Franse studenten gaan volgens het rooster de straat op

PARIJS, 16 NOV. Contestatie volgens het rooster. De 'dag van nationaal protest' die de Franse studentenbonden gisteren hadden uitgeschreven, stond al weken op de agenda. Samenvallend met de behandeling van de begroting van hoger onderwijs in de Assemblée Nationale zouden zij de straat op gaan. 1968 zit weer in de lucht, fluisterden nerveuze commentatoren, maar het was voorlopig een actie tegen overbevolking en achterstallig onderhoud.

Regeringsgetrouwe politici en kranten hielden het op een mislukte poging tot manipulatie door linkse agitatoren. Le Figaro rondde haar persiflage af met de kop: “De studenten hebben lopen te mokken op straat.” Het progressieve dagblad Libération gaf de demonstranten wat meer wind in de zeilen: “Le malaise de la fac s'affiche dans les rues” (De malaise van de universiteit wordt op straat zichbaar gemaakt). Misschien dat allebei het wat overdreven in de richting die hun respectievelijke statuten voorschrijven.

De angst voor een herhaling van de grote opstand van 1968 keert dit najaar steeds terug. Toen op één zwarte dinsdag duizenden ontslagen in de Franse industrie werden bekend gemaakt, werd het ergste gevreesd, maar de volkswoede bleef uit. Pas toen het personeel van Air France in oktober de startbaan opliep en het vliegverkeer op Parijs een week verlamde, leek het er even op.

Het is ook 25 jaar geleden dat studenten en andere 'werkers' elkaar op straat vonden. En premier Balladur stond als rechterhand van premier Pompidou toen ook al achter de vitrages te kijken naar de uitzinnig demonstrerende massa's. De verbeelding kwam een beetje aan de macht, de regering van de dag werd even opzij geblazen, maar de constanten in de Franse manier van doen aan de universiteiten werden er niet blijvend door aangestast.

Wat sindsdien vooral is veranderd, is het aantal Fransen dat is gaan studeren. In 1960 ging één op de tien jongeren naar de universiteit. Tegenwoordig bijna één op de twee. De massa-universiteit is een realiteit geworden. En, zoals dat dan gaat, de budgetten zijn wel toegenomen, maar hebben die enorme groei niet kunnen bijhouden. Vandaar dat de studenten van 1993 de gekste dingen meemaken, of zij nu op een oude, gevestigde universiteit zitten, of op een nieuwere in een regionale hoofdstad.

Verhalen te over. 700 studenten in een zaal gebouwd voor 300; wie tijdig komt, zit op de trap, wie later is, luistert buiten door de open deur mee. Docenten die een werkgroep van 70 studenten oproepen hun werkstuk tijdig in te leveren, met de toevoeging dat ze alleen de eerste 45 zullen nakijken omdat zij daar voor worden betaald. Studenten die in hun eerste jaar geen hoogleraar tegenkomen.

In het parlement beloofde minister Fillon van hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek gisteren een uitbreiding van de middelen met 5,6 procent, een aanzienlijk gebaar tegen de achtergrond van de sanerende tendens in de eerste eigen begroting van de regering-Balladur. Hij noemde het een 'onwaardige' beschuldiging dat de centrum-rechtse coalitie onverschillig zou staan tegenover het hoger onderwijs en verklaarde zich bereid met iedereen te overleggen.

Noch hij noch de linkse oppositie ging diep in op de fundamentele oorzaken van de huidige crisis. Zeven jaar geleden heeft de gedachte aan enige selectie bij de universiteiten al tot grote protesten geleid. Daar brandt de regering haar vingers niet meer aan. Het idee van een hoger onderwijs voor velen is een groot goed, maar voldoende geld er voor konden ook de socialisten, die tot maart regeerden, niet opbrengen.

Nu de werkloosheid in het hele land het zelfvertrouwen aantast, spreken steeds meer studenten hun zorg uit voor de toekomst. Dat bleek tijdens de acties, die gisteren in tal van universiteitssteden werden gehouden, de grootste achterliggende zorg te zijn. Tot nu toe heeft dat nog niet geleid tot een massale keuze voor de technische en technologische vakken waar de meeste vraag naar is. Letteren, sociologie en rechten zijn nog steeds gewild.

Philippe Campinchi, president van de socialistische studentenbond, straalde gisteravond in het Franse equivalent van Nova meer Hugo Boss dan Cohn-Bendit uit. Hij beperkte zich tot praktische eisen: colleges die op tijd beginnen, voldoende zitplaatsen, en als het kan een docent voor iedere klas. Het lyceïsten-protest van 1990 was wilder. De bezorgde studenten-generatie van nu kan zich nog geen revolutie veroorloven.

    • Marc Chavannes