Zwerfgedachte

Bij het verlaten van het centraal station dacht ik: wat is de eeuwigheid anders dan een onafzienbare reeks momenten? Dus dat elk moment iets eeuwigs heeft, en het eeuwige iets vergankelijks.

We liepen over de Nieuwendijk naar de Kalverstraat. Het was zaterdagmiddag en er kon geen kip meer bij, Nederland zat bomvol. Hier en daar maakten we ons los uit de massa om naar een overhemd te kijken, of naar een dameshorloge. Vervolgens lieten we ons weer een eind meeslepen.

In de Leidsestraat begon het fijntjes te regenen. Ik had in mijn jaszak een smal boekje, dat een centimeter of drie naar buiten stak. Mocht de regen doorzetten, dan moest ik daar wat op verzinnen.

We gingen het Vondelpark in, naar het Filmmuseum. In het souterain waren de wekelijkse opnamen bezig voor Ophef en vertier. Ik heb een uurtje op mijn beurt gewacht, toen voorgelezen uit eigen werk en op een paar vragen gereageerd.

In de tussentijd viel de avond. We namen lijn 1 terug naar het centraal station en bij het betreden ervan dacht ik het wéér, dat van de eeuwigheid en een reeks momenten. Er zijn van die gedachten. Zonder middelen van bestaan, zonder vaste woon- of verblijfplaats hangen ze ergens rond. Tot ze op last van het bevoegde gezag met zachte dwang worden verwijderd. Met harde hand kan ook.