Leiders CDU en SPD maken zich op voor verkiezingsstrijd; Scharping probeert zijn evenwicht te bewaren

WIESBADEN, 16 NOV. Ze doen belangrijke dingen onder moeilijke omstandigheden, de twee heren die zich opmaken voor de race om het Duitse kanselierschap na 1994.

De een, de 63-jarige Helmut Kohl, is al elf jaar kanselier en al twintig jaar voorzitter van zijn CDU. Hij probeert deze week in China aan het hoofd van een zware handelsdelegatie het beschadigde begrip Made in Germany op te poetsen en een serie miljardenorders los te praten, waaronder een order voor een metronet in Kanton onder leiding van Siemens, een partij Airbus-vliegtuigen en een nieuwe fabriek van Volkswagen.

De ander, Rudolf Scharping, de 45-jarige minister-president van Rijnland-Palts, is nog niet zo ver als Kohl. Hij voert zijn gevecht voorshands op de vierkante decimeter binnen de SPD, waarvan hij - het jongste en meest beminde politieke kleinkind van de vroegere kanselier Willy Brandt - als partijvoorzitter tegelijkertijd andere kleinkinderen op afstand moet zien te houden én de oudste partij van Duitsland moet voorgaan naar een geloofwaardige positie als regeringsalternatief. Als het goed is, dat wil zeggen: als het deze week goed voor hem gaat, wordt hij stellig ook SPD-lijsttrekker in de Bondsdagverkiezingen van oktober 1994.

Kohl heeft de export naar China en Azië - na een reeks recente tegenvallers voor de Duitse exportindustrie (géén duikboten naar Taiwan, géén Transrapid-treinen naar Taiwan en Zuid-Korea) - zo pas tot Chefsache verklaard. Dat wil ook zeggen dat hij zijn volle politieke gewicht heeft gehangen aan zijn vierde bezoek aan China, het eerste na de Duitse eenwording en ook het eerste na de bloedige repressie van het studentenprotest op het Plein van de Hemelse Vrede in Peking. Thuis in Duitsland hangen de donkere recessiewolken steeds dreigender boven de kiezersmarkt, die in het superverkiezingsjaar 1994 veelvuldig moet worden betreden. In Bonn wordt intussen niet zozeer meer gespeculeerd over de vraag of Kohl 'zijn' Oostduitse keus Steffen Heitmann alsnog moet terugtrekken als kandidaat voor het bondspresidentschap, maar veelmeer over de vraag wannéér hij dat zal doen. Grote zorgen voor Kohl, al met al.

Grote zorgen, zij het voorshands nog binnen de kleinere ruimte van de SPD, heeft ook Rudolf Scharping. Zo'n vijf maanden na zijn verkiezing als partijvoorzitter moet de premier van Rijnland-Palts deze week op een vierdaags programma-congres in Wiesbaden, dat vandaag is begonnen, proberen om de diverse partijen die elkaar in de SPD ontmoeten met één gezicht naar voren te laten komen. Anders gezegd: hij moet de 'rechtse', traditionele Kanalarbeiter en de links-liberale vleugel in zijn partij bijeen zien te houden. Ook moet hij de 'realisten', van wie hij er zelf eigenlijk een is, net als Hans-Ulrich Klose, de fractieleider in de Bondsdag, zoveel mogelijk zien te verzoenen met de jonge socialisten (Juso's) en de pacifisten in de SPD. Als het even kan moet hij dan ook nog bruggen zien te slaan tussen de milieuvleugel, de vakbondsvleugel en de ambitieuze SPD-pragmatici die in de deelstaten regeren (zoals zijn generatiegenoten Oskar Lafontaine in Saarland en Gerhard Schröder in Nedersaksen). Al die groepen en personen moet hij duidelijk achter zich zien te krijgen, liefst in door iedereen aanvaarde programma-compromissen.

