Laf

November: de wind rukt aan alles wat los en vast zit, de regen gutst over het raam. Ik koester mij in de gloed van een opkomende verkoudheid. Mijn gedachten vertoeven ondertussen in Polen en dat komt door het roofvogelboek van Rob Bijlsma (Ecologische Atlas van de Nederlandse Roofvogels).

Mei, moeras en muggen. Iemand klimt in een boom. Twee zeearenden cirkelen in de lucht.

Ons was het erom te doen hun jongen te ringen. Maar dat wisten zij niet - zij wisten niet beter of hun jongen werden geroofd. En ze deden niks. Reuzen van vogels vlogen stilletjes rond, of op z'n hoogst nu en dan een smartelijk piepje.

Dat was me een raadsel. Of de boom nu door een beer of een mens beklommen wordt - je zou zeggen dat een zeearend best een uitval kan doen. Zelfs een minieme kans dat de belager het opgeeft, of zijn nek breekt, moet op den duur een evolutionair voordeel opleveren.

Nu beschrijft Rob in zijn boek iets dergelijks bij haviken. Ook hier (met zeldzaam agressieve uitzonderingen) dat lijdzaam toezien hoe een onderzoeker een nest benadert. Rob wijst erop dat moedige roofvogels door de eeuwen heen juist in het nadeel zijn geweest. Zij waagden het meest en konden, zeker met vuurwapens, het makkelijkst worden gedood.

Wat zich vastzet: het beeld van mensen die doende zijn hun eigen lafheid te verbreiden door de hele natuur.

    • Koos van Zomeren