FAO-FIASCO [2]

Het antwoord op het FAO-fiasco is niet zo moeilijk (NRC Handelsblad, 9 november), als oud-diplomaat kan ik het overzien. De coryfeeën van vroeger op een rijtje:

Het begon na 1945 met Pelt (plv. secretaris-generaal van de VN) en Van Heuven Goedhart (UNHCR), beiden afkomstig uit de journalistiek. In de veel grotere VN werd het rijtje later begrijpelijkerwijs kort: Boerma bij de FAO (ambtelijke afkomst) en in de eveneens wereldwijde financiële sfeer Witteveen bij het IMF (bankier, ooit ook in Den Haag ingezet als minister). Het sterkst waren - om logische redenen - de Nederlandse posities in NAVO en OESO: bij de NAVO eerst Stikker (industrieel, later minister), vervolgens Luns (beroeps-diplomaat, later minister) en bij de OESO Van Lennep (ambtelijke achtergrond). Stuk voor stuk uitzonderlijk bekwame lieden die in hun eigen vakkringen groot internationaal respect hadden opgebouwd.

Het lukte nog éénmaal: Jan Pronk (na zijn eerste ministerschap tweede man in UNCTAD), ongetwijfeld andermaal iemand die zich gewoon voor zijn terrein breed internationaal gezag had verworven.

Daarna nooit meer. De hoogstaande politicus Van der Stoel, gezaghebbend op bepaalde terreinen, beleefde een terechte afgang als kandidaat-UNHCR; bepaald niet wat men daarvoor toen zocht. De perfect gekwalificeerde bankier Ruding ging voor het IMF tenonder omdat de goed-geörganiseerde Franse machine al veel eerder de king-pin had geïdentificeerd - Brazilië -. Let wel niet in Brasilia, maar hun man in Washington. Het is nu eenmaal een feit - zelfs met twaalf in Brussel dreigt dit al - dat er overal ter wereld naast de afgezanten der groten slechts ruimte is voor een paar figuren naar wie óók serieus geluisterd wordt, omdat zij door vakgenoten gewoon worden gezien als de besten van de klas; die Braziliaan bij het IMF had toen immens gezag onder zijn niet-OESO collegae. De laatste Haagse geloofwaardigheid werd wellicht verspeeld toen de hele machine weer vergeefs werd gemobiliseerd voor oud-minister Schoo voor een hoge baan in de Wereldbank-familie.

Wat er schort, is dat Den Haag de machine 'politiek' inzet: de baantjes-jagerij, niet meer allereerst acht-slaand op het gezochte profiel en met de gebruikelijke zelfoverschatting die het milieu eigen is. De wereld is héél groot geworden en Den Haag héél klein. Als men ook de internationale baantjes te onzent uitsluitend nog gaat najagen als troostprijzen voor eigen beroeps-politici, zal men zeker laag blijven scoren.