingen. Deze moeten in groepen van min of meer gelijke zwaarte worden ingedeeld. Voor een behandeling uit zo'n cluster zal hetzelfde bedrag worden vergoed. Dat bedrag kan eerst nog per specialisme verschillen, maar de LSV sluit niet uit dat op den duur ook dat verschil verdwijnt.

De LSV wil voor het honoreringsniveau het jaar 1989 (vermeerderd met een correctie voor inflatie) als uitgangspunt nemen. Over de tarieven in dat jaar bestond voor het laatst overeenstemming tussen specialisten, verzekeraars en overheid. Bovenop die tarieven moet dan een vergoeding komen voor 'niet-patiëntgebonden' activiteiten zoals een bijdrage aan het management van het ziekenhuis, opleidingsactiviteiten en onregelmatige diensten. Volgens de verzekeraars bevatten de huidige tarieven echter al een opslag voor dergelijke activiteiten.

In haar notitie stelt de LSV ook het gebruik om beginnende specialisten de praktijk van hun voorganger te laten kopen, de 'goodwill', ter discussie. Hoewel de goodwill “binnen specialistenkringen een breed aanvaard recht” is, kan volgens de LSV over afschaffing worden gesproken. Onderhandelingen daarover liepen in de jaren tachtig vast. De LSV stelt wel als voorwaarde dat de specialisten volledig schadeloos worden gesteld. Met het afkopen van de goodwill is op dit moment naar schatting een bedrag van bijna twee miljard gulden gemoeid.