EG: Deze eeuw nog 15 miljoen banen nodig

BRUSSEL, 16 NOV. Om de werkloosheid in de twaalf lidstaten van de Europese Unie te halveren moeten tot de eeuwwisseling zo'n 15 miljoen banen worden geschapen.

De daarvoor benodigde groei van de werkgelegenheid van 1,5 à 2 procent per jaar moet worden bereikt door renteverlaging, aanmoedigen van investeringen, loonmatiging, flexibilisering van de arbeidsmarkt en verlaging van de sociale premies die drukken op de arbeidskosten.

Dat staat in een ontwerp-document van de Europese Commissie over het gemeenschappelijke economische beleid in de Europese Unie. De inhoud sluit nauw aan op het Witboek dat voorzitter Jacques Delors van de Europese Commissie komende maand zal presenteren op de Europese Top van regeringsleiders in Brussel over economische groei in Europa, werkgelegenheid en concurrentiekracht.

In het ontwerp-document - waarover de voltallige Commissie zich nog een keer moet buigen, aldus een woordvoerder vanochtend - wordt nogmaals onderstreept dat de strijd tegen de oplopende werkloosheid het centrale thema is voor de Europese Unie in de komende jaren. Op dit moment zitten bijna 18 miljoen mensen in de Europese Unie zonder werk. Als in dit situatie geen verbetering komt, riskeert de Unie in een crisis terecht te komen die te vergelijken is met de situatie van na de eerste oliecrisis, “maar dan in veel slechtere sociale omstandigheden”.

Vorige week maakte Europees commissaris Christophersen bekend dat de Europese economie dit jaar met 0,4 procent zal krimpen. Voor komend jaar rekent de Commissie op een groei van 1,3 procent en voor 1995 van 2,1 procent. In het nu uitgelekte ontwerp-document staat dat de Europese Unie moet inzetten op een jaarlijkse economische groei van 3 à 3,5 procent in de jaren vanaf 1996.

Voorwaarden om dat te bereiken zijn verlaging van de renteniveaus in Europa en daarmee samenhangend verlaging van de inflatie. Een strak begrotingsbeleid en loonmatiging zijn daarvoor van cruciaal belang. De Commissie stelt dat de twaalf lidstaten onverkort moeten vasthouden aan de convergentiecriteria (zoals terugdringing van financieringstekorten en staatsschuld) van de Europese Monetarair Uie (EMU) en aan het tijdpad op weg naar de ene Europese munt, zoals dat is vastgelegd in het Verdrag van Maastricht.

Volgens de Commissie is er sprake van een “stabiel macro-economische raamwerk” als de gemiddelde inflatie niet meer dan 2 à 3 procent bedraagt. De nieuwe president van het Europees Monetair Instituur (EMI), Lamfalussy, zei vorige week in het Europese Parlement dat een inflatieniveau van 1,5 à 2 procent het maximum moet zijn voor geïndustrialiseerde landen, zoals Duitsland.

De afgelopen maanden heeft voorzitter Delors van de Europese Commissie al vaak betoogd dat economische groei alleen onvoldoende zal zijn om genoeg nieuwe banen te scheppen. In zijn Witboek zal hij daarom pleiten voor loonmatiging, waarbij de lonen de komende jaren minder snel zullen stijgen dan de produktiviteitsgroei, en voor verlaging van de arbeidskosten. Arbeid moet minder zwaar worden belast in ruil voor onder andere hogere milieu- en energieheffingen.

De Europese Commissie zal haar document over het economische beleid aanbieden aan de lidstaten. Die stellen uiteindelijk, op aanbeveling van de Commissie, “de globale richtsnoeren” op voor het economische beleid van de Europese gemeenschap, zoals is vastgelegd in het Verdrag van Maastricht.