Britse regering is bereid terreur IRA te vergeten

LONDEN, 16 NOV. Premier John Major heeft gisteren gezegd dat de Britse regering bereid is de wandaden van de IRA te vergeten en haar zusterpartij, Sinn Fen, als onderhandelingspartner te erkennen indien de IRA permanent afziet van geweld.

Wel moet dan eerst een periode verstrijken die voldoende is om vast te stellen dat het de IRA ernst is met die belofte. Major erkende voorts dat de kans op vrede “dichterbij lijkt dan in jaren het geval is geweest”. Daarmee lijkt een politieke oplossing voor Noord-Ierland een stapje naderbij te zijn gekomen.

Majors uitspraken, in een rede tot de City of London gisteravond, zijn in Dublin met onverdeelde warmte ontvangen. Maar de hoop op een doorbraak naar gezamenlijk Brits-Iers model werd meteen al weer getemperd door de manier waarop de voorzitter van Sinn Fen, Gerry Adams, juist gisteravond koos om te onthullen dat er niets nieuws gaande was, omdat er tussen Sinn Fen en de Britse regering “langdurig contact en langdurige dialoog” gaande is geweest over een oplossing. Volgens Adams heeft John Major dat afgebroken.

De Britse regering werd daardoor vanmorgen gedwongen in alle toonaarden te ontkennen dat ze met terroristen heeft onderhandeld of zal onderhandelen, maar de Democratic Unionist Party van dominee Paisley gelooft die ontkenningen al niet meer. Zij zegt “enig bewijs” te hebben dat de Britse regering inderdaad in de afgelopen maanden zaken heeft gedaan met Sinn Fen. De DUP vindt de strategie van de Britse premier dan ook “verachtelijk”, zei DUP-vice-partijleider Peter Robinson vanmorgen. “Hieruit blijkt dat je je, anders dan altijd is volgehouden, dus wèl met geweld een weg naar de onderhandelingstafel kunt banen.”

Major lijkt een doorbraak voor Noord-Ierland te willen forceren, desnoods met voorbijgaan aan de Democratic Unionist Party en in de verwachting dat hij de gematigder Ulster Unionists tot een dialoog kan bewegen. Het bereiken van een politieke oplossing die geweld overbodig maakt, zou een geweldige opsteker zijn voor de onpopulairste premier sinds opiniepeilingen begonnen. Major heeft de afgelopen weken gesprekken gevoerd met de leiders van alle politieke partijen in Noord-Ierland, onder wie John Hume van de nationalistische SDLP. Die heeft Major gesmeekt serieus te kijken naar het principe-akkoord dat hij bereikt heeft in geheime besprekingen met Gerry Adams en dat volgens Hume “vrede binnen een week” zou kunnen garanderen.

De onverwacht optimistische toon van Majors toespraak gisteravond voedt de speculatie dat Londen en Dublin hecht samenwerken in het bereiken van een oplossing voor de Britse provincie op het eiland Ierland. Hij geeft ook aan dat althans de Ulster Unionists van James Molyneaux en de SDLP in de ogen van Major bereid zijn ver genoeg te gaan om te beantwoorden aan “het brandend verlangen, aan beide zijden van de samenleving, naar vrede - niet een vrede tot elke prijs, maar een vrede die eerlijk en rechtvaardig is”, zoals Major het gisteravond formuleerde.

Gerry Adams veegde de vloer aan met Majors toespraak. Die was volgens hem een poging om de aandacht af te leiden van het feit dat Major bestaande contacten met Sinn Fen had afgebroken “op aandrang van zijn unionistische bondgenoten”. Een Ulster Unionist-parlementariër, Ken Maginnis, zei dat de toespraak van Major “niets nieuws” bevatte. De UUP heeft al eerder ouvertures naar Sinn Fen gemaakt door te zeggen dat ze bereid was met de partij te onderhandelen na een periode van vijf jaar zonder bomaanslagen.

Dominee Paisley donderde over verraad aan “onze zo dierbare positie binnen het Verenigd Koninkrijk” en waarschuwde tegen een nieuw pact tussen Londen en Dublin. De regering van de republiek zal, aldus Paisley, nooit van mening veranderen over de status van Noord-Ierland, namelijk dat de provincie deel hoort uit te maken van Ierland als geheel.

    • Hieke Jippes