High Noon in Hongkong

“GEEN AKKOORD tot elke prijs.” Met deze waarschuwing heeft premier Major de Britse toon verhoogd in de slepende onderhandelingen met Peking over de constitutie van Hongkong na de overeengekomen overdracht aan China in 1997. Major koos een opmerkelijk moment, de vooravond van de conferentie van Seattle waar met name de Amerikaanse president Clinton zich opmaakt juist tot een vergelijk met China te komen.

Inzet van het Britse geschil met Peking is de samenstelling van de Wetgevende raad (LegCo) van de kroonkolonie. De nieuwe - en naar het zich laat aanzien laatste - gouverneur, Patten, heeft bij zijn aantreden vorig jaar voorgesteld de ruimte in de in 1984 gesloten basisovereenkomst alsnog te benutten om de democratische grondslag van dit college enigszins te verbreden. Na negen gespreksrondes, voorzover zij die naam verdienen, blijft China mordicus tegen. Onredelijk is het voorstel van Patten niet, hoogstens overtijd. Het rechtssysteem van de kroonkolonie heet een belangrijke reden waarom buitenlandse investeerders deze locatie kiezen om van daaruit hun activiteiten in China te ondernemen. En elementaire rechtsnormen zijn niet los te zien van een minimum aan democratische verhoudingen.

PATTENS PROBLEEM IS dat de tijd begint te dringen. Als de verkiezingen van 1994 en 1995 werkelijk een wat bredere basis willen krijgen dienen er rondom de komende jaarwisseling knopen te worden doorgehakt. De gouverneur heeft al enkele (voorwaardelijke) concessies aan Peking gedaan in de hoop op een doorbraak, maar die is uitgebleven. Vandaar de ferme taal vanuit Downing Street.

Het kan natuurlijk allemaal een rollenspel zijn: Groot-Brittannië blijft vruchteloos hameren op het kiesstelsel om in 1997 met opgeheven hoofd te kunnen vertrekken na een soepele overdracht van Hongkong aan China. De onverzettelijkheid van Peking wordt allicht in de hand gewerkt doordat de dagen van Deng Xiaoping naar het zich laat aanzien ten einde lopen; deze onzekerheid is voor de machthebbers niet direct een aanmoediging concessies te doen op zo'n gevoelig punt. Maar Patten kan er ook op gokken dat het huidige bewind in Peking 1997 niet haalt om een hervorming van het kiesstelsel terug te schroeven. In dat geval moet hij met zijn voorstellen naar de LegCo.

Geheel zonder risico is ook dat niet. Belangrijke zakenlieden in Hongkong hebben al laten blijken Peking niet voor het hoofd te willen stoten, nog afgezien van de vraag of zij wel zo warm lopen voor verbreding van het kiesstelsel. Zo wordt Londen steeds meer gedwongen het er op aan te laten komen of het beoogde kiezersvolk van de kroonkolonie zijn vrijheden zelf wil verdienen.