Hulpverleners in aantocht

Het is geen opwekkend beeld dat in het vorige week verschenen gezondheidsrapport over onze toekomst wordt geschilderd. Op slechts zestig 'gezonde' levensjaren mag de gemiddelde Nederlander rekenen. De resterende jaren - twintig voor de vrouw, vijftien voor de man - moet hij leven met een lichaam dat hem in de steek laat: gewrichtsslijtage, CARA, slechthorendheid, enzovoort.

De winst aan levensjaren die in de naoorlogse decennia is geboekt, betekent dus geen winst aan levenskwaliteit, ondanks de astronomische bedragen die aan de gezondheidszorg worden besteed. Integendeel, het betekent dat een relatief groter deel van het leven kwakkelend, gebrekkig of dement moet worden doorgebracht. Volgens het rapport zal dat in 2010 niet anders zijn. Langer leven en meer lijden - ziedaar het toekomstperspectief voor de nu levende generaties.

Velen van hen zullen daar niet dankbaar voor zijn. Zij gruwen van het vooruitzicht dat ze steeds verder zullen aftakelen en daardoor in toenemende mate van anderen afhankelijk zullen worden. Enige jaren geleden heeft Huib Drion gepleit voor een 'pil', waarmee ouderen op een zelfgekozen tijdstip zelf een eind aan hun leven kunnen maken. Uit de vloed van positieve reacties daarop is gebleken hoezeer die wens in grote delen van de bevolking leeft.

Laten we hopen dat die pil er spoedig komt. Een werkgroep van de Nederlandse Vereniging voor Vrijwillige Euthanasie is bezig met een onderzoek naar de juridische en praktische haalbaarheid ervan. Tot het zover is blijft evenwel de bewuste categorie ouderen in de kou staan. Wel is er natuurlijk voor de leden van de NVVE de euthanasieverklaring, waarmee ze hopen dat hun in hun laatste levensfase onder bepaalde voorwaarden een 'goede dood' zal worden gegund. Maar het gaat nu om de lange weg voordat die laatste fase is bereikt.

Sommigen hebben in hun euthanasieverklaring opgenomen dat ze in geval van bewusteloosheid niet willen worden gereanimeerd. De NVVE geeft op aanvraag een zogeheten 'non-reanimatie penning' uit die men om zijn hals kan dragen, voor iedere hulpverlener meteen zichtbaar. Met zo'n penning geeft de drager te kennen dat hij, bijvoorbeeld bij een auto-ongeluk, een hersenbloeding of een val van de trap, iedere levensverlengende handeling weigert.

Zo'n penning betekent voor de dragers ervan een grote geruststelling. De kans immers, juist voor ouderen, op een minder goede levenskwaliteit na een reanimatie dan ervoor is op zich al groot. Maar juist de overweging dat die levenskwaliteit toch al voelbaar afneemt en dat het leven toch al als steeds minder zinvol wordt ervaren, vormt in de meeste gevallen de reden om zo'n penning aan te schaffen. Dat ongeluk of die hersenbloeding worden aangegrepen, of zelfs als een goede gelegenheid beschouwd, om relatief snel en pijnloos uit het leven te scheiden. Veel ellende kan een mens zichzelf en zijn omgeving daarmee besparen.

Alleen: de hulpverleners moeten de wilsbeschikking die in zo'n penning besloten ligt, wel respecteren. Helaas blijkt dat niet altijd het geval te zijn. Binnen de NVVE is door een uitspraak van zo'n hulpverlener een intensieve discussie hierover op gang gekomen. “Wij reanimeren altijd (...) formeel komt ons geen enkele beslissingsbevoegdheid toe” zegt Wim ten Wolde, hoofd van de ambulance in Enschedé in Euthanavisie, het blad van de NVVE van maart 1993. Hij en zijn team zouden in voorkomende gevallen een non-reanimatie penning eenvoudig negeren, want “het is onze plicht altijd zo goed mogelijk te helpen” (het is maar wat je helpen noemt). In een later stadium is het, aldus Ten Wolde, aan de arts om een weloverwogen beslissing te nemen. Hij hoopt dat dit beleid, dat mede door hem in een landelijk protocol is neergelegd, standaard-handleiding voor alle ambulances zal worden.

Volgens deze procedure wordt dus, indien de reanimatie slaagt, de bewusteloze in het leven teruggeroepen tegen zijn uitdrukkelijke wens in. Mislukt daarentegen de reanimatiepoging, dan betekent dat een wrede verstoring van het sterfproces. Niemand kan uitsluiten dat de stervende daaronder extra te lijden heeft. Logisch dat het standpunt van Ten Wolde tot grote onrust heeft geleid.

Tegen de juridische geldigheid van een non-reanimatieverklaring, gesymboliseerd in de bewuste penning, is nauwelijks iets in te brengen, menen juristen. In een VARA-radioprogramma op 4 augustus heeft mr.dr. J. Legemaate, stafmedewerker van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot Bevordering der Geneeskunst, daarover geen twijfel laten bestaan. Men mag aannemen dat de drager van zo'n penning grondig bij zichzelf te rade is gegaan alvorens hem te bestellen en om zijn hals te doen. Hij geeft daarmee een duidelijk signaal dat hij vrede heeft, om welke reden dan ook, met een eventuele plotselinge dood en dat hij, ook al zou hij buiten bewustzijn raken, gebruik maakt van het in ons land geldende recht een behandeling te weigeren. Een reanimatie tegen de wil van de betrokkene is een schending van dat recht en komt in feite neer op een dwangbehandeling.

Hoe kan een hulpverlener een dergelijk misbruik van zijn machtspositie verantwoorden? Juist van iemand die zijn leven in dienst van de lijdende medemens stelt zou men begrip voor diens noden mogen verwachten. 1993 is notabene uitgeroepen tot 'Europees jaar voor de ouderen en de solidariteit tussen de generaties'. Indien het bewuste protocol inderdaad landelijk voor alle ambulances wordt aanvaard, spreekt daar geen solidariteit uit, maar een arrogante miskenning van het fundamentele mensenrecht op zelfbestemming.

In de natuur worden oudere dieren, wanneer hun krachten tanen, uit de kudde gestoten zodat ze vrijwel meteen aan hun natuurlijke vijanden ten prooi vallen. Een snel en barmhartig einde. De mens is geen dier. Hij kan een keuze maken, bijvoorbeeld voor een einde zonder al het technisch geweld van buizen en slangen dat bij een reanimatie nu eenmaal onvermijdelijk is. Het zou interessant zijn een hulpverlener die heeft geweigerd zo'n keuze te eerbiedigen, voor de rechter te dagen wegens onrechtmatig handelen en hem verantwoordelijk te stellen voor de schade, materieel en immaterieel, die hij zijn slachtoffer heeft toegebracht.

    • An Salomonson