Arrogantie uit ignorantie

Neue Literatur, Arroganter Osten. 128 blz., 12DM. G.Csejka, Schäferstr.8 D-63069 Offenbach

Het tweemaandelijkse tijdschrift Neue Literatur staat met één been in Roemenië en met het andere in Duitsland. Vóór de omwentelingen in Oosteuropa bestond dat Duitse been voornamelijk in de fantasie van de redacteuren en medewerkers, allen Duitstalige Roemenen die tot voor kort in Roemenië opgesloten zaten. Nu de uittocht van de Roemeens-Duitse schrijverskolonie vrijwel compleet is heeft men het eigen orgaan Neue Literatur (1949) omgebouwd tot een 'Zeitschrift für Querverbinungen'. Degenen die zich in Duitsland gevestigd hebben willen na hun lange opsluiting nadrukkelijk internationaal zijn, de regionale kleingeestigheid - de 'Provinz im Kopf'- moet bestreden worden. Het been in Boekarest dient om het Westen nu eindelijk eens te laten zien hoe het er in Oosteuropa werkelijk aan toe is gegaan en wat er nu gebeurt.

De kleine literaturen van Oost- en Middeneuropa kunnen wel wat extra zelfbewustzijn gebruiken, de tot rust gekomen Westerse literatuur daarentegen heel goed een opfrisser vanaf de zijkant, stelt hoofdredakteur Gerhardt Csejka in zijn programma. Voorwaarde is dat de literaire teksten provocerend zijn, spannend en interessant.

Een bijbedoeling van Neue Literatur is om de arrogantie van het Westen van zijn arrogantie ten opzichte van literaturen uit Oost-Europa af te breken. Het laatste nummer draagt echter de ondertitel 'Arroganter Osten'. De wederzijdse 'imagologische clichering' is met het einde van de Koude Oorlog zomaar niet afgelopen, zegt Csejka. Propaganda en Feindbildproduktion hebben onze hersenen danig aangetast. Westerlingen vinden Oosteuropeanen trage, ongeïnspireerde arbeiders, maar ze vergeten dat de tijd in het oude Oostblok nog 'anders geijkt' is. Omgekeerd krijgt het Westen het verwijt dat in een doldraaiend 'welvaartsgetto' geen tijd meer bestaat voor vriendschappen en andere tijdrovende gevoelens. De arrogantie van het Oosten komt voort uit het idee dat kunst en cultuur het beter doen als de economie slecht gedijt. Aangezien cultuur eeuwigheidswaarde bezit heeft het Oosten uiteindelijk toch meer reden om trots te zijn. Arrogantie uit ignorantie, over en weer, oordeelt Csejka.

Een zorgelijke gekweldheid valt direkt op aan de teksten in Neue Literatur, die niet beperkt zijn tot Roemeense maar uit heel Oost-Europa afkomstig zijn. Vrijblijvendheid of speelsheid zijn, gegeven de omstandigheden, natuurlijk taboe, wat voor een scherp contrast met Nederlandse of Amerikaanse literaire tijdschriften zorgt. De literatuur in dit omgebouwde tijdschrift imponeert in de eerste plaats door inhoud, de schoonheid komt dadelijk daarna. Heel fraai is de bijdrage van de Romeen Mircea Dinescu over superioriteitsgevoelens en het drama van Joegoslavië. “In diesem balkanischen Suppentopf, in dem die Lieder und die Tränen so vieler Völker gekocht werden, müssen wir Vorsicht walten lassen.”

    • Margot Engelen