Scharpings optreden binnen de SPD getuigde tot nu toe vooral van behoedzaamheid. Hij wil van de SPD weer een meer op regeringsverantwoordelijkheid gerichte partij maken, maar moest op de weg daarheen al een paar keer zachtjes halverwege de vlag strijken. Dat gold bijvoorbeeld voor de door vele SPD'ers verafschuwde inzet van Duitse militairen in VN-eenheden buiten het NAVO-verdragsgebied. Aanvankelijk gaf hij - vier maanden geleden - fractieleider Klose de indruk dat hij hem steunde bij diens pogingen om het verenigde Duitsland ook wat de SPD betreft in principe volledig als VN-lid (en als aspirantlid van de Veiligheidsraad) te laten functioneren. Maar toen het daaromtrent - inzake Duitse deelneming aan militaire, vrede afdwingende VN-acties dus - in de SPD begon te rommelen, retireerde Scharping naar een iets veiliger positie. Gevolg: Klose staat sindsdien in de kou en de SPD wil programmatisch nu toch liever niet verder gaan dan 'blauwhelm-acties'. Wat trouwens in Europa ook betekent dat de SPD Duitsland eigenlijk maar gedeeltelijk wil laten meedoen aan wat de Europese Politieke Unie volgens de verdragen van Maastricht straks mogelijk moet maken.

Ander voorbeeld: met onderhandse goedkeuring van Scharping heeft Nedersaksens premier Schröder, als SPD-onderhandelaar, de afgelopen maanden geprobeerd om in Duitsland tussen politieke partijen, de nucleaire industrie en stroomproducenten een consensus op het terrein van de nationale energievoorziening tot stand te brengen. Die verhoopte consensus had het sinds 1986 vierkant afwijzende SPD-standpunt tegenover kernenergie en de praktische werkelijkheid van de bestaande kerncentrales, alsook de optie voor veiliger centrales in de toekomst, moeten verzoenen. Op dit gebied liet de SPD-top twee weken geleden Schröder alleen, toen hij vlak voor een compromis met de regeringspartijen en de stroomleveranciers stond. Schröder liet er vervolgens geen geheim over bestaan dat hij zich door Scharping in de steek gelaten voelde.

Derde voorbeeld - en weer was een SPD-topper de dupe - gold de afgelopen weken Oskar Lafontaine, de eerste financiële man in Scharpings 'schaduwkabinet'. Lafontaine had - eerder juist dan politiek-tactisch - opgemerkt dat de nog lage produktiviteit in Oost-Duitsland het eigenlijk verstandig maakt om de gelijktrekking van Oostduitse lonen en uitkeringen met het Westduitse niveau wat langzamer te laten verlopen. Anders zou zoiets wel eens tot nog meer werkloosheid en minder investeringen in de vroegere DDR kunnen leiden, was zijn redenering. Lafontaine moet hebben aangenomen dat Scharping dat wel met hem eens zou zijn, of wel moest zijn. Maar juist gisteren, na wekenlange woedende reacties uit Oostduitse partijafdelingen, moest Lafontaine merken dat partijvoorzitter Scharping voor die kritiek was gezwicht. Sinds gisteren namelijk ligt er een nader voorstel van het partijbestuur aan het programma-congres in Wiesbaden, waarin het heet dat in heel Duitsland moet worden gestreefd naar een zo goed mogelijke verhouding tussen produktiviteit en lonen.

Het is maar een greep uit een reeks voorbeelden die de nieuwe SPD-voorzitter op zijn weg naar het lijsttrekkerschap en de aanval op Kohls kanselierschap tot nu toe vooral hebben laten zien als een voorzichtige evenwichtskunstenaar tussen rivaliserende groepen en personen in zijn partij.

Of Scharping tot nu toe zijn gezag binnen de SPD voldoende heeft kunnen versterken om al een volwaardige uitdager van Kohl te zijn is de vraag. Op die vraag verwacht hij, wat de SPD zelf betreft, nog deze week een antwoord. Want hij wil, hoewel hij pas vijf maanden geleden als voorzitter werd gekozen, deze week opnieuw een oordeel van het congres over zijn voorzitterschap. Hij wil worden herkozen dus, nadat hij vijf maanden geleden in Essen met een naar SPD-tradities gerekend vrij lage score van tachtig procent werd gekozen. Na deze voorgeschiedenis zal de 'vrijwillige' herkiezing van Scharping, die voor morgen is voorzien, nog veel meer over de koers van de SPD en voor de perspectieven van Scharping zelf zeggen dan hij een paar maanden geleden moet hebben gedacht.