Vrees voor trend na gevecht en slooppartijen skinheads

AMSTERDAM, 15 NOV. Ongeveer vijftien skinheads hebben zaterdagnacht vernielingen aangericht in café Harry op het Rapenburgplein in Amsterdam, het café dat in een IKON-televisieserie, 'De bom tikt', dienst doet als ontmoetingsplaats voor extreem-rechtse jongeren. In Den Helder kwam het zondagochtend tot een massaal straatgevecht tussen Surinamers, Antillianen en Nederlanders, waar naar schatting honderd cafégangers aan deelnamen.

Gastonderzoeker R. Leiprecht, verbonden aan de Vrije Universiteit, is verontrust over de resultaten van een door hem verricht onderzoek naar de mening van jongeren over buitenlanders en racistisch geweld.

Bij het geweld in het Amsterdamse café Harry raakten een cafébezoeker en de kastelein licht gewond. Alle ruiten van het café werden ingeslagen en meubilair werd vernield. Voordat de politie arriveerde, gingen de jongeren er met auto's vandoor.

'De bom tikt' is een co-produktie van de IKON en een Duitse omroep en gaat over een Nederlandse jongen die verstrikt raakt in een netwerk van neo-nazi's. Eindredacteur Schenk gelooft niet dat de vechtpartij een incident is. “Van verschillende kanten heb ik gehoord dat de jongeren uit het hele land kwamen en met elkaar hadden afgesproken op het Centraal Station. Dat wijst op organisatie en planning”, aldus Schenk. Hij baseert dit mede op het onderzoek dat voor de serie is verricht. “Rechtsextremistische jongeren blijken nauwe contacten te hebben met bestaande politieke partijen.”

Het Amsterdamse gemeenteraadslid W. Beaux van de extreemrechtse partij CP'86 zegt in een reactie “alles af te wijzen dat onwettig is”, maar de serie niet waarheidsgetrouw te vinden. Hij sluit niet uit dat skinheads daarom de zaak hebben vernield. De serie die eindredacteur Schenk beschrijft als “beklemmend en spannend”, kent geen hoge kijkdichtheid. De laatste aflevering kreeg het kijkcijfer 3.

In Den Helder ontstond zondagochtend rond half vier een massale vechtpartij tussen Surinaamse en Nederlandse jongeren nadat een man en een vrouw in de benen waren geschoten. De vechtpartij ontstond in de Koningsstraat, die zowel Surinaamse, Antilliaanse als Nederlandse bars kent. Wie de schoten heeft gelost, is volgens de politiewoordvoerder van regio Noord-Holland Noord nog onduidelijk. Hij spreekt van “communicatiestoornissen” maar meent dat in Den Helder de verhouding tussen de autochtonen en allochtonen “uitstekend” is.

Pag.3: 'Racisme vaak gedachteloos'

Leiprecht, gastonderzoeker aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, zei dit weekeinde verontrust te zijn over de resultaten van een onderzoek naar de mening van Nederlandse scholieren over geweld tegen buitenlanders. Leiprecht heeft in het afgelopen jaar 570 scholieren van 17 tot 20 jaar in de steden Delft en Zaanstad een vragenformulier voorgelegd over hun meningen over buitenlanders. “Wat je ziet is een wijdverbreid, nogal gedachteloos racisme, dat door ouders en opvoeders wordt gebagatelliseerd. Het lijkt nogal op een onderzoek dat we in 1987 in Duitsland hebben verricht, voordat de geweldsgolf tegen buitenlanders losbarstte.”

Leiprechts onderzoek maakt deel uit van een internationaal project in Letland, Kroatië, Griekenland, Oost- en West-Duitsland en Nederland. Het bestaat uit een combinatie van enquête, interviews en klasgesprekken over de uitslag van de enquête.

Bij de vraag wat een jongere zou doen als een buitenlander zonder reden op straat gemolesteerd wordt, antwoordt 7,4 procent van de scholieren dat een goede zaak te vinden. Dertien procent zal proberen de vechtpartij te sussen, maar heeft wel begrip voor de motieven van de daders. Veertien procent is niet geïnteresseerd en loopt door. Van de scholieren gaf 44,5 procent te kennen het niet eens te zijn met het molesteren van buitenlanders, maar deze groep zou ook niet durven in te grijpen. Veertien procent zei zelf te hebben meegemaakt dat een buitenlander in elkaar geslagen werd.

Jongens tonen zich eerder dan meisjes bereid om geweld tegen buitenlanders te gebruiken, maar bij vragen als “klopt het dat buitenlanders woningen van Nederlanders afpakken” of “buitenlanders moeten dezelfde rechten hebben als Nederlanders” bestaat er veel minder verschil. De sociale achtergrond van de scholieren blijkt nauwelijks een rol te spelen.

In een scholierenonderzoek in steden rond Stuttgart en Leipzig in 1992 is de voorkeur voor geweld tegen buitenlanders bij de scholieren dubbel zo hoog. Leiprecht wijdt dit echter aan de “veel gewelddadigere Duitse context” dan aan de jongeren zelf. “Daar hebben we het over drieduizend racistische incidenten per jaar. Vraag je Kroatische jongeren naar zijn ideeën over buitenlanders, dan krijg je helemaal schokkende cijfers.”